Personen- familierecht
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 inleiding personen- en familierecht...............................................................................2
Hoofdstuk 2 geboorte, overlijden en naam........................................................................................3
Hoofdstuk 3 handelingsbekwaamheid...............................................................................................8
Hoofdstuk 4 Huwelijk, geregistreerd partnerschap en samenwonen...............................................12
Hoofdstuk 5 Het einde van de relatie...............................................................................................17
Hoofdstuk 6 de juridische ouders van het kind................................................................................21
Hoofdstuk 7 Gezag over minderjarige kinderen...............................................................................23
Personen- familie en erfrecht
1 | Personen - familierecht
,Hoofdstuk 1 inleiding personen- en familierecht
het burgerlijk recht beschrijft de rechtsrelaties tussen burgers onderling. Het beschrijft onder andere
familierechtelijke relaties. Dit zijn de juridische relaties tussen familieleden en echtgenoten.
Het personen- en familierecht kun je vinden in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
In de wet spreken we over natuurlijke personen dit zijn mensen van vlees en bloed. Het recht kent
namelijk ook andere personen namelijk rechtspersonen, dit zijn ondernemingen en instellingen die
zelfstandig leven lijden in het recht.
De regels over rechtspersonen vinden we in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Burgerlijk wetboek
Het Burgerlijk Wetboek is een belangrijke rechtsbron voor het burgerlijk recht. Het beschrijft de
rechten en plichten die burgers (bedrijven) ten opzichte van elkaar hebben.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Een ander wetboek voor het burgerlijk recht is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV).
Het beschrijft procedures en vormvoorschriften.
Personen- familie en erfrecht
2 | Personen - familierecht
, Hoofdstuk 2 geboorte, overlijden en naam
Geboorte
Het leven van de mens begint bij zijn geboorte en eindigt bij zijn dood.
Ongeboren kind
Soms begint het leven van een mens voor het recht al vóór zijn geboorte. Art. 1:2 BW. Dit artikel zegt
dat het kind waarvan een vrouw zwanger is, als reeds geboren wordt beschouwd zo dikwijls zijn
belang dit vordert. (Een ongeboren kind wordt al als een persoon gezien als dit in zijn voordeel is)
Een kind dat dood ter wereld komt, wordt voor het recht geacht nooit te hebben bestaan, van een
kindje dat dood ter wereld komt, wordt een akte van geboorte (levenloos) opgemaakt.
Art. 1:19i lid 1 BW.
Voorbeeld: een vrouw is in verwachting, haar man overlijdt tijdens de zwangerschap. Het ongeboren
kind wordt gezien als erfgenaam van zijn vader. Dit kind deelt daarom, ook al is hij nog niet geboren
op het moment dat zijn vader overleed, mee in de erfenis van zijn vader.
Aangifte van geboorte
Binnen 3 dagen na de bevalling moet een aangifte van geboorte gedaan bij de burgerlijke stand van
de gemeente waar de bevalling heeft plaatsgevonden. Art. 1:19e lid 6 BW.
De moeder mag het kind aangeven. Art. 1:19e lid 1 BW.
De vader is verplicht om aangifte te doen. Art. 1:19e lid 2 BW.
Is er geen juridische vader of is hij verhinderd aangifte te doen, dan is iedereen die bij de geboorte
aanwezig was, verplicht aangifte te doen.
Is er niemand bij de geboorte aanwezig geweest of zijn de aanwezigen verhinderd om aangifte te
doen dan is de bewoner van het huis of het hoofd van de inrichting waar de bevalling heeft
plaatsgevonden verplicht aangifte te doen. Gebeurt dat allemaal niet dan doet de burgermeester
aangifte van de geboorte. Art. 1:19e lid 5 BW.
Overlijden
Aangifte van overlijden
Bij het overlijden van een persoon moet een aangifte van overlijden worden gedaan bij de burgerlijke
stand. Dit gebeurt in de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden. Art. 1:19f BW. Iedereen
die van het overlijden weet is bevoegd aangifte te doen, vaak machtigen de nabestaanden de
begrafenisondernemer om aangifte te doen.
Bij de aangifte moet een verklaring van overlijden worden overhandigd aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand. In dit stuk verklaart de arts dat het overlijden een ‘natuurlijke oorzaak’ had. Alleen
als de aangever een dergelijke verklaring kan laten zien mag de ambtenaar verlof geven voor het
begraven of cremeren van de overledene.
