Hoorcollege Seksuele Dysfuncties
11.01.2016
Seksuele moeilijkheid – niet beleeft wat men zou willen beleven
Seksuele dysfunctie – problemen met seksuele respons
Seksuele dysfunctie spreek je niet van wanneer geen beide of beide er
geen last van hebben.
DSM IV
- Seksuele dysfunctie
- Seksuele stoornissen door medusche aandoening
- Parafielien
- Gender-identiteitsstoornis
Primair/secundair = hoe lang bestaat dysfunctie al (seksuele geschiedenis
van belang bij uitvragen)
Gegeneraliseerd/situatief = komt het altijd voor of gebonden aan
specifieke partner of prikkel.
16,7% van de mannen heeft seksuele dysfunctie. 1 op de 5 vrouwen.
Problemen met DSM classificatie voor vrouwen. Juiste stimulatie bij een
vrouw en niet opgewonden raken dan is het een probleem maar verkeerde
stimulatie kan al voor vrouwen tot een gebrek aan opwinding leiden en is
niet meteen een disfunctie. Sommige vrouwen weten niet waar ze
opgewonden door raken dus wanneer is het dan een probleem.
Veel klachten te maken met opwindingsproblemen.
Wijzigingen DSM V
- Bij mannen maken we nog steeds onderscheid tussen verlangen en
opwinding.
Bij vrouwen eerder samengenomen omdat er zoveel comorbiditeit
en verlangen en opwinding erg in elkaar over lopen.
- Seksuele pijn bij vrouwen dus vaginisme en dyspareunie
samengenomen.
- Onderscheid tussen parafilie (men heeft bepaald objectief van
seksueel verlangen afwijkend van standaard) en parafiele stoornis
(men handelt er ook naar).
- Wijziging van genderidentitetisprobleem naar genderdysforie
(ongenoegen met geslacht waarin men bevindt).
Meest voorkomeende oorzaken:
- Fysieke problemen: bv problemen met bloedvaten wat kan leiden tot
erectieproblemen.
- Psychische factoren: angsten en remmingen, gebrek aan kennis
en/of vaardigheden.
- Sociale factoren: relatie, bepaalde normen, materieele factoren
(vrouw voelt zich bv geremd door dunne muren).
11.01.2016
Seksuele moeilijkheid – niet beleeft wat men zou willen beleven
Seksuele dysfunctie – problemen met seksuele respons
Seksuele dysfunctie spreek je niet van wanneer geen beide of beide er
geen last van hebben.
DSM IV
- Seksuele dysfunctie
- Seksuele stoornissen door medusche aandoening
- Parafielien
- Gender-identiteitsstoornis
Primair/secundair = hoe lang bestaat dysfunctie al (seksuele geschiedenis
van belang bij uitvragen)
Gegeneraliseerd/situatief = komt het altijd voor of gebonden aan
specifieke partner of prikkel.
16,7% van de mannen heeft seksuele dysfunctie. 1 op de 5 vrouwen.
Problemen met DSM classificatie voor vrouwen. Juiste stimulatie bij een
vrouw en niet opgewonden raken dan is het een probleem maar verkeerde
stimulatie kan al voor vrouwen tot een gebrek aan opwinding leiden en is
niet meteen een disfunctie. Sommige vrouwen weten niet waar ze
opgewonden door raken dus wanneer is het dan een probleem.
Veel klachten te maken met opwindingsproblemen.
Wijzigingen DSM V
- Bij mannen maken we nog steeds onderscheid tussen verlangen en
opwinding.
Bij vrouwen eerder samengenomen omdat er zoveel comorbiditeit
en verlangen en opwinding erg in elkaar over lopen.
- Seksuele pijn bij vrouwen dus vaginisme en dyspareunie
samengenomen.
- Onderscheid tussen parafilie (men heeft bepaald objectief van
seksueel verlangen afwijkend van standaard) en parafiele stoornis
(men handelt er ook naar).
- Wijziging van genderidentitetisprobleem naar genderdysforie
(ongenoegen met geslacht waarin men bevindt).
Meest voorkomeende oorzaken:
- Fysieke problemen: bv problemen met bloedvaten wat kan leiden tot
erectieproblemen.
- Psychische factoren: angsten en remmingen, gebrek aan kennis
en/of vaardigheden.
- Sociale factoren: relatie, bepaalde normen, materieele factoren
(vrouw voelt zich bv geremd door dunne muren).