ETNOGRAFIE
- Zowel onderzoeksmethode als output van een onderzoek
- Het geven van een diepgaande beschrijving/begrip van de sociale organisatie van een menselijke groep (sociaal + structuur!)
- Het begrijpen van de betekenissen die respondenten toekennen aan zichzelf (context!)
- Constructivistische ondertoon
- Participerende observatie + veldwerk (vertrouwensrelatie opbouwen)
Ethnos = volk/ mensen
Graphia = schrijven
ONDERDRUKTE EN DEVIANTE GROEPEN
Marginalized groups: groepen onderzoeken waar ze van zeggen dat die groepen minder macht hebben in de maatschappij, ongelijk
behandeld worden of er op neergekeken worden
Conclusie: groepen zijn niet gevaarlijk of bedreigend, maar slachtoffer van een systeem dat tegen hen inwerkt
ETNOGRAFISCH ONDERZOEKSPROCES
CURSUS METHODOLOGIE CURSUS IKO
Henk Roose Peter Stevens
1. Planning veldonderzoek 1. Opzetten van een onderzoek
- Kiezen van een onderzoeksrol (zeer belangrijk!)
2. Toegang krijgen tot het veld - Kiezen van een setting
- Onderhandelen van toegang
3. Verblijf in het veld 2. Intrede in de setting
3. Het verblijf in een setting
4. Uittreden uit het veld - Aanpassen aan cultuur
- Kiezen van informanten
5. Voor- en nadelen van veldonderzoek - Observeren
4. Uittreden
5. Mogelijke problemen in etnografisch onderzoek
1
, FASE 1: OPZETTEN VAN EEN ONDERZOEK
KIEZEN VAN EEN ONDERZOEKSROL
TYPES VELDONDERZOEK
- Participeren en/of observeren?
- Open en/of verborgen?
- Coöperatief (vertrouwen) of investigatief (vertrouwen)?
TYPOLOGIE VAN GOLD (1958)
- Volledig participant: niemand weet dat hij een onderzoeker is
- Participant als observator: de betrokkenen kennen de onderzoeker en weten wat hij komt doen
- Observator als participant: onderzoeker is een buitenstaander en wordt door informanten geïntroduceerd
- Volledig observator: onderzoeker wordt bekeken als een vreemdeling, er is geen sprake van participatie
KIEZEN VAN EEN SETTING
1. Gemeenschap, groep, organisatie
2. Theoretische relevantie van settings
3. Toegankelijk en bereikbaar
4. Beperkt aantal
5. Steekproeftrekking
6. Inspelen op niet geanticipeerde opportuniteiten (je kan de setting niet altijd op voorhand plannen)
ONDERHANDELEN VAN TOEGANG
1. Continue gegeven
2. Afhankelijk van gatekeepers
3. Volgorde kan invloed hebben op hoe makkelijk/moeilijk het om nadien bepaalde cases te selecteren
4. Perceptie van de rol van de onderzoeker/participant
5. Beperkingen/opportuniteiten
2
- Zowel onderzoeksmethode als output van een onderzoek
- Het geven van een diepgaande beschrijving/begrip van de sociale organisatie van een menselijke groep (sociaal + structuur!)
- Het begrijpen van de betekenissen die respondenten toekennen aan zichzelf (context!)
- Constructivistische ondertoon
- Participerende observatie + veldwerk (vertrouwensrelatie opbouwen)
Ethnos = volk/ mensen
Graphia = schrijven
ONDERDRUKTE EN DEVIANTE GROEPEN
Marginalized groups: groepen onderzoeken waar ze van zeggen dat die groepen minder macht hebben in de maatschappij, ongelijk
behandeld worden of er op neergekeken worden
Conclusie: groepen zijn niet gevaarlijk of bedreigend, maar slachtoffer van een systeem dat tegen hen inwerkt
ETNOGRAFISCH ONDERZOEKSPROCES
CURSUS METHODOLOGIE CURSUS IKO
Henk Roose Peter Stevens
1. Planning veldonderzoek 1. Opzetten van een onderzoek
- Kiezen van een onderzoeksrol (zeer belangrijk!)
2. Toegang krijgen tot het veld - Kiezen van een setting
- Onderhandelen van toegang
3. Verblijf in het veld 2. Intrede in de setting
3. Het verblijf in een setting
4. Uittreden uit het veld - Aanpassen aan cultuur
- Kiezen van informanten
5. Voor- en nadelen van veldonderzoek - Observeren
4. Uittreden
5. Mogelijke problemen in etnografisch onderzoek
1
, FASE 1: OPZETTEN VAN EEN ONDERZOEK
KIEZEN VAN EEN ONDERZOEKSROL
TYPES VELDONDERZOEK
- Participeren en/of observeren?
- Open en/of verborgen?
- Coöperatief (vertrouwen) of investigatief (vertrouwen)?
TYPOLOGIE VAN GOLD (1958)
- Volledig participant: niemand weet dat hij een onderzoeker is
- Participant als observator: de betrokkenen kennen de onderzoeker en weten wat hij komt doen
- Observator als participant: onderzoeker is een buitenstaander en wordt door informanten geïntroduceerd
- Volledig observator: onderzoeker wordt bekeken als een vreemdeling, er is geen sprake van participatie
KIEZEN VAN EEN SETTING
1. Gemeenschap, groep, organisatie
2. Theoretische relevantie van settings
3. Toegankelijk en bereikbaar
4. Beperkt aantal
5. Steekproeftrekking
6. Inspelen op niet geanticipeerde opportuniteiten (je kan de setting niet altijd op voorhand plannen)
ONDERHANDELEN VAN TOEGANG
1. Continue gegeven
2. Afhankelijk van gatekeepers
3. Volgorde kan invloed hebben op hoe makkelijk/moeilijk het om nadien bepaalde cases te selecteren
4. Perceptie van de rol van de onderzoeker/participant
5. Beperkingen/opportuniteiten
2