Enkel – acuut
Problematische handeling
- Uit laten voeren handelingen relevant voor de hulpvraag.
- Kijken naar verschillende aspecten vanuit verschillende vlakken.
- Wat valt op?
- Meerdere keren laten uitvoeren, gevolgen uit halen voor de rest van het onderzoek.
- D.m.v. de analyse hypothesen veranderen of genereren).
- Indien mogelijk: dingen uitlokken, kijken of iets lukt als je het benoemd of het op een andere manier uitgevoerd wordt.
Beoordelen reactiviteit:
- Inspectie: zwelling, verkleuring, temperatuur. !!: vergelijk altijd de aangedane met de niet-aangedane zijde.
- Hydrops: fluctuatie test
Waar is de pijn gelokaliseerd? In welke mate is er zwelling en wat is de kleur ervan? Hoe is de statiek? Zijn er standsafwijkingen?
Range of motion art. talocrurale:
- Actieve en passieve ROM
- Dorsaalflexie en plantairflexie
Range of motion art. subtalare:
- Actieve en passieve ROM
- Inversie en eversie
Ottawa Ankle Rules (OAR) (fractuur)
!!: direct na de screening bij verdenking op fractuur na trauma
• Onvermogen de enkel te belasten (2x2 stappen lopen zonder hulp)
• Pijn bij palpatie van dorsale of caudale zijde van de laterale malleolus (onderste 6 cm)
• Pijn bij palpatie van dorsale of caudale zijde van de mediale melleolus (onderste 6 cm)
• Pijn bij palpatie van de basis van het os metatarsale
• Pijn bij palpatie van het os naviculare
Overige onderzoeksbevindingen die verdenking op een fractuur in de middenvoet geven zijn: asdrukpijn in de voorvoet of de hiel,
drukpijn op het verloop van de fibula
Voorste schuiflade test (integriteit kapsel-bandapparaat) – integriteit lig tibio-fibulaire ligament
- Uitgangshouding: ruglig of zit op de onderzoekstafel met de onderbenen afhangend.
- De onderzoeker omvat de hiel bij de calcaneus
- Het onderbeen wordt circa 10 cm boven de enkel gefixeerd met de andere hand. Het is uiterst
belangrijk dat de patiënt zich tijdens de test ontspant.
- Breng de enkel in plantairflexie en transleer de voet naar anterieur.
- Positief indien: er een vergrote beweging plaats vindt ten opzicht van het niet aangedane been.
- Geteste structuren: ligamentum talofibulare anterius, tibiotalare anterius en tibionaviculare.
Uitgewerkte testen blok MSA – acuut + persisterend. Fleur Terschegget. Hogeschool Utrecht Fysiotherapie.
Problematische handeling
- Uit laten voeren handelingen relevant voor de hulpvraag.
- Kijken naar verschillende aspecten vanuit verschillende vlakken.
- Wat valt op?
- Meerdere keren laten uitvoeren, gevolgen uit halen voor de rest van het onderzoek.
- D.m.v. de analyse hypothesen veranderen of genereren).
- Indien mogelijk: dingen uitlokken, kijken of iets lukt als je het benoemd of het op een andere manier uitgevoerd wordt.
Beoordelen reactiviteit:
- Inspectie: zwelling, verkleuring, temperatuur. !!: vergelijk altijd de aangedane met de niet-aangedane zijde.
- Hydrops: fluctuatie test
Waar is de pijn gelokaliseerd? In welke mate is er zwelling en wat is de kleur ervan? Hoe is de statiek? Zijn er standsafwijkingen?
Range of motion art. talocrurale:
- Actieve en passieve ROM
- Dorsaalflexie en plantairflexie
Range of motion art. subtalare:
- Actieve en passieve ROM
- Inversie en eversie
Ottawa Ankle Rules (OAR) (fractuur)
!!: direct na de screening bij verdenking op fractuur na trauma
• Onvermogen de enkel te belasten (2x2 stappen lopen zonder hulp)
• Pijn bij palpatie van dorsale of caudale zijde van de laterale malleolus (onderste 6 cm)
• Pijn bij palpatie van dorsale of caudale zijde van de mediale melleolus (onderste 6 cm)
• Pijn bij palpatie van de basis van het os metatarsale
• Pijn bij palpatie van het os naviculare
Overige onderzoeksbevindingen die verdenking op een fractuur in de middenvoet geven zijn: asdrukpijn in de voorvoet of de hiel,
drukpijn op het verloop van de fibula
Voorste schuiflade test (integriteit kapsel-bandapparaat) – integriteit lig tibio-fibulaire ligament
- Uitgangshouding: ruglig of zit op de onderzoekstafel met de onderbenen afhangend.
- De onderzoeker omvat de hiel bij de calcaneus
- Het onderbeen wordt circa 10 cm boven de enkel gefixeerd met de andere hand. Het is uiterst
belangrijk dat de patiënt zich tijdens de test ontspant.
- Breng de enkel in plantairflexie en transleer de voet naar anterieur.
- Positief indien: er een vergrote beweging plaats vindt ten opzicht van het niet aangedane been.
- Geteste structuren: ligamentum talofibulare anterius, tibiotalare anterius en tibionaviculare.
Uitgewerkte testen blok MSA – acuut + persisterend. Fleur Terschegget. Hogeschool Utrecht Fysiotherapie.