Deze verstrengeling van politiek en media wordt het politiek-publicitaire complex genoemd.
Politieke actoren gebruiken vaak een professionele en proactieve mediastrategie om zo goed
mogelijk in het nieuws te komen. Politici of politieke partijen hebben hiervoor soms
spindoctors of persvoorlichters in dienst. Ze hebben tot taak om de politicus of partij zo
gunstig mogelijk te presenteren en te coachen in de omgang met de media. Op deze manier
proberen ze de publieke opinie te beïnvloeden.
Sommigen wijzen erop dat een ontwikkeling gaande is van personalisering van politieke
berichtgeving. De politicus wordt steeds zichtbaarder en krijgt meer aandacht in plaats van
de beleidsmaatregelen. De effecten van beleid worden ook vaker verteld vanuit het
gezichtspunt van een individu.
Naast personalisering is een belangrijke recente ontwikkeling de digitalisering van de media
en de opkomst van sociale media. De rol van internet is de laatste jaren sterk gegroeid. Het
gevolg van de opkomst van digitale en sociale nieuwsmedia is dat het medialandschap
gefragmenteerd is geraakt. Er zijn tegenwoordig veel meer nieuwsbronnen gemakkelijk en
gratis beschikbaar voor burgers. Tegelijkertijd zorgt dat ervoor dat burgers vooral
nieuwsberichten vinden die aansluiten op hun eigen standpunten. Hierdoor komen burgers
alleen maar in aanraking met één selectief, ideologisch perspectief. De standpunten die ze
hebben worden niet ter discussie gesteld, maar steeds herbevestigd. Dit zou leiden tot
groeiende polarisatie tussen verschillende groepen in de maatschappij. Bovendien voldoen
deze nieuwsberichten lang niet altijd aan journalistieke waarden, zoals objectiviteit. Er is
sprake van een opkomst van nepnieuws, waarbij niet-feitelijke informatie verhuld wordt als
nieuws en verspreid wordt via websites en sociale media. Dit gebeurt soms zelfs door video’s
te manipuleren en politici woorden in de mond te leggen. Het doel van nepnieuws is vaak
om de publieke opinie te beïnvloeden. Nepnieuws wordt soms ook opgepikt door de
traditionele media, waardoor het effect nog groter is. Ook in de internationale betrekkingen
tussen staten is de verspreiding van nepnieuws soms een belangrijk machtsmiddel om
invloed uit te oefenen.
Volgens sommige politicologen kunnen sociale media zorgen voor massacommunicatie en
-mobilisatie. Vanwege het interactieve karakter van sociale media kunnen belangengroepen
zich sneller vormen en kunnen zij gemakkelijker en goedkoper met hun aanhangers
communiceren. Hierdoor zouden ook kleinere en minder rijke belangengroepen meer
invloed op het politieke proces kunnen uitoefenen, waardoor ongelijkheden tussen
belangengroepen zouden afnemen. Uit empirisch onderzoek blijkt dat juist de
belangengroepen met veel financiële middelen het actiefst zijn op sociale media. Soms
hebben ze daarvoor specifieke expertise ingehuurd. Bestaande ongelijkheden tussen
belangengroepen lijken dus niet te zijn verminderd met de opkomst van sociale media.
Hoofdstuk 9 I Democratie, coalitievorming en politieke vernieuwing
9.1 Moderne democratie
De moderne democratie is een democratische rechtsstaat. Ze is democratisch omdat de
soevereine macht door (of op zijn minst namens) het volk wordt uitgeoefend. Ze is een
rechtsstaat omdat die macht wordt beperkt ter bescherming van individuele vrijheden.
, De macht van de overheid wordt beperkt door wetten en regels die door de rechters
getoetst kunnen worden. De eerste traditie is gebaseerd op het collectivisme waarin
gelijkheid en volkssoevereiniteit centraal staan. De tweede traditie is gebaseerd op het
individualisme waarin vrijheid en rechtsbescherming centraal staan.
Democratie betekent letterlijk in het Grieks ‘volksheerschappij’ of ‘regering door het volk’.
Sommigen zien democratie als ‘regering van het volk, door het volk en voor het volk’. Bij het
omschrijven van het begrip democratie moet een onderscheid gemaakt worden tussen
formele en materiële definities. Volgens formele definities kenmerkt democratie zich door
een bepaalde besluitvormingsmethode. Besluiten worden bijvoorbeeld volgens de
meerderheidsregel genomen. Volgens materiële definities kenmerkt democratie zich door
bepaalde waarden. Voorbeelden zijn gelijkheid voor de wet, vrijheid van meningsuiting,
gehoorzaamheid aan de meerderheid en respect voor de minderheid. De formele definitie
wordt ook wel de minimale of electorale definitie genoemd: hierbij ligt de nadruk op
democratie als middel of besluitvormingsprocedure. De materiële definitie is breder en
wordt daarom ook wel maximale of rechtsstatelijke definitie genoemd, omdat er ook
aandacht is voor het doel en de gewenste resultaten van een democratie, zoals het
nastreven van bepaalde waarden zoals sociale rechtvaardigheid.
Democratie = regeringsvorm waarin (a) een meerderheid beslist
(besluitvormingsprocedure), (b) de rechten van minderheden gewaarborgd zijn (rechtsstaat)
en (c) de waarden vrijheid en gelijkheid in bepaalde mate worden gerespecteerd (waarden).
9.2 Directe en representatieve democratie
In een directe democratie worden politieke besluiten direct door alle burgers genomen. De
democratieën van vandaag zijn geen directe, maar representatieve democratieën. In een
representatieve democratie worden politieke besluiten door afgevaardigden van de burgers
genomen. Zo nemen 150 Tweede Kamerleden en 75 Eerste Kamerleden besluiten voor bijna
17 miljoen Nederlanders. Met de grondwetswijziging van 1848 kreeg Nederland
censuskiesrecht. Volgens het censuskiesrecht mochten alleen de rijkere belastingbetalers
stemmen. In 1917 kregen alle mannen van 25 jaar en ouder kiesrecht. In 1919 werd het
kiesrecht voor alle vrouwen van 25 jaar en ouder ingesteld. Daarmee was het algemeen
kiesrecht een feit. Sinds 1972 is de kiesgerechtigde leeftijd in Nederland 18 jaar.
Er bestaan nog andere vormen van directe democratie, zoals referenda, ook wel
volksraadplegingen genoemd, die op minder praktische bezwaren dan volksvergaderingen
stuiten. Bij een referendum wordt burgers gevraagd hoe zij tegen een bepaalde wet
aankijken. Burgers kunnen niet over alle onderwerpen waarover een besluit genomen moet
worden hun mening geven in een referendum. In dat geval zouden er heel veel referenda
georganiseerd moeten worden en moeten burgers zich in heel veel onderwerpen verdiepen.
Daarnaast zijn er meer principiële bezwaren tegen referenda, bijvoorbeeld dat vooral goed
geïnformeerde en politiek betrokken burgers aan referenda zouden deelnemen, wat leidt tot
ongelijke mogelijkheden om het beleid te beïnvloeden. Communiceren en stemmen via de
computer, zoals het internet, e-mail of sociale media zou misschien directe democratie
mogelijk kunnen maken. Dit wordt wel e-democratie genoemd: burgerparticipatie via de
digitale weg.
Politieke actoren gebruiken vaak een professionele en proactieve mediastrategie om zo goed
mogelijk in het nieuws te komen. Politici of politieke partijen hebben hiervoor soms
spindoctors of persvoorlichters in dienst. Ze hebben tot taak om de politicus of partij zo
gunstig mogelijk te presenteren en te coachen in de omgang met de media. Op deze manier
proberen ze de publieke opinie te beïnvloeden.
Sommigen wijzen erop dat een ontwikkeling gaande is van personalisering van politieke
berichtgeving. De politicus wordt steeds zichtbaarder en krijgt meer aandacht in plaats van
de beleidsmaatregelen. De effecten van beleid worden ook vaker verteld vanuit het
gezichtspunt van een individu.
Naast personalisering is een belangrijke recente ontwikkeling de digitalisering van de media
en de opkomst van sociale media. De rol van internet is de laatste jaren sterk gegroeid. Het
gevolg van de opkomst van digitale en sociale nieuwsmedia is dat het medialandschap
gefragmenteerd is geraakt. Er zijn tegenwoordig veel meer nieuwsbronnen gemakkelijk en
gratis beschikbaar voor burgers. Tegelijkertijd zorgt dat ervoor dat burgers vooral
nieuwsberichten vinden die aansluiten op hun eigen standpunten. Hierdoor komen burgers
alleen maar in aanraking met één selectief, ideologisch perspectief. De standpunten die ze
hebben worden niet ter discussie gesteld, maar steeds herbevestigd. Dit zou leiden tot
groeiende polarisatie tussen verschillende groepen in de maatschappij. Bovendien voldoen
deze nieuwsberichten lang niet altijd aan journalistieke waarden, zoals objectiviteit. Er is
sprake van een opkomst van nepnieuws, waarbij niet-feitelijke informatie verhuld wordt als
nieuws en verspreid wordt via websites en sociale media. Dit gebeurt soms zelfs door video’s
te manipuleren en politici woorden in de mond te leggen. Het doel van nepnieuws is vaak
om de publieke opinie te beïnvloeden. Nepnieuws wordt soms ook opgepikt door de
traditionele media, waardoor het effect nog groter is. Ook in de internationale betrekkingen
tussen staten is de verspreiding van nepnieuws soms een belangrijk machtsmiddel om
invloed uit te oefenen.
Volgens sommige politicologen kunnen sociale media zorgen voor massacommunicatie en
-mobilisatie. Vanwege het interactieve karakter van sociale media kunnen belangengroepen
zich sneller vormen en kunnen zij gemakkelijker en goedkoper met hun aanhangers
communiceren. Hierdoor zouden ook kleinere en minder rijke belangengroepen meer
invloed op het politieke proces kunnen uitoefenen, waardoor ongelijkheden tussen
belangengroepen zouden afnemen. Uit empirisch onderzoek blijkt dat juist de
belangengroepen met veel financiële middelen het actiefst zijn op sociale media. Soms
hebben ze daarvoor specifieke expertise ingehuurd. Bestaande ongelijkheden tussen
belangengroepen lijken dus niet te zijn verminderd met de opkomst van sociale media.
Hoofdstuk 9 I Democratie, coalitievorming en politieke vernieuwing
9.1 Moderne democratie
De moderne democratie is een democratische rechtsstaat. Ze is democratisch omdat de
soevereine macht door (of op zijn minst namens) het volk wordt uitgeoefend. Ze is een
rechtsstaat omdat die macht wordt beperkt ter bescherming van individuele vrijheden.
, De macht van de overheid wordt beperkt door wetten en regels die door de rechters
getoetst kunnen worden. De eerste traditie is gebaseerd op het collectivisme waarin
gelijkheid en volkssoevereiniteit centraal staan. De tweede traditie is gebaseerd op het
individualisme waarin vrijheid en rechtsbescherming centraal staan.
Democratie betekent letterlijk in het Grieks ‘volksheerschappij’ of ‘regering door het volk’.
Sommigen zien democratie als ‘regering van het volk, door het volk en voor het volk’. Bij het
omschrijven van het begrip democratie moet een onderscheid gemaakt worden tussen
formele en materiële definities. Volgens formele definities kenmerkt democratie zich door
een bepaalde besluitvormingsmethode. Besluiten worden bijvoorbeeld volgens de
meerderheidsregel genomen. Volgens materiële definities kenmerkt democratie zich door
bepaalde waarden. Voorbeelden zijn gelijkheid voor de wet, vrijheid van meningsuiting,
gehoorzaamheid aan de meerderheid en respect voor de minderheid. De formele definitie
wordt ook wel de minimale of electorale definitie genoemd: hierbij ligt de nadruk op
democratie als middel of besluitvormingsprocedure. De materiële definitie is breder en
wordt daarom ook wel maximale of rechtsstatelijke definitie genoemd, omdat er ook
aandacht is voor het doel en de gewenste resultaten van een democratie, zoals het
nastreven van bepaalde waarden zoals sociale rechtvaardigheid.
Democratie = regeringsvorm waarin (a) een meerderheid beslist
(besluitvormingsprocedure), (b) de rechten van minderheden gewaarborgd zijn (rechtsstaat)
en (c) de waarden vrijheid en gelijkheid in bepaalde mate worden gerespecteerd (waarden).
9.2 Directe en representatieve democratie
In een directe democratie worden politieke besluiten direct door alle burgers genomen. De
democratieën van vandaag zijn geen directe, maar representatieve democratieën. In een
representatieve democratie worden politieke besluiten door afgevaardigden van de burgers
genomen. Zo nemen 150 Tweede Kamerleden en 75 Eerste Kamerleden besluiten voor bijna
17 miljoen Nederlanders. Met de grondwetswijziging van 1848 kreeg Nederland
censuskiesrecht. Volgens het censuskiesrecht mochten alleen de rijkere belastingbetalers
stemmen. In 1917 kregen alle mannen van 25 jaar en ouder kiesrecht. In 1919 werd het
kiesrecht voor alle vrouwen van 25 jaar en ouder ingesteld. Daarmee was het algemeen
kiesrecht een feit. Sinds 1972 is de kiesgerechtigde leeftijd in Nederland 18 jaar.
Er bestaan nog andere vormen van directe democratie, zoals referenda, ook wel
volksraadplegingen genoemd, die op minder praktische bezwaren dan volksvergaderingen
stuiten. Bij een referendum wordt burgers gevraagd hoe zij tegen een bepaalde wet
aankijken. Burgers kunnen niet over alle onderwerpen waarover een besluit genomen moet
worden hun mening geven in een referendum. In dat geval zouden er heel veel referenda
georganiseerd moeten worden en moeten burgers zich in heel veel onderwerpen verdiepen.
Daarnaast zijn er meer principiële bezwaren tegen referenda, bijvoorbeeld dat vooral goed
geïnformeerde en politiek betrokken burgers aan referenda zouden deelnemen, wat leidt tot
ongelijke mogelijkheden om het beleid te beïnvloeden. Communiceren en stemmen via de
computer, zoals het internet, e-mail of sociale media zou misschien directe democratie
mogelijk kunnen maken. Dit wordt wel e-democratie genoemd: burgerparticipatie via de
digitale weg.