Sacro-iliacaal gewricht – persisterend
Cluster van de Wurff – 3 van de 5 moeten positief zijn, en de testen mogen in willekeurige volgorde worden uitgevoerd
1. Distraction
- Patiënt lig op rug
- De therapeut geeft gelijktijdig druk op beide SIAS naar posterior (met de
handpalmen, met gekruiste armen), in dorso-laterale richting
- Het beoogde effect is een distractie van het anterieure gedeelte van het SI
- Deze druk wordt langzaam opgebouwd en ongeveer 20-30 seconden volgehouden
- Zodra de bekende pijn optreedt, wordt de test beëindigt
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
2. Compression
- Patiënt ligt op de zij met heupen in 45 graden en knieën in 90 graden geflecteerd
- De therapeut oefent een verticale, naar beneden gerichte, druk uit op het bovenste
deel van de crista iliaca
- Deze druk wordt geleidelijk opgevoerd en tot aan 20 seconden vastgehouden
- Treden de bekende klachten op, dan wordt de test afgebroken
- De test wordt vervolgens herhaald met de patiënt liggend op de andere zijde
- Positief indien: optreden herkenbare pijn aan het posterieure gedeelte van het SI
gewricht
3. Thight thrust
- Patiënt ligt in ruglig met het testbeen in 90 graden heupflexie + maximale knieflexie +
lichte adductie
- De fixatiehand van de therapeut ligt op het sacrum, de andere hand en arm omvatten
de geflecteerde knie
- Oefen druk uit op de knie naar dorsaal, in de lijn van het femur (dus ook lichtelijk naar
mediaal)
- De druk wordt geleidelijk aan opgebouwd
- De procedure wordt aan de andere zijde herhaald
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
4. Gaenslen
- Patiënt ligt in ruglig aan de rand van de behandelbank
- Een been hangt over de rand, het andere been is in heup en knieën naar de borst van
de patiënt toe gebogen
- De therapeut geeft druk op de knie verder naar de borst toe en een tegengestelde druk
op de knie van het afhangende been richting de grond
- Deze test wordt aan beide zijdes uitgevoerd
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
5. Patrick sign
- Patiënt in ruglig, therapeut staat aan de zijkant
- Een been blijft gestrekt liggen, leg het aangedane been met de mediale zijde van de
hiel tegen de knie van het andere been
- De ft fixeert de contralaterale SIAS, met de andere hand lichte overduk uitvoeren op
de patiënts knie
- Positief indien: herkenbare diepe pijn in de heup of rond het heupgewricht
Uitgewerkte testen blok MSA – acuut + persisterend. Fleur Terschegget. Hogeschool Utrecht Fysiotherapie.
Cluster van de Wurff – 3 van de 5 moeten positief zijn, en de testen mogen in willekeurige volgorde worden uitgevoerd
1. Distraction
- Patiënt lig op rug
- De therapeut geeft gelijktijdig druk op beide SIAS naar posterior (met de
handpalmen, met gekruiste armen), in dorso-laterale richting
- Het beoogde effect is een distractie van het anterieure gedeelte van het SI
- Deze druk wordt langzaam opgebouwd en ongeveer 20-30 seconden volgehouden
- Zodra de bekende pijn optreedt, wordt de test beëindigt
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
2. Compression
- Patiënt ligt op de zij met heupen in 45 graden en knieën in 90 graden geflecteerd
- De therapeut oefent een verticale, naar beneden gerichte, druk uit op het bovenste
deel van de crista iliaca
- Deze druk wordt geleidelijk opgevoerd en tot aan 20 seconden vastgehouden
- Treden de bekende klachten op, dan wordt de test afgebroken
- De test wordt vervolgens herhaald met de patiënt liggend op de andere zijde
- Positief indien: optreden herkenbare pijn aan het posterieure gedeelte van het SI
gewricht
3. Thight thrust
- Patiënt ligt in ruglig met het testbeen in 90 graden heupflexie + maximale knieflexie +
lichte adductie
- De fixatiehand van de therapeut ligt op het sacrum, de andere hand en arm omvatten
de geflecteerde knie
- Oefen druk uit op de knie naar dorsaal, in de lijn van het femur (dus ook lichtelijk naar
mediaal)
- De druk wordt geleidelijk aan opgebouwd
- De procedure wordt aan de andere zijde herhaald
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
4. Gaenslen
- Patiënt ligt in ruglig aan de rand van de behandelbank
- Een been hangt over de rand, het andere been is in heup en knieën naar de borst van
de patiënt toe gebogen
- De therapeut geeft druk op de knie verder naar de borst toe en een tegengestelde druk
op de knie van het afhangende been richting de grond
- Deze test wordt aan beide zijdes uitgevoerd
- Positief indien: optreden herkenbare pijn
5. Patrick sign
- Patiënt in ruglig, therapeut staat aan de zijkant
- Een been blijft gestrekt liggen, leg het aangedane been met de mediale zijde van de
hiel tegen de knie van het andere been
- De ft fixeert de contralaterale SIAS, met de andere hand lichte overduk uitvoeren op
de patiënts knie
- Positief indien: herkenbare diepe pijn in de heup of rond het heupgewricht
Uitgewerkte testen blok MSA – acuut + persisterend. Fleur Terschegget. Hogeschool Utrecht Fysiotherapie.