Mare Gerbrands
Uitwerking lesdoelen OWE1
Inhoud
Lesweek 1......................................................................................................................3
Anatomie en fysiologie:..............................................................................................3
Verpleegkundig redeneren........................................................................................5
Werkgroep 1..............................................................................................................6
Werkgroep 2..............................................................................................................6
Communicatieve vaardigheden.................................................................................7
Lesweek 2......................................................................................................................8
Anatomie en fysiologie...............................................................................................8
Verpleegkundig redeneren......................................................................................12
Communicatieve vaardigheden...............................................................................13
Werkgroep 2............................................................................................................13
Lesweek 3....................................................................................................................14
Anatomie en fysiologie.............................................................................................14
Verpleegkundig redeneren......................................................................................19
Werkgroep 1............................................................................................................19
Werkgroep 2............................................................................................................20
Lesweek 4....................................................................................................................21
Anatomie en fysiologie.............................................................................................21
Verpleegkundig redeneren......................................................................................24
Werkgroep 1............................................................................................................25
Werkgroep 2............................................................................................................25
Communicatieve vaardigheden...............................................................................27
Lesweek 5....................................................................................................................28
Anatomie en fysiologie.............................................................................................28
Verpleegkundig redeneren......................................................................................32
Werkgroep 1............................................................................................................32
Lesweek 6....................................................................................................................34
Anatomie en fysiologie.............................................................................................34
Werkgroep 1............................................................................................................41
Werkgroep 2............................................................................................................47
1
,Mare Gerbrands
Lesweek 7....................................................................................................................48
Anatomie en fysiologie.............................................................................................48
Werkgroep 1............................................................................................................53
Werkgroep 2............................................................................................................54
Lesweek 8....................................................................................................................54
Werkgroep 1............................................................................................................54
Werkgroep 2............................................................................................................58
Verpleegtechnische vaardigheden..............................................................................60
Hygiëne....................................................................................................................60
Vitale functies: temperatuur.....................................................................................63
Tiltechnieken 1: verplaatsing binnen de grenzen van het bed................................64
Persoonlijke verzorging...........................................................................................66
Observatie technieken.............................................................................................68
Overzicht vitale functies...........................................................................................72
Medicijnen toedienen...............................................................................................73
Zuurstof toedienen...................................................................................................76
Tiltechnieken 2: verplaatsen in bed.........................................................................79
2
, Mare Gerbrands
Lesweek 1
Anatomie en fysiologie:
kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat daaronder
verstaan wordt;
-anatomie: bouw van het menselijk lichaam.
-fysiologie: de werking van het menselijk lichaam
kan de anatomische houding beschrijven;
de anatomische houding houdt in: een rechtopstaand mens met de voeten
licht gespreid en de tenen naar voren wijzend, de armen afhangend maar iets
van het lichaam gehouden, waarbij de handpalmen naar voren worden
gehouden.
kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden worden
onderscheiden en kan deze beschrijven;
-Frontaal vlak: Elk frontaal vlak loopt snijdt het lichaam verticaal in een voorste
en achterste helft. Het frontaal vlak loopt evenwijdig aan het voorhoofd en
maakt een frontale doorsnede door het lichaam. (voor- en achterkant)
-Transversaal vlak: Het transversaal vlak wordt ook wel het horizontale vlak
genoemd en scheidt de bovenzijde van de onderzijde van het lichaam. Het
transversaal valk loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak en maakt
een transversale doorsnede (dwarsdoorsnede) door het lichaam. (boven en
onder)
-Sagittaal vlak: Het sagittaal vlak verdeelt het lichaam in een linker- en
rechterhelft, en staat loodrecht op een frontaal vlak. Het sagittaal vlak maakt
een sagittale doorsnede door het lichaam.
kent de belangrijkste plaatsaanduidingen;
Plaatsaanduiding Gebruik Voorbeeld
-Ventraal (aan de buikzijde) Bij grotere structuren of De slokdarm ligt dorsaal van de
-Dorsaal (aan de rugzijde) over grotere afstand. luchtpijp en ventraal van de
wervelkolom
-anterior (aan de voorkant, voor) Bij kleinere structuren of
-Posterior (aan de achterkant, over kleinere afstand
achter)
-Centraal (in het midden) Bij uitgestrekte stelsels
-Perifeer (aan de uiteinden) als het zenuwstelsel of
het circulaire stelsel
-Craniaal (aan de voorkant van de Bij de wervelkolom of het De borstwervels liggen craniaal van
schedel) centrale zenuwstelsel, de lendenwervels en caudaal wordt
-Caudaal (aan de kant van de staart) meestal over grotere het ruggenmerg steeds dunner
afstanden
-superior (hoger, boven) Bij kleinere structuren of De v. cava superior voert het bloed
-inferior (lager, beneden) over kleinere afstand uit hoofd en armen naar het hart;
(venen en arteriën) de v. cava inferior doet dat met
bloed uit benen en buikorganen
-lateraal (aan de zijkant) Algemeen Bij gesloten benen worden de
-mediaal (naar het midden toe) mediale zijden van de benen tegen
3
, Mare Gerbrands
elkaar aan gehouden
-Proximaal (aan de kant van de Bij (delen van) ledematen De elleboog ligt proximaal ten
romp) opzichte van de pols en distaal ten
-distaal (ver van de romp) opzichte van de schouder
-Sinister (links) Bij symmetrisch gelegen
-Dexter (rechts) structuren
-internus (inwendig) Bij de ligging in de diepte,
-Externus (uitwendig) vooral bij bloedvaten en
zenuwen.
kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om
plaatsveranderingen van bewegende lichaamsdelen te beschrijven;
Richtingaanduiding Hoe het er uit ziet
-Flexie (buiging)
-Extensie (strekking)
-Anteflexie (buiging naar voren)
-Retroflexie (buiging naar achteren)
-Lateroflexie (buiging naar opzij)
-Dorsale flexie (buiging naar de
handrug/voetwreef)
-Palmaire flexie (buiging naar de handpalm)
-Plantaire flexie (buiging naar de voetzool)
-Supinatie (buitenwaartse draaiing van de
horizontaal gehouden hand/voet waardoor de
handpalm/voetrand naar boven draait)
-Pronatie (tegengesteld aan supinatie)
4
Uitwerking lesdoelen OWE1
Inhoud
Lesweek 1......................................................................................................................3
Anatomie en fysiologie:..............................................................................................3
Verpleegkundig redeneren........................................................................................5
Werkgroep 1..............................................................................................................6
Werkgroep 2..............................................................................................................6
Communicatieve vaardigheden.................................................................................7
Lesweek 2......................................................................................................................8
Anatomie en fysiologie...............................................................................................8
Verpleegkundig redeneren......................................................................................12
Communicatieve vaardigheden...............................................................................13
Werkgroep 2............................................................................................................13
Lesweek 3....................................................................................................................14
Anatomie en fysiologie.............................................................................................14
Verpleegkundig redeneren......................................................................................19
Werkgroep 1............................................................................................................19
Werkgroep 2............................................................................................................20
Lesweek 4....................................................................................................................21
Anatomie en fysiologie.............................................................................................21
Verpleegkundig redeneren......................................................................................24
Werkgroep 1............................................................................................................25
Werkgroep 2............................................................................................................25
Communicatieve vaardigheden...............................................................................27
Lesweek 5....................................................................................................................28
Anatomie en fysiologie.............................................................................................28
Verpleegkundig redeneren......................................................................................32
Werkgroep 1............................................................................................................32
Lesweek 6....................................................................................................................34
Anatomie en fysiologie.............................................................................................34
Werkgroep 1............................................................................................................41
Werkgroep 2............................................................................................................47
1
,Mare Gerbrands
Lesweek 7....................................................................................................................48
Anatomie en fysiologie.............................................................................................48
Werkgroep 1............................................................................................................53
Werkgroep 2............................................................................................................54
Lesweek 8....................................................................................................................54
Werkgroep 1............................................................................................................54
Werkgroep 2............................................................................................................58
Verpleegtechnische vaardigheden..............................................................................60
Hygiëne....................................................................................................................60
Vitale functies: temperatuur.....................................................................................63
Tiltechnieken 1: verplaatsing binnen de grenzen van het bed................................64
Persoonlijke verzorging...........................................................................................66
Observatie technieken.............................................................................................68
Overzicht vitale functies...........................................................................................72
Medicijnen toedienen...............................................................................................73
Zuurstof toedienen...................................................................................................76
Tiltechnieken 2: verplaatsen in bed.........................................................................79
2
, Mare Gerbrands
Lesweek 1
Anatomie en fysiologie:
kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat daaronder
verstaan wordt;
-anatomie: bouw van het menselijk lichaam.