Vermissing
3 | Personen - familierecht
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 inleiding personen- en familierecht...............................................................................2
Hoofdstuk 2 geboorte, overlijden en naam........................................................................................3
Hoofdstuk 3 handelingsbekwaamheid...............................................................................................8
Hoofdstuk 4 Huwelijk, geregistreerd partnerschap en samenwonen...............................................12
Hoofdstuk 5 Het einde van de relatie...............................................................................................17
Hoofdstuk 6 de juridische ouders van het kind................................................................................21
Hoofdstuk 7 Gezag over minderjarige kinderen...............................................................................23
Personen- familie en erfrecht
1 | Personen - familierecht
,Hoofdstuk 1 inleiding personen- en familierecht
het burgerlijk recht beschrijft de rechtsrelaties tussen burgers onderling. Het beschrijft onder andere
familierechtelijke relaties. Dit zijn de juridische relaties tussen familieleden en echtgenoten.
Het personen- en familierecht kun je vinden in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
In de wet spreken we over natuurlijke personen dit zijn mensen van vlees en bloed. Het recht kent
namelijk ook andere personen namelijk rechtspersonen, dit zijn ondernemingen en instellingen die
zelfstandig leven lijden in het recht.
De regels over rechtspersonen vinden we in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Burgerlijk wetboek
Het Burgerlijk Wetboek is een belangrijke rechtsbron voor het burgerlijk recht. Het beschrijft de
rechten en plichten die burgers (bedrijven) ten opzichte van elkaar hebben.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Een ander wetboek voor het burgerlijk recht is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV).
Het beschrijft procedures en vormvoorschriften.
Personen- familie en erfrecht
2 | Personen - familierecht
, Hoofdstuk 2 geboorte, overlijden en naam
Geboorte
Het leven van de mens begint bij zijn geboorte en eindigt bij zijn dood.
Ongeboren kind
Soms begint het leven van een mens voor het recht al vóór zijn geboorte. Art. 1:2 BW. Dit artikel zegt
dat het kind waarvan een vrouw zwanger is, als reeds geboren wordt beschouwd zo dikwijls zijn
belang dit vordert. (Een ongeboren kind wordt al als een persoon gezien als dit in zijn voordeel is)
Een kind dat dood ter wereld komt, wordt voor het recht geacht nooit te hebben bestaan, van een
kindje dat dood ter wereld komt, wordt een akte van geboorte (levenloos) opgemaakt.
Art. 1:19i lid 1 BW.
Voorbeeld: een vrouw is in verwachting, haar man overlijdt tijdens de zwangerschap. Het ongeboren
kind wordt gezien als erfgenaam van zijn vader. Dit kind deelt daarom, ook al is hij nog niet geboren
op het moment dat zijn vader overleed, mee in de erfenis van zijn vader.
Aangifte van geboorte
Binnen 3 dagen na de bevalling moet een aangifte van geboorte gedaan bij de burgerlijke stand van
de gemeente waar de bevalling heeft plaatsgevonden. Art. 1:19e lid 6 BW.
De moeder mag het kind aangeven. Art. 1:19e lid 1 BW.
De vader is verplicht om aangifte te doen. Art. 1:19e lid 2 BW.
Is er geen juridische vader of is hij verhinderd aangifte te doen, dan is iedereen die bij de geboorte
aanwezig was, verplicht aangifte te doen.
Is er niemand bij de geboorte aanwezig geweest of zijn de aanwezigen verhinderd om aangifte te
doen dan is de bewoner van het huis of het hoofd van de inrichting waar de bevalling heeft
plaatsgevonden verplicht aangifte te doen. Gebeurt dat allemaal niet dan doet de burgermeester
aangifte van de geboorte. Art. 1:19e lid 5 BW.
Overlijden
Aangifte van overlijden
Bij het overlijden van een persoon moet een aangifte van overlijden worden gedaan bij de burgerlijke
stand. Dit gebeurt in de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden. Art. 1:19f BW. Iedereen
die van het overlijden weet is bevoegd aangifte te doen, vaak machtigen de nabestaanden de
begrafenisondernemer om aangifte te doen.
Bij de aangifte moet een verklaring van overlijden worden overhandigd aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand. In dit stuk verklaart de arts dat het overlijden een ‘natuurlijke oorzaak’ had. Alleen
als de aangever een dergelijke verklaring kan laten zien mag de ambtenaar verlof geven voor het
begraven of cremeren van de overledene.
Vermissing
3 | Personen - familierecht