De toets psychologie is een schriftelijke toets met open vragen.
Beoordelingsaspect
Kan Psychologische stromingen en de daarop gebaseerde methodieken en
interventiestrategieën herkennen en toepassen en de gemaakte keuzes in de
toepassing onderbouwen.
A. Psycho-Dynamisch,
B. Cognitief-Gedragstherapeutisch,
C. Experiëntieel en cliëntgericht
D. Systeemgericht
E. Oplossingsgericht en Positieve Psychologie
F. Lichaamsgericht
A. Psycho-analyse.
Legt de nadruk op onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten. Zo
kunnen al onze behoeften en verlangens etc, ons gedrag onbewust beïnvloeden. Veelal
voor groot deel niet bewust van onze persoonlijkheid.
Het persoonlijkheidsmodel beschreef de persoonlijkheid als een drie-eenheid die is
samengesteld uit het ID, het Ego en het Super ego.
ID: driften, oerkrachten. Het onbewuste. Vanuit hier de energie tot handelen
Ego: Bemiddelt tussen ID en Superego. Overziet de realiteit en kan objectiveren. Het
bekijkt wat zinvol en haalbaar is.
Superego: Het geweten. Hierin liggen de normen en waardn besloten.
Voorbeeld:
ID: Ik wil dat speelgoed, nu!
Ego: Misschien een compromis?
Super Ego: Je kunt dat speelgoed niet zomaar pakken.
Afweermechanismen:
Waar het ego een beroep op doet bij een conflict tussen impulsen van het ID en de eis
van het superego om deze te onderdrukken. Onbewuste maatregelen die iemand neemt
tegen te grote inspanning, pijn of sterke emotie (ego-afweer)
Verdringing: Emotioneel beladen gebeurtenis wordt weggestopt (onbewust gemaakt)
Projectie: bijvoorbeeld iemand voelt zich aangetrokken tot een ander en beschuldigt de
partner van overspel.
Regressie: Terugkeren naar eerdere ontwikkelingsfase. Door bijvoorbeeld onvolwassen
gedrag te vertonen.
Verschuiving: Woede voor persoon A afreageren op persoon B.
Overdekking: Tegenovergesteld gedrag laten zien. Bijvoorbeeld angst hebben en stoer
doen.
Rationalisatie: Wegpraten van twijfel/emotie. Een aannemelijke verklaring zoeken, die
berust niet op waarheid.
Vluchtgedrag: Andere afleiding of prikkel zoeken om emotie te vergeten.
Sublimatie: Maatschappelijk niet geaccepteerde gedragingen omzetten in wel
geaccepteerd gedrag. Bijvoorbeeld: Agressief persoon wordt bokser.
Overdracht en tegenoverdracht. Overdracht is te herkennen als er sprake is van een
gevoel of gedrag dat te heftig is of niet past bij de situatie of de persoon (extreme
woede, verliefdheid)
Overdracht: Is het beleven van gevoelens bij iemand die horen bij een ander, meestal bij
iemand uit het verleden.
Projectie: Je draagt gevoelens en gedrag die gericht zijn op de ene persoon over op een