-fysiologie: de werking van het menselijk lichaam
kan de anatomische houding beschrijven;
de anatomische houding houdt in: een rechtopstaand mens met de voeten
licht gespreid en de tenen naar voren wijzend, de armen afhangend maar iets
van het lichaam gehouden, waarbij de handpalmen naar voren worden
gehouden.
kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden worden
onderscheiden en kan deze beschrijven;
-Frontaal vlak: Elk frontaal vlak loopt snijdt het lichaam verticaal in een voorste
en achterste helft. Het frontaal vlak loopt evenwijdig aan het voorhoofd en
maakt een frontale doorsnede door het lichaam. (voor- en achterkant)
-Transversaal vlak: Het transversaal vlak wordt ook wel het horizontale vlak
genoemd en scheidt de bovenzijde van de onderzijde van het lichaam. Het
transversaal valk loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak en maakt
een transversale doorsnede (dwarsdoorsnede) door het lichaam. (boven en
onder)
-Sagittaal vlak: Het sagittaal vlak verdeelt het lichaam in een linker- en
rechterhelft, en staat loodrecht op een frontaal vlak. Het sagittaal vlak maakt
een sagittale doorsnede door het lichaam.
kent de belangrijkste plaatsaanduidingen;
Plaatsaanduiding Gebruik Voorbeeld
-Ventraal (aan de buikzijde) Bij grotere structuren of De slokdarm ligt dorsaal van de
-Dorsaal (aan de rugzijde) over grotere afstand. luchtpijp en ventraal van de
wervelkolom
-anterior (aan de voorkant, voor) Bij kleinere structuren of
-Posterior (aan de achterkant, over kleinere afstand
achter)
-Centraal (in het midden) Bij uitgestrekte stelsels
-Perifeer (aan de uiteinden) als het zenuwstelsel of
het circulaire stelsel
-Craniaal (aan de voorkant van de Bij de wervelkolom of het De borstwervels liggen craniaal van
schedel) centrale zenuwstelsel, de lendenwervels en caudaal wordt
-Caudaal (aan de kant van de staart) meestal over grotere het ruggenmerg steeds dunner
afstanden
-superior (hoger, boven) Bij kleinere structuren of De v. cava superior voert het bloed
-inferior (lager, beneden) over kleinere afstand uit hoofd en armen naar het hart;
(venen en arteriën) de v. cava inferior doet dat met
bloed uit benen en buikorganen
-lateraal (aan de zijkant) Algemeen Bij gesloten benen worden de
-mediaal (naar het midden toe) mediale zijden van de benen tegen
3
, Mare Gerbrands
elkaar aan gehouden
-Proximaal (aan de kant van de Bij (delen van) ledematen De elleboog ligt proximaal ten
romp) opzichte van de pols en distaal ten
-distaal (ver van de romp) opzichte van de schouder
-Sinister (links) Bij symmetrisch gelegen
-Dexter (rechts) structuren
-internus (inwendig) Bij de ligging in de diepte,
-Externus (uitwendig) vooral bij bloedvaten en
zenuwen.
kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om
plaatsveranderingen van bewegende lichaamsdelen te beschrijven;
Richtingaanduiding Hoe het er uit ziet
-Flexie (buiging)
-Extensie (strekking)
-Anteflexie (buiging naar voren)
-Retroflexie (buiging naar achteren)
-Lateroflexie (buiging naar opzij)
-Dorsale flexie (buiging naar de
handrug/voetwreef)
-Palmaire flexie (buiging naar de handpalm)
-Plantaire flexie (buiging naar de voetzool)
-Supinatie (buitenwaartse draaiing van de
horizontaal gehouden hand/voet waardoor de
handpalm/voetrand naar boven draait)
-Pronatie (tegengesteld aan supinatie)
4