Thema 2 - Chemische stoffen in organismen
1. Chemische samenstellingen van organismen
Anorganische stoffen Water
Mineralen
Gassen
Organische stoffen ( koolstofverbindingen) Sachariden
Lipiden
Proteïnen
Nucleïnezuren
ATP
Anatomie Opbouw van het organisme
Fysiologie en biochemie Werking van het organisme
2. Anorganische verbindingen in organismen
Functies van water in een organisme Oplosmiddel
Transportmiddel
Reactieproduct in chemische
reacties
Warmteregeling functie
Smeer-of glijmiddel
Gebruik maken van hoge
oppervlaktespanning
fotosynthese
gebruik van O2 tijdens aerobe celademhaling
Transport van O2 in het bloed vnl. d.m.v. hemoglobine
oxigenatie t.h.v. longcapillairen, hémoglobine ->
oxyhemoglobine
deoxigenatie t.h.v. weefselcapillairen, oxyhemoglobine -> hemoglobine
Productie van CO2 tijdens aerobe celademhaling
Verbruik van CO2 tijdens fotosynthese
Transport van CO2 - opgelost in bloedplasma - als zuur
(waterstofcarbonaat), opgelost in water - als carbaminohemoglobine,
gebonden met hemoglobine
Mitochondriën Er word koolstofdioxide geproduceerd in de “ tijdens aerobe
, celademhaling
Na+ Extracellulaire vloeistof, geleiding van impulsen, waterhuishouding
K+ Intracellulaire vloeistof, geleiding van impulsen, waterhuishouding
Ca²+ In beenweefsel+ tanden, rol bij spierconcentraties, onontbeerlijk bij bloedstolling
Mg²+ Intracellulaire vloeistof (K+), functioneren van spieren en zenuwen,
chlorofylmoleculen
Fe²+ Ijzer in hemoglobine, rol in de zuurstofbinding en zuurstoftransport, om chlorofyl
a.t make
Po³4- In beenweefsel en tanden
Cl- In maag
Hemoglobine Een proteïne met de eigenschappen:
1. Grote affiniteit voor het gas.
2. De mogelijkheid om de zuurstofmoleculen gemakkelijk af te
geven.
Een proteïne die in staat is O2, CO2 en CO te binden en te
transporteren in de rode
bloedcellen.
Myoglobine In spiercellen is “ in staat O2 tijdelijk op te slaan.
Hemoglobinemolecule I/d rode bloedcellen met vier moleculen o2 binden (oxigenatie).
3. (Organische) koolstofverbindingen in organismen
Biomoleculen Sachariden
Lipiden
Proteïnen
Nucleïnezuren
Vaak macromoleculen of polymeren: grote moleculen opgebouwd uit kleinere eenheden, nl.
bouwstenen of monomeren
Sachariden (= koolydraden/suikers)
Lengte Monosachariden
Disachariden
Polysachariden
Monosachariden glucose ( bouwsteen), fructose (vruchten)
galactose: C6H12O6 : energiebron
Disachariden sacharose(gl-fr)(kristalsuiker) , lactose(gal-
gl)(melk), maltose (gl-gl)(bierbereiding):
C12H22O11
Polysachariden zetmeel(reservesuiker plant), glycogeen(rs
dier),cellulose (bouwelement celwand
plant)
1. Chemische samenstellingen van organismen
Anorganische stoffen Water
Mineralen
Gassen
Organische stoffen ( koolstofverbindingen) Sachariden
Lipiden
Proteïnen
Nucleïnezuren
ATP
Anatomie Opbouw van het organisme
Fysiologie en biochemie Werking van het organisme
2. Anorganische verbindingen in organismen
Functies van water in een organisme Oplosmiddel
Transportmiddel
Reactieproduct in chemische
reacties
Warmteregeling functie
Smeer-of glijmiddel
Gebruik maken van hoge
oppervlaktespanning
fotosynthese
gebruik van O2 tijdens aerobe celademhaling
Transport van O2 in het bloed vnl. d.m.v. hemoglobine
oxigenatie t.h.v. longcapillairen, hémoglobine ->
oxyhemoglobine
deoxigenatie t.h.v. weefselcapillairen, oxyhemoglobine -> hemoglobine
Productie van CO2 tijdens aerobe celademhaling
Verbruik van CO2 tijdens fotosynthese
Transport van CO2 - opgelost in bloedplasma - als zuur
(waterstofcarbonaat), opgelost in water - als carbaminohemoglobine,
gebonden met hemoglobine
Mitochondriën Er word koolstofdioxide geproduceerd in de “ tijdens aerobe
, celademhaling
Na+ Extracellulaire vloeistof, geleiding van impulsen, waterhuishouding
K+ Intracellulaire vloeistof, geleiding van impulsen, waterhuishouding
Ca²+ In beenweefsel+ tanden, rol bij spierconcentraties, onontbeerlijk bij bloedstolling
Mg²+ Intracellulaire vloeistof (K+), functioneren van spieren en zenuwen,
chlorofylmoleculen
Fe²+ Ijzer in hemoglobine, rol in de zuurstofbinding en zuurstoftransport, om chlorofyl
a.t make
Po³4- In beenweefsel en tanden
Cl- In maag
Hemoglobine Een proteïne met de eigenschappen:
1. Grote affiniteit voor het gas.
2. De mogelijkheid om de zuurstofmoleculen gemakkelijk af te
geven.
Een proteïne die in staat is O2, CO2 en CO te binden en te
transporteren in de rode
bloedcellen.
Myoglobine In spiercellen is “ in staat O2 tijdelijk op te slaan.
Hemoglobinemolecule I/d rode bloedcellen met vier moleculen o2 binden (oxigenatie).
3. (Organische) koolstofverbindingen in organismen
Biomoleculen Sachariden
Lipiden
Proteïnen
Nucleïnezuren
Vaak macromoleculen of polymeren: grote moleculen opgebouwd uit kleinere eenheden, nl.
bouwstenen of monomeren
Sachariden (= koolydraden/suikers)
Lengte Monosachariden
Disachariden
Polysachariden
Monosachariden glucose ( bouwsteen), fructose (vruchten)
galactose: C6H12O6 : energiebron
Disachariden sacharose(gl-fr)(kristalsuiker) , lactose(gal-
gl)(melk), maltose (gl-gl)(bierbereiding):
C12H22O11
Polysachariden zetmeel(reservesuiker plant), glycogeen(rs
dier),cellulose (bouwelement celwand
plant)