Weekdoelen module 3 week 1
1. De anatomische- topografische terminologie op de juiste manier gebruiken.
Sagittaal snijvlak= deelt het lichaam in een linker en een rechterkant.
Midsagittale snijvlak (mediaan) = deelt het lichaam precies door het midden.
Coronaal (longitudinaal) = deelt het lichaam in een voor en een achterkant ( een ventrale en
dorsale zijde).
Transversaal= deelt het lichaam in een boven en een onderkant ( een craniaal en caudaal
gedeelte)
Caudaal (inferior)= richting de staart, de onderkant.
Craniaal (superior)= richting het hoofd, de bovenkant.
Proximaal= dichterbij het centrum van het lichaam.
Distaal= verder van het centrum van het lichaam af.
Ventraal (anterior)= aan de voorkant, de buikzijde.
Dorsaal (posterior) = aan de achterkant, de rugzijde.
Lateraal= aan de zijkant, naar buiten gericht.
Mediaal= aan de binnenzijde, naar binnen gericht.
Dexter= rechts.
Sinister= links
Anteflexie= in voorwaarste richting heffen
Retroflexie= in achterwaartste richting heffen
Adductie= naar het lichaam toe bewegen.
Abductie= van het lichaam af bewegen.
Flexie= buigen
Extensie= strekken
2. De botten, exclusief die van de handen en voeten,
benoemen en aanwijzen.
1. Os frontale: voorhoofdsbeen
2. Os zygomaticum: jukbeen
3. Orbita: oogkas
4. Maxilla: bovenkaak been
5. Mandibula: onderkaak been
6. Clavicula: sleutelbeen
7. Scapula: schouderblad
8. Sternum: borstbeen
, 9. Humerus: opperarmbeen
10. Radius: spaakbeen
11. Ulna: ellepijp
12. Femur: dijbeen
13. Patella: knieschijf
14. Fibula: kuitbeen
15. Tibia: scheenbeen
Botten borstholte:
• Manubrium (manubrium of sternum): handvat
• Corpus sterni (body of sternum): middendeel
van de sternum
• Processus xiphoideus (xiphoid process):
zwaardvormig uitsteeksel
• Ribs: ribben (er zijn in totaal 24 ribben, 12 aan
elke zijde)
De wervelkolom= columna vertebralis
Deze bestaat uit:
- 7 Vertebrae cervicales
- 12 vertebrae thoracicae
- 5 vertebrae lumbales
- 5 vertebrae sacrales (os sacrum)
- 4 vertebrae coccygeae (os coccygis)
3. De bloed- en lymfevaten van de thorax en het abdomen benoemen en aanwijzen tot op
orgaanniveau.
Primaire lymphoïde organen zijn het beenmerg
en de thymus. De secundaire lymphoïde organen
zijn de
lymfknopen,
de milt, de
keelamandelen
en lymfklieren
in de intestinal,
respiratory,
genital en
urinary tracts.
,
, 4. Van het maternale bekken de verschillende
vormen, vlakken , afmetingen en de indeling
volgens Hodge beschrijven; en het relateren
aan veranderingen in de maternale houding.
1. De anatomische- topografische terminologie op de juiste manier gebruiken.
Sagittaal snijvlak= deelt het lichaam in een linker en een rechterkant.
Midsagittale snijvlak (mediaan) = deelt het lichaam precies door het midden.
Coronaal (longitudinaal) = deelt het lichaam in een voor en een achterkant ( een ventrale en
dorsale zijde).
Transversaal= deelt het lichaam in een boven en een onderkant ( een craniaal en caudaal
gedeelte)
Caudaal (inferior)= richting de staart, de onderkant.
Craniaal (superior)= richting het hoofd, de bovenkant.
Proximaal= dichterbij het centrum van het lichaam.
Distaal= verder van het centrum van het lichaam af.
Ventraal (anterior)= aan de voorkant, de buikzijde.
Dorsaal (posterior) = aan de achterkant, de rugzijde.
Lateraal= aan de zijkant, naar buiten gericht.
Mediaal= aan de binnenzijde, naar binnen gericht.
Dexter= rechts.
Sinister= links
Anteflexie= in voorwaarste richting heffen
Retroflexie= in achterwaartste richting heffen
Adductie= naar het lichaam toe bewegen.
Abductie= van het lichaam af bewegen.
Flexie= buigen
Extensie= strekken
2. De botten, exclusief die van de handen en voeten,
benoemen en aanwijzen.
1. Os frontale: voorhoofdsbeen
2. Os zygomaticum: jukbeen
3. Orbita: oogkas
4. Maxilla: bovenkaak been
5. Mandibula: onderkaak been
6. Clavicula: sleutelbeen
7. Scapula: schouderblad
8. Sternum: borstbeen
, 9. Humerus: opperarmbeen
10. Radius: spaakbeen
11. Ulna: ellepijp
12. Femur: dijbeen
13. Patella: knieschijf
14. Fibula: kuitbeen
15. Tibia: scheenbeen
Botten borstholte:
• Manubrium (manubrium of sternum): handvat
• Corpus sterni (body of sternum): middendeel
van de sternum
• Processus xiphoideus (xiphoid process):
zwaardvormig uitsteeksel
• Ribs: ribben (er zijn in totaal 24 ribben, 12 aan
elke zijde)
De wervelkolom= columna vertebralis
Deze bestaat uit:
- 7 Vertebrae cervicales
- 12 vertebrae thoracicae
- 5 vertebrae lumbales
- 5 vertebrae sacrales (os sacrum)
- 4 vertebrae coccygeae (os coccygis)
3. De bloed- en lymfevaten van de thorax en het abdomen benoemen en aanwijzen tot op
orgaanniveau.
Primaire lymphoïde organen zijn het beenmerg
en de thymus. De secundaire lymphoïde organen
zijn de
lymfknopen,
de milt, de
keelamandelen
en lymfklieren
in de intestinal,
respiratory,
genital en
urinary tracts.
,
, 4. Van het maternale bekken de verschillende
vormen, vlakken , afmetingen en de indeling
volgens Hodge beschrijven; en het relateren
aan veranderingen in de maternale houding.