Inhoudsopgave
Belangrijke begrippen.............................................................................................................................2
Functies van de maag.............................................................................................................................2
De cellagen in de maagwand..................................................................................................................3
De verschillende soorten cellen in de maag...........................................................................................4
Secretie van pepsinogeen.......................................................................................................................5
De segmenten van de maag...................................................................................................................7
De remming van de maagzuursecretie...................................................................................................8
Basale (tussen maaltijden door) staat....................................................................................................8
3 fasen van de maagsapsecretie...........................................................................................................10
Maagzuursecretie.................................................................................................................................12
Maagdiffusie barrière...........................................................................................................................13
Oefentoets maagsapsecretie................................................................................................................14
, Belangrijke begrippen
Distaal: een plaatsaanduiding van een lichaamsonderdeel dat verder van het centrum van het
lichaam ligt dan een ander lichaamsdeel. Zo is je hand distaal van je schouder want je schouder ligt
dichter bij het centrum van je lichaam dan je hand.
Proximaal: het tegenovergestelde van distaal. Een plaatsaanduiding van een lichaamsonderdeel dat
dichter bij het centrum van het lichaam ligt dan een ander lichaamsdeel.
Apicaal: het bovenste gedeelte van een lichaamsdeel/orgaan.
Basaal: het onderste gedeelte van een lichaamsdeel/orgaan.
Luminaal: in of via een holte in een buis of orgaan, zijde aan de kant van het lumen. Dus de
binnenkant van de buis/holte.
Basolateraal: buitenkant van de holte/buis.
Paracrien: hormonen die worden uitgescheiden door de klier en hun effect uitoefenen op buurcellen
van de klier.
Endocrien: hormonen die worden uitgescheiden door de klier en die hun effect uitoefenen op
doelorganen via transport door de bloedbaan.
Functies van de maag
Motorische functi e
1. De inname en het tijdelijk bewaren van voeding.
2. Het mengen van voedsel met maagsecretieproducten waaronder pepsine en zuur
3. Het malen van voedsel zodat de deeltjesgrootte kleiner wordt waardoor de spijsvertering
wordt geoptimaliseerd (oppervlaktevergroting). Ook wordt op deze manier de doorgang van
voedsel naar de pylorus mogelijk gemaakt.
4. Het reguleren van de uitgang van vastgehouden materiaal in de maag naar de
twaalfvingerige darm (duodenum).
Deze functie wordt vervuld door de gladde spieren van die maag die door hormonen worden
aangestuurd. Het afvoeren van vloeistoffen is een functie van de gladde spieren van het proximale
gedeelte van de maag terwijl het afvoeren van vaste stoffen een functie is van het antrale (in het
antrum gelegen) gedeelte van de maag.
Secretoire functi e
Het uitscheiden van maagzuur, pepsinogeen, slijm, bicarbonaat, een intrinsieke factor en water. Deze
stoffen zetten de verdere vertering van het voedsel voort die eerder is gestart door de enzymen in
het speeksel. Bovendien beschermen deze stoffen tegen beschadiging van de maag.
Hormonale functi e
De productie van gastrine en somatostatine die zowel paracriene als endocriene functies hebben.
Deze hormonen zijn van primair belang bij de regeling van de secretie van maagzuur.