Handboek organisatie en management samenvatting
Mintzberg en organisatiestructuren
1.1 Organisatie-eigenschappen
Een organisatiestructuur komt tot stand door het met elkaar in overeenstemming
brengen van een aantal eigenschappen van organisaties.
Organisatiestructuren // Configuraties
1. Organisatiedelen
2. Coördinatiemechanismen
3. Situationele factoren
(contingentiefactoren)
4. Ontwerpparameters
Configuratiebenadering → Het ‘in elkaar schuiven van organisatie-eigenschappen’.
Deze organisatie-eigenschappen zullen zodanig in elkaar moeten worden gepast, dat
er samenhang ontstaat.
1.Organisatiedelen
Uitvoerende kern → aan de basis van de organisatie wordt werk verricht dat direct
gerelateerd is aan de productie van goederen en diensten.
Strategische top → Een manager die alle processen kan overzien en leiding kan
geven aan de organisatie, óf bij grotere organisaties de directie, de raad van bestuur
en de raad van commissarissen.
Middenniveau / tussengelegen → Indien een organisatie groter wordt, zal er
behoefte zijn aan meer management: managers die leidinggeven aan medewerkers
én managers die andere managers leidinggeven.
Technische staf → Medewerkers die de primaire processen analyseren en
ondersteunen. Vanuit een staffunctie maken ze plannen besturen ze het werk. Hier is
, behoefte aan naarmate de organisatie complexer wordt. (controllers, planners en
werkvoorbereiders).
Ondersteunende staf → Voor het verlenen van allerlei diensten aan de organisatie.
Salarisadministratie, public relations, Research & Development.
2. Coördinatiemechanismen
Het kenmerkende van organisaties is dat het aanwezige werk moet worden verdeeld
onder de werknemers (arbeidsverdeling) en dat de werkzaamheden moeten worden
gecoördineerd. Hierdoor worden de werkzaamheden ook efficiënt en effectief
uitgevoerd.
6 Vormen waarop werkzaamheden kunnen worden gecoördineerd:
Mintzberg en organisatiestructuren
1.1 Organisatie-eigenschappen
Een organisatiestructuur komt tot stand door het met elkaar in overeenstemming
brengen van een aantal eigenschappen van organisaties.
Organisatiestructuren // Configuraties
1. Organisatiedelen
2. Coördinatiemechanismen
3. Situationele factoren
(contingentiefactoren)
4. Ontwerpparameters
Configuratiebenadering → Het ‘in elkaar schuiven van organisatie-eigenschappen’.
Deze organisatie-eigenschappen zullen zodanig in elkaar moeten worden gepast, dat
er samenhang ontstaat.
1.Organisatiedelen
Uitvoerende kern → aan de basis van de organisatie wordt werk verricht dat direct
gerelateerd is aan de productie van goederen en diensten.
Strategische top → Een manager die alle processen kan overzien en leiding kan
geven aan de organisatie, óf bij grotere organisaties de directie, de raad van bestuur
en de raad van commissarissen.
Middenniveau / tussengelegen → Indien een organisatie groter wordt, zal er
behoefte zijn aan meer management: managers die leidinggeven aan medewerkers
én managers die andere managers leidinggeven.
Technische staf → Medewerkers die de primaire processen analyseren en
ondersteunen. Vanuit een staffunctie maken ze plannen besturen ze het werk. Hier is
, behoefte aan naarmate de organisatie complexer wordt. (controllers, planners en
werkvoorbereiders).
Ondersteunende staf → Voor het verlenen van allerlei diensten aan de organisatie.
Salarisadministratie, public relations, Research & Development.
2. Coördinatiemechanismen
Het kenmerkende van organisaties is dat het aanwezige werk moet worden verdeeld
onder de werknemers (arbeidsverdeling) en dat de werkzaamheden moeten worden
gecoördineerd. Hierdoor worden de werkzaamheden ook efficiënt en effectief
uitgevoerd.
6 Vormen waarop werkzaamheden kunnen worden gecoördineerd: