College 1
1. Piet gooit op een zaterdagmiddag, nadat hij de tuin heeft weer eens goed in orde
heeft gemaakt, zijn tuinafval in een bosje achter het nabij gelegen park. Er wordt
proces verbaal opgemaakt en Piet moet voorkomen wegens overtreding van de
gemeentelijke plaatselijke Verordening (APV). In de Wet Milieubeheer is dit ook
strafbaar gesteld. De rechter is van oordeel dat in de Wet Milieubeheer en in de
APV precies dezelfde materie geregeld wordt. Wat is rechtens juist?
a. De rechter moet de APV toepassen.
b. De rechter moet de Wet Milieubeheer toepassen.
c. De rechter mag kiezen tussen de toepassing van de Wet Milieubeheer en de
APV.
2. De rechtsregels mbt huur en verhuur worden gerekend tot het:
a. Het burgerlijk recht
b. Het publiekrecht
c. Het privaat recht
3. In de wet staat het volgende artikel: De verzoeker en iedere belanghebbende
hebben recht op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften,
de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaal. Deze
bepaling is:
a. Formeelrechtelijk
b. Materieel rechtelijk
c. Deels formeel- en deels materieelrechtelijk.
4. Peter en Aicha willen deur aan deur zelfgebakken koekjes verkopen. Zij vragen
hiervoor een vergunning (een ventvergunning) aan bij het college van B&W van
hun gemeente. Deze aanvraag en de behandeling daarvan wordt gerekend tot
het:
a. Staatsrecht
b. Consumentenrecht
c. Bestuursrecht
5. Een Staatssecretaris wordt verantwoordelijk gehouden voor een ernstig debacle.
De Tweede Kamer stemt voor een motie van wantrouwen. De Staatssecretaris
biedt daarop zijn ontslag aan aan de Koning. Bovenstaande wordt gerekend tot
het:
a. Staatsrecht
b. Arbeidsrecht
c. Bestuursrecht
, 6. Als een biologische vader van een kind dit kind juridisch wil erkennen, is
daarvoor:
a. Altijd de toestemming van de juridische moeder vereist.
b. Nooit de toestemming van de juridische moeder vereist.
c. Soms de toestemming van de juridische moeder vereist.
7. Welk van de onderstaande beweringen is juist?
a. Erkenning kan alleen door de biologische vader.
b. Een vrouw moet bij adoptie ook het kind erkennen, wil zij de juridische
moeder worden.
c. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kan alleen als het de verwekker
betreft.
College 2
8. Welk van de onderstaande beweringen over gezag en voogdij is juist?
a. Gezag wordt uitgeoefend door een of beide ouders.
b. Gezag wordt uitgeoefend door een of beide ouders of door een ouder samen
met een niet ouder.
c. Voogdij kan alleen worden uitgeoefend door een rechtspersoon.
9. Ouderlijk gezag wordt soms niet door twee maar door één persoon uitgeoefend.
In welk van de onderstaande situaties is dat niet het geval?
a. Na een echtscheiding
b. Na overlijden van een echtgenoot
c. Als het een alleenstaande moeder betreft
10.En convenant is een
a. overeenkomst die ex echtelieden sluiten na de echtscheiding om afspraken
te maken over de toekomst
b. Overeenkomst die echtelieden sluiten om het zicht van een echtscheiding de
gevolgen van de echtscheiding te regelen
c. Overeenkomst die echtelieden sluiten om in het zicht van een echtscheiding
procedurele afspraken te maken over het verloop van de
echtscheidingprocedure.
11.De meest voorkomende wijze waarop een echtscheidingsprocedure verloopt is
als volgt:
a) Advocaat dient gemeenschappelijk verzoek in bij de Rechtbank, waarna een
mondelinge behandeling volgt en vervolgens doet rechter uitspraak