100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Neurofysiologie E-lectures (Humane anatomie)

Rating
-
Sold
-
Pages
14
Uploaded on
14-03-2016
Written in
2014/2015

Samenvatting van Neurofysiologie E-lectures (van Ravesloot)

Institution
Course

Content preview

Neurofysiologie

Synaptische transmisse 1: Neuromusculaire
synaps
Axonen die naar spieren lopen, verspreiden hun
uitlopers over de spier. In de synaps wordt
acetylcholine (Ach) uitgescheiden (energie komt
van mitochondrien) die vervolgens bindt op een
acetylcholine-receptor, waardoor de spier contraheert.

Actiepotentiaal arriveert en depolariseert het zenuwuiteinde. Vervolgens worden
calciumkanalen geactiveerd waar de blaasjes kunnen fuseren (daar is calcium
voor nodig). Uitgescheiden Ach naar Ach-receptoren op het postsynaptisch
membraan. Zorgt voor membraanpotentiaalverandering, wat weer voor een
actiepotentiaal zorgt dat benodigd is voor contractie van spiercellen.

In een neuromusculaire synaps: als Ach bindt, gaat er een ion-kanaal open
(ionotrope receptoren). Hierdoor gaan Na+ ionen van buiten naar binnen, wat
voor de depolarisatie zorgt. Natrium stroomt naar binnen tot het in de buurt van
het natrium evenwichtspotentiaal komt, waarna vervolgens kalium naar buiten
stroomt (hyperpolarisatie en repolarisatie).
Daarnaast zijn er ook Ach-receptoren die indirect via G eiwitten hun signaal in de
cel voortbrengen d.m.v. effectoren die o.a. een ionkanaal kunnen
activeren/sluiten. Deze indirecte stimulatie is langduriger dan ionotrope
receptoren. In een neuromusculaire synaps zijn er vooral ionotrope receptoren.

Verschillende typen Ach receptoren leiden in spiercellen tot tegenovergestelde
respons. In hartspieren zijn de muscarinerge Ach receptoren gekoppeld aan een
G-eiwit en zorgen ze voor relaxatie van de hartspier (door nervus vagus
neuronen, parasympatisch). Minder frequente vuurpatronen.

Eindplaatpotentiaal: verandering in de membraanpotentiaal van een
postsynaptische spiercel in een neuromusculaire
synaps.
Er is clustering nodig van Ach receptoren in
eindplaten voor efficiente transmissie in de
neuromusculaire synaps. Anders duurt de
overgang van stimulus naar respons langer en
vermindert de eindplaatpotentiaal.

Ach bindt aan nicotinerge Ach-receptor (aan de
alfahelices), waardoor er een
conformatieverandering optreedt en het ionkanaal doorlaatbaar wordt voor
cationen (ionporie). Het is een pentameer (5 subunits), elk bestaande uit 4
membraan-doordringende domeinen. Subunits bepalen eigenschappen van het
ionkanaal. M2 zorgt voor de doorlaatbaarheid en de helices zorgen voor
aantrekking/afstoting.

, Foetale musculaire Ac- receptoren zijn anders van
subunitsamenstelling en spelen een rol bij synapsvorming
tijdens uitgroei.

Myasthenia gravis: aantal postsynaptische Ach-receptoren
afgenomen en minder postsynaptische vouwing, wat zorgt
voor spierverzwakking. Door een auto-immuunziekte
waardoor Ach receptoren worden geblokkeerd én versneld
afgebroken. Vooral craniaal.
Lambert-Eaton syndroom: autoimmuunziekte waarbij
presynaptische Ca2+ -ionkanalen worden geblokkeerd,
waardoor Ach afgifte wordt verstoord. Spiercontractie
verminderd.

Synaptische transmissie 2: Vesiculaire neurotransmitter
afgifte
De vesicles moeten getransporteerd worden naar de
actieve zone: de plek op het membraan waar ze moeten
fuseren, hun inhoud kwijt moeten raken en waar ze
dichtbij de postsynaptische receptoren gelokaliseerd zijn.

Eiwitten op de synaptic vesicles zorgen voor gericht
transport naar de actieve zone. Diverse monomere Rab-
GTPase eiwitten spelen specifieke rol in zowel endocytose
als exocytose. Er is bijvoorbeeld géén depolarizatie-gedreven vesicle recrutering
in Rab3A -/- muizen.
Er is ook een verstoring van vesicle docking in
Rab3A -/- muizen.
Het Rab3A eiwit speelt dus een belangrijke rol in
het recruteren van de vesicles naar het plasma
membraan toe. Voor de recrutering zijn
effectoreiwiten nodig die specifiek een reactie
aangaan met RabGTP eiwitten, waardoor de
vesicles docken op het plasmamembraan. Rab GTP
is de geactiveerde vorm van het Rab3A eiwit.

De fusie van vesicles gebeurt via interacties tussen
SNARE eiwitten. 3 SNARE eiwitten: VAMP (vesicle
eiwit), Syntaxin en SNAP-25 (plasmamembraan eiwitten). De verstrengeling van
de SNARE eiwitten zorgt dat de vesicle heel dicht bij het plasmamembraan komt.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 14, 2016
Number of pages
14
Written in
2014/2015
Type
SUMMARY

Subjects

$5.30
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
zoshei
5.0
(1)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
zoshei Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
10 year
Number of followers
2
Documents
17
Last sold
6 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions