KENL06 samenvatting
RA
Externe veiligheid:
- Basis van het EV-beleid: Risicobenadering
(i.t.t. bv. Beleid vuurwerk = effectbenadering)
- Risico = K x E
Dus denkend in risicoscenario’s met effecten (E) buiten een inrichting of
transport-as en de mate van onzekerheid of deze effecten zullen optreden (K)
- In EV Risico = kansgetal x Effect (het gevolg)
Kansgetal: kans als begrip dat aangeeft welke mate van (on)zekerheid er over
iets bestaat.
Wat kan er gebeuren is geen onzekerheid, wel of het zal gebeuren kansgetal.
Kans als getal: vanaf 0 tot en met 1
Bereking Plaatsgebonden risico:
Het plaatsgebonden risico is een maat voor kans op dodelijke effect op een
bepaalde plaats en is samengesteld uit:
- Kans op ongeluk (p1)
- Kans op bloostelling aan effecten (p2)
- Kans op overlijden (letaliteit) (p3)
- Kans op aanwezigheid burger (wordt op p=1 gesteld) (p4)
De berekening van PR is als volgt:
- Op een bepaalde plaats is een burger aanwezig
- Deze burger is daar 100% van de tijd aanwezig
- De burger is volledig onbeschermd
- Voor die plaatsen bereken je de kans dat hij dood gaat door ongevallen
met gevaarlijke stoffen te beschouwen die dat veroorzaken.
- Je gaat opzoek naar die plaatsen rondom een risicobron waar de
overlijdenskans 10-6 per jaar is
- Verbinden van alle plaatsen met deze overlijdenskans geeft een
risicocontour.
Invloedsgebied:
Waarbinnen nader te bepalen schadelijke effecten voor de gezondheid kunnen
optreden bij een ongeval met een gevaarlijke stof. Maatgevend is het aantal
dodelijke slachtoffers.
Bij het invloedsgebied wordt gebruik gemaakt van de 1%-letaleitsgrens: Dit is
de afstand waarbinnen 1:100 personen zal overlijden bij een bepaald scenario
met een gevaarlijke stof. De letaleitsgrenzen zijn o.a. afhankelijk van de aard van
de gevaarlijke stof, de hoeveelheid en het soort incident. Maar ook van de
weersomstandigheden.
100%-letaliteitsgrens: de afstand waarbinnen alle aanwezige personen zullen
overlijden bij een bepaald scenario (bv. Een explosie) met een gevaarlijke stof.
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA): wordt gebruikt om beslissingen te nemen
over de aanvaardbaarheid van het risico in relatie tot ontwikkelingen bij een
bedrijf of in de omgeving van een inrichting of een transportroute. Om de
resultaten van een QRA te kunnen gebruiken moeten deze:
- Verifieerbaar
- Reproduceerbaar
- Vergelijkbaar
, Alle QRA’s moeten dus o.b.v. dezelfde uitgangspunten, modellen en
basisgegevens worden uitgevoerd,
De achtergrond van de QRA bestaat uit 4 boeken:
- Rode boek, methoden waarmee kansen worden bepaald en verwerkt (PGS
4, kansen)
- Gele boek, modellen waarmee de uitstroming en de verspreiding van
gevaarlijke stoffen in de omgeving kan worden bepaald (PGS 2, effecten)
- Groene boek, effecten van de blootstelling aan toxische stoffen,
warmtestraling en overdruk op de mens (PGS 1, schade)
- Paarse boek, overige uitganspunten en gegevens die nodig zijn voor een
QRA-berekening (PGS3, QRA)
Na de introductie van het Bevi nam de noodzaak tot een grotere eenduidigheid in
rekenresultaten toe:
- Uitvoeren QRA-berekening voor inrichtingen die onder het Bevi vallen
wordt één rekenpakket voorgeschreven (SAFETI-NL)
- Het paarse boek wordt voor inrichtingen vervangen door een handleiding
Risicoberekening Bevi
De combinatie van de 2 rekenpakketten heet: Rekenmethodiek Bevi
Het opstellen van een QRA:
- Subselectie (vaststellen insluitsystemen)
o Selectie van de insluitsystemen die bepalend zijn voor het externe
risico en dus in de QRA moeten worden meegenomen
o Inrichten verdelen in insluitsystemen met gevaarlijke stoffen
o Selectie van relevante insluitsystemen o.b.v. effectafstanden
(effectroute)
o Plan per insluitsysteem:
Bepaal de maximale effecafstand (E)
Bepaal de minimale afstand tot de terreingrens (T)
Indien E > T: insluitsysteem geselecteerd voor QRA
Indien aantal insluitsystemen > 5: overweeg
selectiegetalroute
- Vaststellen faalscenario’s en kansen
o Generieke scenario’s en kansen (uitgangspunt: bedrijf voldoet aan
standaarden voor goede bedrijfsvoering)
- Modellering in SAFETI-NL
RA
Externe veiligheid:
- Basis van het EV-beleid: Risicobenadering
(i.t.t. bv. Beleid vuurwerk = effectbenadering)
- Risico = K x E
Dus denkend in risicoscenario’s met effecten (E) buiten een inrichting of
transport-as en de mate van onzekerheid of deze effecten zullen optreden (K)
- In EV Risico = kansgetal x Effect (het gevolg)
Kansgetal: kans als begrip dat aangeeft welke mate van (on)zekerheid er over
iets bestaat.
Wat kan er gebeuren is geen onzekerheid, wel of het zal gebeuren kansgetal.
Kans als getal: vanaf 0 tot en met 1
Bereking Plaatsgebonden risico:
Het plaatsgebonden risico is een maat voor kans op dodelijke effect op een
bepaalde plaats en is samengesteld uit:
- Kans op ongeluk (p1)
- Kans op bloostelling aan effecten (p2)
- Kans op overlijden (letaliteit) (p3)
- Kans op aanwezigheid burger (wordt op p=1 gesteld) (p4)
De berekening van PR is als volgt:
- Op een bepaalde plaats is een burger aanwezig
- Deze burger is daar 100% van de tijd aanwezig
- De burger is volledig onbeschermd
- Voor die plaatsen bereken je de kans dat hij dood gaat door ongevallen
met gevaarlijke stoffen te beschouwen die dat veroorzaken.
- Je gaat opzoek naar die plaatsen rondom een risicobron waar de
overlijdenskans 10-6 per jaar is
- Verbinden van alle plaatsen met deze overlijdenskans geeft een
risicocontour.
Invloedsgebied:
Waarbinnen nader te bepalen schadelijke effecten voor de gezondheid kunnen
optreden bij een ongeval met een gevaarlijke stof. Maatgevend is het aantal
dodelijke slachtoffers.
Bij het invloedsgebied wordt gebruik gemaakt van de 1%-letaleitsgrens: Dit is
de afstand waarbinnen 1:100 personen zal overlijden bij een bepaald scenario
met een gevaarlijke stof. De letaleitsgrenzen zijn o.a. afhankelijk van de aard van
de gevaarlijke stof, de hoeveelheid en het soort incident. Maar ook van de
weersomstandigheden.
100%-letaliteitsgrens: de afstand waarbinnen alle aanwezige personen zullen
overlijden bij een bepaald scenario (bv. Een explosie) met een gevaarlijke stof.
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA): wordt gebruikt om beslissingen te nemen
over de aanvaardbaarheid van het risico in relatie tot ontwikkelingen bij een
bedrijf of in de omgeving van een inrichting of een transportroute. Om de
resultaten van een QRA te kunnen gebruiken moeten deze:
- Verifieerbaar
- Reproduceerbaar
- Vergelijkbaar
, Alle QRA’s moeten dus o.b.v. dezelfde uitgangspunten, modellen en
basisgegevens worden uitgevoerd,
De achtergrond van de QRA bestaat uit 4 boeken:
- Rode boek, methoden waarmee kansen worden bepaald en verwerkt (PGS
4, kansen)
- Gele boek, modellen waarmee de uitstroming en de verspreiding van
gevaarlijke stoffen in de omgeving kan worden bepaald (PGS 2, effecten)
- Groene boek, effecten van de blootstelling aan toxische stoffen,
warmtestraling en overdruk op de mens (PGS 1, schade)
- Paarse boek, overige uitganspunten en gegevens die nodig zijn voor een
QRA-berekening (PGS3, QRA)
Na de introductie van het Bevi nam de noodzaak tot een grotere eenduidigheid in
rekenresultaten toe:
- Uitvoeren QRA-berekening voor inrichtingen die onder het Bevi vallen
wordt één rekenpakket voorgeschreven (SAFETI-NL)
- Het paarse boek wordt voor inrichtingen vervangen door een handleiding
Risicoberekening Bevi
De combinatie van de 2 rekenpakketten heet: Rekenmethodiek Bevi
Het opstellen van een QRA:
- Subselectie (vaststellen insluitsystemen)
o Selectie van de insluitsystemen die bepalend zijn voor het externe
risico en dus in de QRA moeten worden meegenomen
o Inrichten verdelen in insluitsystemen met gevaarlijke stoffen
o Selectie van relevante insluitsystemen o.b.v. effectafstanden
(effectroute)
o Plan per insluitsysteem:
Bepaal de maximale effecafstand (E)
Bepaal de minimale afstand tot de terreingrens (T)
Indien E > T: insluitsysteem geselecteerd voor QRA
Indien aantal insluitsystemen > 5: overweeg
selectiegetalroute
- Vaststellen faalscenario’s en kansen
o Generieke scenario’s en kansen (uitgangspunt: bedrijf voldoet aan
standaarden voor goede bedrijfsvoering)
- Modellering in SAFETI-NL