Pathologieën kind – rug
Scoliose
Wat 3D zijdelingse verdraaiing en verkromming van de
wervelkolom. De grootste verkromming zit in het frontale
vlak, met in het transversale vlak een toegenomen rotatie.
Vaak ontstaan er twee bochten en een gibbus (bochel, die
ontstaat doordat de ribben die de thoracale wervels bij de
processus transversi vastzitten, meedraaien).
kan zowel thoracaal, lumbaal als cervicaal
Cobbsche hoek = raaklijnen trekken langs de meest
gekantelde craniale en caudale wervel -> hoek meten tussen
de loodlijnen -> als maat voor de ernst van de scoliose. Meting
van de vergroeiing in het frontale vlak d.m.v. röntgen. Sprake
van scoliose als de bocht >10 graden is.
Oud anatomisch onderzoek ging meer over de
driedimensionale complexiteit, dat komt nu terug d.m.v. MRI.
Merendeel van de thoracale bochten is convex naar rechts,
lumbaal is meestal convex naar links.
Oorzaak Structurele scoliose: NIET VERANDERBAAR
- 80% is idiopathisch (zonder specifieke oorzaak)
- congenitaal (aangeboren afwijking)
- veroudering of een spier-/zenuwaandoening
Niet-structurele scoliose: VERANDERBAAR (op zoek gaan naar
onderliggende lichamelijke of psychische factoren
- beenlengteverschil of slechte houding
- te zien bij kinderen die in de groei zijn; bot groeit
eerst > spieren trekken de rug iets naar een bepaalde
kant
Leeftijd - aangeboren (congenitaal -> vaak met spina bifida)
- vaak ontwikkelt het zich in de puberteit/tijdens de periode
van de meeste groei; 10 tot 15 jaar.
Progressieve bochten komen het meeste voor bij meisjes. (de
kans op progressie is zeer groot wanneer het al tussen 3 tot
10 jaar ontstaat)
Risicofactoren 1. Ziekte van Scheuermann
2. Een eenzijdige sport/belasting
3. Erfelijkheid
4. Onderliggende ziekten van bindweefsel en bot
Anamnestische kenmerken / Soms pijnklachten, des te sterker de scoliose des te groter de
symptomen beperking.
o Pijn in de rug
o Verminderde beweeglijkheid van de wervelkolom
o Scheefstand van de wervelkolom
o Lager hangende schouder aan één kant
o Een gibbus ter hoogte van de thoracale wervels
o Ademhalingsproblemen / verminderde longfunctie bij
ernstige scoliose
o Vermoeidheid / spierspanning
o Gekantelde bekken
, o Beenlengteverschil
o Minder soepel tijdens bewegen
Je wilt weten waar het kind is m.b.t. de groeispurt. Bij meisjes
dus vragen naar eerste menstruatie. Eventueel met
aanvullend röntgenonderzoek vast te stellen
Onderzoek 1 Inspectie in stand:
Bekkenstand
Processus spinosi / stand van de wervelkolom
Luchtfiguren
Hoogte van de schouders
Uitgangshouding; (mal)adaptieve compensatie
versterkte bochten in wervelkolom
Stand van de schouderbladen
2 Palpatie van bekken (frontale vlak):
Uitsluiten beenlengteverschil / bekkenrotatie
Beenlengteverschil tot 2.0 cm is oké; opmeten door
middel van centimeter vanaf trochantor major tot de
malleolus. Eventueel corrigeren met een plakje of
zooltje.
3 Palpatie wervelkolom en spiertonus (pijn?)
4 Actief bewegingsonderzoek (mobiliteit) (aangezien het gaat
om een kind kies je misschien sneller voor geleid actief).
Letten op hoekmeting en eindgevoel:
Wervelkolom:
- 2D flexie/extensie
- 3D flexie/extensie
Art. humeri & schoudergordel:
- anteflexie/retroflexie
- abductie/adductie
- endorotatie/exorotatie
5 Geleidelijk passief bewegingsonderzoek
Thoracaal: flexie/extensie
Lumbaal: flexie/extensie
Heupregio
Knieregio
Enkelregio
6 Buktest
7 Scoliometer
8 Trendelenburg
9 Thoraxexcursie (inspiratie/expiratie) alleen bij heftige
scoliose
10 Palpatie en spierkracht/lengtetesten van de spieren
(is erg lastig want heeft invloed op de gehele wervelkolom.
Welke je precies test is afhankelijk van de plek van de
scoliose). Met name positie van spieren/pezen t.o.v.
anatomische structuren zoals bekken, wervelkolom, scapula
Scoliose
Wat 3D zijdelingse verdraaiing en verkromming van de
wervelkolom. De grootste verkromming zit in het frontale
vlak, met in het transversale vlak een toegenomen rotatie.
Vaak ontstaan er twee bochten en een gibbus (bochel, die
ontstaat doordat de ribben die de thoracale wervels bij de
processus transversi vastzitten, meedraaien).
kan zowel thoracaal, lumbaal als cervicaal
Cobbsche hoek = raaklijnen trekken langs de meest
gekantelde craniale en caudale wervel -> hoek meten tussen
de loodlijnen -> als maat voor de ernst van de scoliose. Meting
van de vergroeiing in het frontale vlak d.m.v. röntgen. Sprake
van scoliose als de bocht >10 graden is.
Oud anatomisch onderzoek ging meer over de
driedimensionale complexiteit, dat komt nu terug d.m.v. MRI.
Merendeel van de thoracale bochten is convex naar rechts,
lumbaal is meestal convex naar links.
Oorzaak Structurele scoliose: NIET VERANDERBAAR
- 80% is idiopathisch (zonder specifieke oorzaak)
- congenitaal (aangeboren afwijking)
- veroudering of een spier-/zenuwaandoening
Niet-structurele scoliose: VERANDERBAAR (op zoek gaan naar
onderliggende lichamelijke of psychische factoren
- beenlengteverschil of slechte houding
- te zien bij kinderen die in de groei zijn; bot groeit
eerst > spieren trekken de rug iets naar een bepaalde
kant
Leeftijd - aangeboren (congenitaal -> vaak met spina bifida)
- vaak ontwikkelt het zich in de puberteit/tijdens de periode
van de meeste groei; 10 tot 15 jaar.
Progressieve bochten komen het meeste voor bij meisjes. (de
kans op progressie is zeer groot wanneer het al tussen 3 tot
10 jaar ontstaat)
Risicofactoren 1. Ziekte van Scheuermann
2. Een eenzijdige sport/belasting
3. Erfelijkheid
4. Onderliggende ziekten van bindweefsel en bot
Anamnestische kenmerken / Soms pijnklachten, des te sterker de scoliose des te groter de
symptomen beperking.
o Pijn in de rug
o Verminderde beweeglijkheid van de wervelkolom
o Scheefstand van de wervelkolom
o Lager hangende schouder aan één kant
o Een gibbus ter hoogte van de thoracale wervels
o Ademhalingsproblemen / verminderde longfunctie bij
ernstige scoliose
o Vermoeidheid / spierspanning
o Gekantelde bekken
, o Beenlengteverschil
o Minder soepel tijdens bewegen
Je wilt weten waar het kind is m.b.t. de groeispurt. Bij meisjes
dus vragen naar eerste menstruatie. Eventueel met
aanvullend röntgenonderzoek vast te stellen
Onderzoek 1 Inspectie in stand:
Bekkenstand
Processus spinosi / stand van de wervelkolom
Luchtfiguren
Hoogte van de schouders
Uitgangshouding; (mal)adaptieve compensatie
versterkte bochten in wervelkolom
Stand van de schouderbladen
2 Palpatie van bekken (frontale vlak):
Uitsluiten beenlengteverschil / bekkenrotatie
Beenlengteverschil tot 2.0 cm is oké; opmeten door
middel van centimeter vanaf trochantor major tot de
malleolus. Eventueel corrigeren met een plakje of
zooltje.
3 Palpatie wervelkolom en spiertonus (pijn?)
4 Actief bewegingsonderzoek (mobiliteit) (aangezien het gaat
om een kind kies je misschien sneller voor geleid actief).
Letten op hoekmeting en eindgevoel:
Wervelkolom:
- 2D flexie/extensie
- 3D flexie/extensie
Art. humeri & schoudergordel:
- anteflexie/retroflexie
- abductie/adductie
- endorotatie/exorotatie
5 Geleidelijk passief bewegingsonderzoek
Thoracaal: flexie/extensie
Lumbaal: flexie/extensie
Heupregio
Knieregio
Enkelregio
6 Buktest
7 Scoliometer
8 Trendelenburg
9 Thoraxexcursie (inspiratie/expiratie) alleen bij heftige
scoliose
10 Palpatie en spierkracht/lengtetesten van de spieren
(is erg lastig want heeft invloed op de gehele wervelkolom.
Welke je precies test is afhankelijk van de plek van de
scoliose). Met name positie van spieren/pezen t.o.v.
anatomische structuren zoals bekken, wervelkolom, scapula