Ergotherapie, T2A
HOOR- EN WERKCOLLEGE 1 / GRONDSLAGEN H14
Begrippen begrijpen:
Visie van ET: toekomstgericht, positieve relatie met handelen, gezondheid en
welzijn. (Op basis van theorieën.)
Missie van ET: beknopte omschrijving van doelstelling/kernwaarden.
Paradigma: theoretisch denkkader. (Samenhangend geheel van theorieën.)
Kennis:
Fundamentele kennis: feiten en inzichten.
Toegepaste kennis: gericht op oplossen problemen/ontwikkelen.
Praktijk kennis: ervaringskennis door bv werk.
Theorie: waarom iets werkt.
Praktijk: theorie uitvoeren.
Wat is een referentiekader?
= een systeem van vergelijkbare begrippen die met elkaar in verband staan. Deze
zijn afgeleid van theorieën. Een referentiekader biedt:
- Structuur
- Onderbouwing
- Bronnen
- Taal
- Richting
Een voorbeeld van een referentiekader in de ergotherapie is het humanistisch (op
eigen kracht) en systeemtheoretisch (op invloed van de omgeving) referentiekader.
Modellen
Een model is een vereenvoudigde weergave van inhoud of een proces. Hierin zijn
visie, missie en paradigma verwerkt.
Je hebt twee soorten modellen:
1. Procesmodel (‘routeplanner’)
a. Lineair proces alle stappen/fases één keer doorlopen
b. Cyclisch proces steeds dezelfde stappen herhalen
c. Spiraalvormig proces problemen van de cliënt op een dieper niveau
begrepen
2. Inhoudsmodel (‘bril’)
a. Medisch perspectief
b. Humanitair perspectief
c. Sociale perspectief
Daarnaast heb je nog een framework. Een framework (‘raamwerk’) is een
schematische weergave met een opsomming van begrippen die met elkaar in
verband staan.
Ergotherapeuten redeneren op drie niveaus:
1. Microniveau cliënt + systeem
2. Mesoniveau populaties/organisaties
3. Macroniveau wetten + systemen
Zie tabel 14.1 (p. 398) in Grondslagen.
1
HOOR- EN WERKCOLLEGE 1 / GRONDSLAGEN H14
Begrippen begrijpen:
Visie van ET: toekomstgericht, positieve relatie met handelen, gezondheid en
welzijn. (Op basis van theorieën.)
Missie van ET: beknopte omschrijving van doelstelling/kernwaarden.
Paradigma: theoretisch denkkader. (Samenhangend geheel van theorieën.)
Kennis:
Fundamentele kennis: feiten en inzichten.
Toegepaste kennis: gericht op oplossen problemen/ontwikkelen.
Praktijk kennis: ervaringskennis door bv werk.
Theorie: waarom iets werkt.
Praktijk: theorie uitvoeren.
Wat is een referentiekader?
= een systeem van vergelijkbare begrippen die met elkaar in verband staan. Deze
zijn afgeleid van theorieën. Een referentiekader biedt:
- Structuur
- Onderbouwing
- Bronnen
- Taal
- Richting
Een voorbeeld van een referentiekader in de ergotherapie is het humanistisch (op
eigen kracht) en systeemtheoretisch (op invloed van de omgeving) referentiekader.
Modellen
Een model is een vereenvoudigde weergave van inhoud of een proces. Hierin zijn
visie, missie en paradigma verwerkt.
Je hebt twee soorten modellen:
1. Procesmodel (‘routeplanner’)
a. Lineair proces alle stappen/fases één keer doorlopen
b. Cyclisch proces steeds dezelfde stappen herhalen
c. Spiraalvormig proces problemen van de cliënt op een dieper niveau
begrepen
2. Inhoudsmodel (‘bril’)
a. Medisch perspectief
b. Humanitair perspectief
c. Sociale perspectief
Daarnaast heb je nog een framework. Een framework (‘raamwerk’) is een
schematische weergave met een opsomming van begrippen die met elkaar in
verband staan.
Ergotherapeuten redeneren op drie niveaus:
1. Microniveau cliënt + systeem
2. Mesoniveau populaties/organisaties
3. Macroniveau wetten + systemen
Zie tabel 14.1 (p. 398) in Grondslagen.
1