Oefentoets BIAZ Centraal
zenuwstelsel
, Vragen
Vraag 1 Match nummer met letter.
1. Laesie in de parietaalkwab
2. Laesie in de occipitaalkwab
3. Laesie in de temporaalkwab
4. Laesie in de frontaalkwab
A. Initiatiefverlies, gedragsstoornissen, ontremming en (in dominante hemisfeer)
onvermogen tot spraak
B. Hemiparese contralateraal, apraxie, sensibiliteitsstoornissen en stoornissen in ruimtelijk
inzicht
C. Eenzijdige contralaterale gezichtsvelduitval, visuele hallucinaties en soms prosopagnosie
D. Denk- en concentratie stoornissen (en sensorische afasie in de dominante hemisfeer)
Vraag 2
Wat is de functie van de pons? En waar zit deze?
Vraag 3
Welke 7 functies heeft het medulla oblongata?
Vraag 4 match nummer met letter
1. Subdurale ruimte
2. Epidurale ruimte
3. Subarachnoïdale ruimte
A. Ruimte tussen de dura mater en de wanden van het wervelkanaal
B. Ruimte die de arachnoïdea en pia mater scheidt (bevat liquor)
C. Ruimte die de dura mater en de arachnoïdea scheidt
Vraag 5
Wat zijn oorzaken van verhoogde intracraniële druk?
a. Intracraniële tumor
b. Opioïden overdosis
c. Neurotrauma
d. Aneurysma
e. Hydrocephalus
Vraag 6
Hoe ontstaat papiloedeem?
Vraag 7
Wat is geen behandeling voor verhoogde intracraniële druk?
A. Sedatie en pijnbestrijding
B. Bed in Trendelenburg en afwachten tot de druk afneemt
zenuwstelsel
, Vragen
Vraag 1 Match nummer met letter.
1. Laesie in de parietaalkwab
2. Laesie in de occipitaalkwab
3. Laesie in de temporaalkwab
4. Laesie in de frontaalkwab
A. Initiatiefverlies, gedragsstoornissen, ontremming en (in dominante hemisfeer)
onvermogen tot spraak
B. Hemiparese contralateraal, apraxie, sensibiliteitsstoornissen en stoornissen in ruimtelijk
inzicht
C. Eenzijdige contralaterale gezichtsvelduitval, visuele hallucinaties en soms prosopagnosie
D. Denk- en concentratie stoornissen (en sensorische afasie in de dominante hemisfeer)
Vraag 2
Wat is de functie van de pons? En waar zit deze?
Vraag 3
Welke 7 functies heeft het medulla oblongata?
Vraag 4 match nummer met letter
1. Subdurale ruimte
2. Epidurale ruimte
3. Subarachnoïdale ruimte
A. Ruimte tussen de dura mater en de wanden van het wervelkanaal
B. Ruimte die de arachnoïdea en pia mater scheidt (bevat liquor)
C. Ruimte die de dura mater en de arachnoïdea scheidt
Vraag 5
Wat zijn oorzaken van verhoogde intracraniële druk?
a. Intracraniële tumor
b. Opioïden overdosis
c. Neurotrauma
d. Aneurysma
e. Hydrocephalus
Vraag 6
Hoe ontstaat papiloedeem?
Vraag 7
Wat is geen behandeling voor verhoogde intracraniële druk?
A. Sedatie en pijnbestrijding
B. Bed in Trendelenburg en afwachten tot de druk afneemt