Inleiding verbintenissenrecht
Vermogensrecht: rechtsgebied waarbij de regels omtrent vermogen centraal staan
Vermogen: het geheel van rechten en plichten dat op een bepaald moment aan een
rechtssubject toekomt en dat op geld waardeerbaar is.
Verbintenissenrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten (natuurlijke
personen en rechtspersonen).
Verbintenis: een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee (of meer) personen, op
grond waarvan de ene persoon (schuldeiser) recht heeft op prestatie, waartoe de ander
(schuldenaar) is verplicht.
Rechtssubject: drager van rechten en plichten (natuurlijke personen en rechtspersonen).
Rechtsfeiten: gebeurtenissen waaraan het recht gevolgen (rechtsgevolgen) verbindt.
Rechtshandelingen: handelingen die op rechtsgevolg zijn gericht (art. 3:33 BW)
Feitelijke handelingen: handelingen die niet op rechtsgevolg zijn gericht, maar waar het
recht wel rechten en plichten aan verbindt.
Blote rechtsfeiten: automatische gevolgen
Totstandkoming overeenkomst
Geldige overeenkomst is er sprake van een aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW)?
Deze eenzijdige rechtshandelingen toetsen aan de elementen
persoon, totstandkoming en inhoud:
- Zijn partijen handelingsbekwaam? (persoon)
- Komt de wil overeen met de verklaring? (totstandkoming)
- Is er sprake van wilsgebrek? (totstandkoming)
- Is de overeenkomst in strijd met de wet, de goede zeden of
de openbare orde? (inhoud)
Aanbod
Een aanbod moet alle essentiële elementen van de te sluiten overeenkomst bevatten
Let verder o.a. op het volgende:
- het aanbod moet niet zijn vervallen door tijdsverloop of verwerping (art. 6:221 BW)
- het aanbod moet niet zijn herroepen (art. 6:219 BW)
Vermogensrecht: rechtsgebied waarbij de regels omtrent vermogen centraal staan
Vermogen: het geheel van rechten en plichten dat op een bepaald moment aan een
rechtssubject toekomt en dat op geld waardeerbaar is.
Verbintenissenrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten (natuurlijke
personen en rechtspersonen).
Verbintenis: een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee (of meer) personen, op
grond waarvan de ene persoon (schuldeiser) recht heeft op prestatie, waartoe de ander
(schuldenaar) is verplicht.
Rechtssubject: drager van rechten en plichten (natuurlijke personen en rechtspersonen).
Rechtsfeiten: gebeurtenissen waaraan het recht gevolgen (rechtsgevolgen) verbindt.
Rechtshandelingen: handelingen die op rechtsgevolg zijn gericht (art. 3:33 BW)
Feitelijke handelingen: handelingen die niet op rechtsgevolg zijn gericht, maar waar het
recht wel rechten en plichten aan verbindt.
Blote rechtsfeiten: automatische gevolgen
Totstandkoming overeenkomst
Geldige overeenkomst is er sprake van een aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW)?
Deze eenzijdige rechtshandelingen toetsen aan de elementen
persoon, totstandkoming en inhoud:
- Zijn partijen handelingsbekwaam? (persoon)
- Komt de wil overeen met de verklaring? (totstandkoming)
- Is er sprake van wilsgebrek? (totstandkoming)
- Is de overeenkomst in strijd met de wet, de goede zeden of
de openbare orde? (inhoud)
Aanbod
Een aanbod moet alle essentiële elementen van de te sluiten overeenkomst bevatten
Let verder o.a. op het volgende:
- het aanbod moet niet zijn vervallen door tijdsverloop of verwerping (art. 6:221 BW)
- het aanbod moet niet zijn herroepen (art. 6:219 BW)