100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Inleiding Recht H9

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
18-11-2022
Written in
2021/2022

Deze samenvatting bevat het negende hoofdstuk van het boek Hoofdlijnen Nederlands Recht. Dit hoofdstuk is onderdeel van het tentamen van FACREC0111. Dit hoofdstuk gaat onder andere over soevereiniteit, de trias politica, decentralisatie, eenheidsstaat, vormen van kiesrecht, Staten-Generaal, de Eerste kamer, de Tweede kamer, algemene maatregelen van bestuur, totstandkomingsproces van een wet, provinciale staten, gemeenteraad, totstandkoming van een verdrag en de hiërarchie van regelgeving.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Recht H9
3 kenmerken van een staat:

1. Volksgemeenschap  Een groep mensen die, vaak als gevolg van een historische
gebeurtenis, bij elkaar hoort of wil horen (natie).
2. Afgegrensd grondgebied.
3. Hoogste macht  Er is 1 orgaan dat de hoogste macht heeft en dat daardoor de
bevoegdheid heeft het volk via het uitvaardigen van regels zijn wil op te leggen.

Soevereiniteit  Dit wil zeggen dat het staatsapparaat zowel naar buiten toe (naar andere
volksgemeenschappen) als naar binnen toe (in de eigen volksgemeenschap) de hoogste en
machtigste organisatie is.

Volgens de theorie van Montesquieu moet de staatsmacht worden verspreid over 3 machten 
Trias Politica:

1. De wetgevende macht  De belangrijkste macht. De wetgever (samengesteld door leden
van de volksgemeenschap) vaardigt regels uit.
2. De uitvoerende macht  Voert de regels uit die de wetgevende macht heeft gemaakt.
3. De rechterlijke macht  De rechter spreekt vervolgens uit welk wetsartikel van toepassing is
bij een conflict.

Naast deze gescheiden bevoegdheden moeten er ook controlemechanismen zijn tussen de 3
machten onderling. Op die manier word snel duidelijk of iemand zijn macht misbruikt.

Spreiding van de staatsmacht kan ook nog op een andere manier worden gerealiseerd, namelijk via
decentralisatie.

Decentralisatie  Verschijnsel waarbij de staatsmacht niet bij 1 centrale overheid geconcentreerd is
maar waarbij ook lagere overheden toegang tot deze staatsmacht hebben. De staatsmacht word dan
niet alleen toegekend aan de centrale overheid maar ook aan lagere overheden. Er zijn verschillende
vormen:

- Territoriale spreiding  Er word een onbepaald aantal bevoegdheden aan een lager
overheidsorgaan toegekend maar deze zijn wel uitdrukkelijk gebonden aan een afgebakend
stuk grond. Een voorbeeld hiervan zijn de bevoegdheden die aan gemeenten en provincies
worden toegerekend. Deze lagere overheidsinstellingen kunnen “hun eigen huishouding”
regelen maar wel binnen de grenzen van iedere gemeente en provincie.
- Functionele spreiding  Hierbij zijn aan openbare lichamen specifieke bevoegdheden
gegeven om een bepaald doel te realiseren zonder dat deze bevoegdheden binnen bepaalde
grenzen moeten worden uitgeoefend.
- Combinatie  Het waterschap. Deze heeft als opdracht de waterstand en alles wat daarmee
samenhangt in stand te houden (functioneel) maar uitsluitend gekoppeld aan een bepaalde
regio (territoriaal).

In Nederland kennen we beide vormen van spreiding van de staatsmacht. Nederland word ook wel
een gedecentraliseerde eenheidsstaat genoemd; de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke
activiteiten manifesteren zich niet alleen op landelijk niveau maar ook op provinciaal en gemeentelijk
niveau.

, Een eenheidsstaat houd het volgende in:

- Bevoegdheden overnemen  Bevoegdheden die in eerste instantie door lagere overheden
worden uitgeoefend kunnen altijd door de centrale overheid worden overgenomen.
- Preventieve toetsing  Hogere overheden oefenen controle uit op de lagere overheden.
- Spontane vernietigingsbevoegdheid  Ieder besluit van een gemeente of provincie kan door
de regering worden vernietigd.

Spreiding in vorm van decentralisatie word verticale spreiding van de staatsmacht genoemd.

De belangrijkste organen van de centrale overheid zijn de regering en de Staten-Generaal. Staten-
Generaal word ook wel parlement genoemd, namelijk de Eerste en Tweede kamer samen. Deze komt
tot stand door een democratie.

- Actief kiesrecht  De mogelijkheid om op andere te stemmen. Hiervoor moet je
Nederlander zijn, minimaal 18 jaar, niet veroordeeld zijn tot een vrijheidsstraf en niet
handelingsonbekwaam zijn.
- Passief kiesrecht  De mogelijkheid om zelf gekozen te worden. Hiervoor moet je
Nederlander zijn, minimaal 18 jaar en niet uitgesloten zijn van het kiesrecht.

De leden van de Tweede kamer (150) worden gekozen op basis van het stelsel van evenredige
vertegenwoordiging.

Stelsel van evenredige vertegenwoordiging  De kandidaten worden landelijk gekozen. Hierbij gaan
ze uit van de kiesdeler; het totaal aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal te verdelen
zetels. Als een politieke partij een zetel wil moet deze partij ten minste de kiesdeler halen. Het aantal
zetels word bepaald door het aantal uitgebrachte stemmen op een partij te delen door de kiesdeler.

Districtenstelsel  De kandidaten voor het parlement worden per district gekozen.

De leden van de Eerste kamer (75) worden gekozen door de Provinciale Staten.

- Dit gebeurt trapsgewijs  De burgers kiezen per provincie de leden van de Provinciale
Staten. De Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer.

De groep personen die voor een politieke partij in de Eerste/Tweede kamer is gekomen heet een
fractie.

Naast de Staten-Generaal kennen we op landelijk niveau de regering, deze bestaat uit de koning en
de ministers. Het kabinet bestaat uit de ministers en de staatssecretarissen onder aanvoering van de
minister-president.

Ministerraad  Bestaat alleen uit de ministers, deze beraden en nemen besluiten over het algemene
regeringsbeleid.

Formateur  Persoon die aan het kabinet concreet vorm gaat geven.

Informateur  Persoon die na de verkiezingen onderzoekt welke mogelijkheden er zijn tot vorming
van een nieuw kabinet.

Een minister is in de meeste gevallen verbonden aan een departement/ministerie (zoals ministerie
van Economische Zaken) en geeft daaraan leiding. Een minister die niet verbonden is aan een
departement, dit word een minister zonder portefeuille genoemd.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 9
Uploaded on
November 18, 2022
Number of pages
6
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.70
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
sharonboersma1

Document also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
sharonboersma1 Hogeschool Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions