JP: Stichting Thuiszorg Rotterdam/ PGGM
Rechtsvraag: is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
HR: niet alleen letten op dat wat partijen ten tijde van het aangaan van de ovk
voor ogen stond, maar óók kijken naar de wijze waarop daaraan feitelijk
uitvoering wordt gegeven. Alle kenmerken moeten in onderling verband worden
bezien.
Beknopte samenvatting/belangrijkste kern
Werknemer kan beroep doen op rechtsvermoedens (tweetal):
• Bestaan ao (is er ao?): art. 7:610a BW (gedurende 3 opeenvolgende
maanden, wekelijks dan wel gedurende tenminste 20-uur per maand arbeid
verrichten) (wg moet bewijzen dat er geen ao is).
• Omvang ao (aantal uren): art. 7:610b BW (gemiddelde omvang van de
arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden) (wn mag gunstigste
maanden kiezen)
Rechter toetst aan:
• Definitie ao art. 7:610 BW (gezag + loon + persoonlijke, productieve
arbeid). (let op: voor gezag meer nodig dan enkel instructie kunnen geven)
• Jurisprudentie bedoeling van partijen (wat stond hen voor ogen bij het
aangaan van de overeenkomst) en wijze waarop partijen feitelijk uitvoering en
daarmee inhoud hebben gegeven aan de overeenkomst). (Groen/Schroevers +
Stichting Thuiszorg Rotterdam/GGM)
Groen/Schroevers: bedoeling partijen en feitelijke invulling partijen
• Rechtsvraag: is de tussen pp gesloten overeenkomst een aovk?
• HR: in acht nemen :
1. bedoeling van partijen bij aangaan aovk Om Marlies niet berooid achter te
laten bedenken ze een alternatief voor de door Erik aan Marlies te betalen
alimentatie, verder was het niet de bedoeling dat Marlies werkelijk arbeid zou
verrichten.
2. welke wijze werd feitelijk uitvoering gegeven aan aovk? Geen arbeid verricht
3. Is er een gezagsverhouding (opdrachtgever is ook bevoegd aanwijzingen te
geven, er moet dus meer zijn om te spreken van gezag (zie vorige sheets: wie
bepaalt werktijden/rooster, wie verschaft werkmateriaal, werkapparatuur,
bedrijfskleding etc.))
Hij arbeidsovereenkomst mag je meer regelen. en
4. maatschappelijke positie pp. Welke soort mensen, juridisch? Heeft zij de
gevolgen in kunnen zien? Geen juridische achtergrond, gevolgen niet in kunnen
zien.
College 2 bevat geen jurisprudentie
College 3
Den Haan/The Box Fashion:
Rechtsvraag: is de ao binnen proeftijd beëindigd?
Feiten: Den Haan is op 15 okt. 1990 in dienst getreden van The Box
Fashion. In de ao is een proeftijd van 2 maanden overeengekomen. Op
vrijdagmiddag 14 dec. 1990 wilde de directeur van The Box Fashion een
gesprek hebben met Den Haan (De directeur had dit al een paar dagen
eerder gemeld). Den Haan had aan de secretaresse van de directeur
doorgegeven dat hij de middag vrij af nam. Later op de dag had Den Haan
nog een keer gebeld, maar de directeur was niet aanwezig. De directeur
, zou wellicht om 17:30 uur wel aanwezig zijn. Den Haan heeft om 17:30 uur
nog een keer gebeld: directeur is niet aanwezig. Uiteindelijk hebben de
directeur en Den Haan elkaar op zondagavond (16 dec. 1990) gesproken.
In dat gesprek werd Den Haan ontslagen met inachtneming van de
proeftijd.
Den Haan accepteert het ontslag niet en roept de nietigheid in, want
proeftijd was al verstreken!
Kan hier een beroep worden gedaan op het feit dat het ongerechtvaardigd
is/strijd is met de redelijkheid en billijkheid, dat strikt de hand wordt
gehouden aan de duur van de proeftijd (Den Haan beroept zich op een
strikte toepassing van de termijn, welke termijn is overschreden. De Box:
je kan nu o.b.v. de redelijkheid en billijkheid de proeftijdtermijn niet strikt
toepassen. Immers, Den Haan wist dat het zijn laatste dag van de proeftijd
was en neemt een snipperdag).
HR: The Box Fashion had maar moeten zorgen dat zij op een andere wijze
met Den Haan in contact was gekomen. Beroep op de redelijkheid en
billijkheid slaagt niet.
Een beroep op strikte toepassing van de maximale termijn van de proeftijd
kan onder omstandigheden strijd opleveren met de redelijkheid en
billijkheid, doch i.c. niet het geval.
Brabant/Van Uffelen (AVM-Accountants/Spaan hoort hier altijd bij!)
Feiten: Van Uffelen (wn) treedt op 25 maart 1968 in dienst als
assistent-makelaar bij de rechtsvoorganger van Brabant. Er is toen
ook een concurrentiebeding overeengekomen. Op 22 okt. 1973
wordt Van Uffelen benoemd tot mededirecteur. Op 28 nov. 1976
wordt ao door Van Uffelen opgezegd.
Rechtsvraag: is het concurrentiebeding, dat tussen partijen bij het
aangaan van de overeenkomst, was gesloten, nog geldig, nadat de
wn een andere functie had gekregen, en toen een nieuw
concurrentiebeding niet schriftelijk werd overeengekomen?
Concurrentiebeding beperkt wn in zijn recht om na het einde van de
dienstbetrekking werkzaam te zijn en kan de wn dus zwaarwegend
in zijn belang treffen.
Indien wijziging van de arbeidsverhouding (andere functie) zo
ingrijpend van aard is en daarmee het concurrentiebeding zwaarder
gaat drukken, dan moet het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk
worden overeengekomen, zodat de wn de consequenties van het
beding goed kan overwegen. Wn wordt beperkt in zijn recht om aan
het einde van het dienstverband werkzaam te zijn op een wijze die
hem goeddunkt en kan hem dus in een zwaarwegend belang treffen,
wijze waarop hij in levensonderhoud voorziet. (geen logische stap
maar echt ingrijpend, veel meer waard geworden).
AVM-Accountants/Spaan (Brabant/Van Uffelen erbij noemen!)