Toetscriteria 1: de invloed van erfelijkheid en omgeving op de ontwikkeling van
mensen herkennen. Met andere woorden: het nature-nurture dilemma herkennen
Nature
Alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, waar je mee geboren wordt.
Door het genetisch materiaal.
Nurture
Alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door de opvoeding, met name door de
leefomgeving. -> ontplooiing
aangeboren versus aangeleerd
Twee methodes die zijn ontwikkeld om de effecten van nature en nurture af te wegen
tweelingstudies: - dezelfde genen
- andere omgeving
adoptieonderzoek: - kenmerken biologische ouders
- kenmerken adoptieouders
Uit dit soort onderzoeken kan men voorzichtig concluderen dat vele psychologische
kenmerken, waaronder intelligentie, seksuele voorkeur, temperament en impulsief gedrag,
een genetische component hebben.
Tweelingstudies
Onderzoek naar (eeneiige) tweelingen. Door hun ontwikkelingen met elkaar te vergelijken,
hoopt men te ontdekken welk eigenschappen zijn aangeleerd en welke zijn aangeboren. Bij
eeneiige tweelingtypes zouden de erfelijke effecten zich sterker moeten uiten dan bij twee-
eiige tweelingtypen, welke fungeren als controlegroepen.
Adoptieonderzoek
Alternatief voor tweelingenonderzoek, waarbij de eigenschappen van het geadopteerde kind
worden vergeleken met de eigenschappen van de biologische gezinsleden en die van de
adopterende gezinsleden.
schaal van hoe de perspectieven zich verhouden in nature-nurture
Nature middenveld Nurture
Biologisch psychoanalytisch cognitief humanistisch behavioristisch
In de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is nature en nurture ook te
onderscheiden. Bij het vormen van betekenisvolle, effectieve relaties is er op beiden
gebieden het volgende te onderscheiden:
- nature: temperament
- nurture: socialisatie - opvoeding
Het bewust worden en bewust zijn (denken en voelen)
, Toetscriterium 2: zes verschillende perspectieven van de psychologie herkennen en
op eenvoudige situaties toepassen.
Biologisch perspectief
Het biologische perspectief zoekt de oorzaken van menselijk gedrag in lichamelijke
processen, zoals hersenfuncties en genetica. Het biologisch perspectief richt zich op:
zenuwstelsel, hormoon stelsel, genetica, hersenen, fysieke kenmerken
● onder het biologische perspectief valt de tak neuropsychologie
Evolutionair perspectief (valt onder biologisch perspectief) (Darwin)
De mens wordt beïnvloed door evolutie. De psychologische aspecten van menselijk geest
en gedrag worden verklaard vanuit het oogpunt van de evolutietheorie (het recht op lopen
van de mens). houvast: survival of the fittest idee. Mensen evalueren om te kunnen
overleven!
Cognitieve perspectief
Bij het cognitieve perspectief ligt de nadruk op de mentale processen, zoals leren,
geheugen, perceptie en denken als vorm van informatieverwerking. Het bestuderen van
gedachteprocessen die invloed hebben op het gedrag. De geest wordt gezien als
‘computerachtige machine’. Emotie en gedachten kunnen perceptie beïnvloeden.
Behavioristische perspectief
Volgens het behavioristische perspectief moet psychologie de wetenschap zijn van
observeerbaar gedrag, en niet van mentale processen. Dit perspectief richt zich op leren. De
beheersing van gedrag door de omgeving. Stimuli en responsen maar géén mentale
processen. Dit perspectief werd het meest bekend met het idee dat de geest helemaal geen
deel van de psychologie uit zou moeten maken. Het kenmerkt zich door leerprocessen dmv
straffen&belonen, gewoontes en imitatie!
Whole-person perspectief
Het whole person perspectief omvat het:
- Psychodynamische perspectief, dat zich richt op onbewuste motivatie en geestelijke
stoornissen. (Freud)
- Het humanistische perspectief dat zich toelegt op geestelijke gezondheid en menselijk
potentieel. (Maslow)
- Perspectief van karaktertrekken en temperament dat persoonskenmerken en individuele
verschillen benadrukt.
Psychodynamische perspectief (valt onder whole-person perspectief) Freud
Oorzaken van gedrag worden gezocht in
- onderbewustzijn
- aangeboren driften van seksuele- en agressieve aard
- opvoeding als onderdrukker van deze driften
Ijsberg van Freud uit kunnen tekenen! -> ID - ego - superego (es, ich, überich)
Humanistische perspectief (valt onder de whole-person perspectief) Maslow