Onmiddellijk na de oorlog belande België in een economische crisis. Daar geraakte ze al snel bovenop dankzij de
Amerikaanse steun via het Marshallplan (> voorzag in goedkope kredieten en aanvoer goederen). De periode na 1950
kan ingedeeld worden in 4 fasen.
Opmerking: Het ‘Sociaal Pact’ (1948), met als kerninstelling ‘institutionalisering v/h paritair overleg tss werkgevers
en werknemers’ was geen garantie voor sociale vrede, integendeel. Nadat andere politieke tegenstellingen waren
opgelost (o.a. koningskwestie van 1950; Schoolstrijd van 1958) kwam de sociale kwestie weer opflakkeren, hetgeen
niet gemakkelijk zal worden… Nieuwe maatregelen o.a. keynesiaanse politiek en fordisme zullen wortel schieten.
0. PREQUEL: SOCIALE EN ECONOMSISCHE BLOEI 1935-50
▪ 1935-38: 1e poging tot keynesiaanse politiek door programma van grote openbare werken
(> mislukte, dus pas na WOII effectief doorgang)
▪ 1948: Wet op organisatie v/d economie > ontstaan ondernemingsraad1 en nieuwe economische
instellingen die de sturing v/h bedrijfsleven moesten bevorderen.
o Oprichting Centrale Raad voor Bedrijfsleven (CRB) > eco. advies geven tss vakbonden en werknemers
o Zusterraden: Nationale Arbeidsraad, Comité voor veiligheid en hygiëne.
▪ Naast de economische omstandigheden verbeterden ook de sociale omstandigheden in de periode, verklaar.
o Sociale zekerheid: > werd van enkel loontrekkers, algemeen verbreed (o.a. zelfstandigen; maar
tot vandaag weinig bescherming)
o Werkplaats: > werknemers meer rechten en betere bescherming, betere
arbeidsvoorwaarden, ontslag werd moeilijker en financieel beter vergoed,
werkduur wordt afgebouwd
o Meer sociaal overleg > wel nog wettelijk bekrachtiging nodig
Hoewel dat deze sociale maatregelen het leven grondig herschikte en het sociale vangnet efficiënter werd waren
werkgevers niet altijd tevreden met de extra sociale lasten, al zorgde het wel voor voorspelbaarheid en sociale vrede.
1
DEFINITIE: Vormt in België één van de modellen van personeelsvertegenwoordiging in een bedrijf. Zodra een bedrijf een
bepaald aantal werknemers heeft (100tal) moet zij een ondernemingsraad oprichten. Taken? Info krijgen over
toekomstperspectieven en productiviteit v/h bedrijf in kwestie; advies geven aan bedrijf over personeelspolitiek en
arbeidsorganisatie; medezeggenschap over arbeidsreglement, data jaarlijkse vakantie of dienstroosters > maatregelen zodat de
werknemers mede inspraak hebben in de organisatie als beschermingsmaatregel.
, 1. 1950-61: EXPANSIEPOLITEIK IN MOEILIJK SOCIAAL EN ECONOMISCH LANDSCHAP
▪ Na 1950 geraakte de Belgische economie achterop en begon de staat inspanningen te leveren om deze op te
krikken. Toekomstprognoses werden opgesteld (1959) en dit kwam uit de bus:
o Expansiewetten overheid > in de idee de economie te stimuleren in regio’s met hoge werkloosheid
▪ Moeizame economische ontwikkeling door conservatisme Belgische ondernemers (o.a. zware
industrie en mijnbouw) > weinig groeikansen + periode arbeidsmigratie (Italianen) als
oplossing arbeidstekorten
▪ Poging tot pos. dynamiek op te wekken door:
• Infrastructuurwerken
• Fiscale voordelen te verlenen aan nieuwe bedrijven
• Soberheidsbeleid: Stijging belastingen en sociale uitgaven beperken
> begroting in evenwicht houden
▪ Opstart Keynesiaanse aanpak (door o.m. infrastructuurwerken)
o GEVOLG:
▪ SOCIALE ONRUST (o.a. stakingsgolf 1960 – 61 – vooral Wallonië; industriearbeiders)
▪ Focus op ECONOMISCHE VERNIEUWING (o.a. vestiging buitenlandse multinationals – vooral
in Vlaanderens gunstige ligging (waterwegen, transportkruispunten, havens etc.)
• Aangezien mijnbouw (Wallonië) steeds minder rendabel werd, ten voordele v. o.a.
petrochemische industrie in Vlaanderen → boost jaren 60’s
▪ Wegbereiders naar Keynesiaanse politiek en fordisme