Zelfstudie Abdomen
A: Algemeen (Hyttel H14)
1. Uit welk kiemblad is de darm afkomstig?
endoderm
2. Wanneer in de ontwikkeling ontstaat de darmbuis?
Bij de kop naar kont krommingen (sagittaal vlak) en de vouwing in transversaal vlak
3. De primitieve darmbuis wordt onderverdeeld in 3 delen. Welke zijn dat?
Forgut, midgut, hindgut (voordarm, middendarm en einddarm)
4. De middendarm staat in verbinding met de dooierzak/ allantoïs *; de einddarm met de dooierzak/
allantoïs *. (* doorhalen wat niet van toepassing is)
5. De ophanging van het maagdarmkanaal vindt zijn oorsprong in het mesoderm. Welke embryonaal
aangelegde ophanging blijft bestaan over de hele lengte van het maagdarmkanaal, de ventrale of de
dorsale ophanging?
De dorsale ophanging
6. Streep de organen door die niet uit de primitieve darmbuis ontstaan: hart/ longen/ lever/ pancreas/
nier/ geslachtsapparaat (opening in ieder geval wel).
7. Hoe komt de slokdarm aan zijn lengte?
Door de groei van de thorax en de ontwikkeling van het hart en de longen wordt de slokdarm smaller en meer
uitgerekt.
8. Welke diersoortverschillen zijn er in de aanwezigheid van type spierweefsel in de slokdarm?
De verdeling van de slokdarmklieren is soort specifiek. De structuur van de tunica muscularis is ook
verschillend bij verschillende soorten. Bij de ene soort bestaat het uit dwarsgestreept spierweefsel en bij de
ander uit glad spierweefsel.
9. Verklaar het verschil in lengte van dorsale en ventrale zijde van de embryonale maag.
De dorsale bocht in de maag is groter dan de ventrale bocht, hierdoor ontstaat er een komma vorm. Dit komt
door de lengte van de ophangbanden die verschilt door draaiing van de maan.
10. De embryonale maag maakt 2 draaiingen door met als resultaat dat de oorspronkelijke dorsale zijde
……………caudaal/ ………………….ventraal komt te liggen.
11. Welke bloedvaten worden door het leverweefsel omgroeid/opgenomen?
Aanvoerende: a. hepatica, v. porta, v. umbilicalis. Afvoerend: vv. Hepaticae
12. Welk(e) de(e)l(en) van de van de volgroeide lever is (zijn) uit het septum transversum ontstaan?
De bindweefselstructuren
13. Bij welke diersoorten verdwijnt de primaire aanleg van de galblaas?
Paarden en ratten
14. Waar bevindt zich het omentum minus (= lesser omentum)?
Aan de ventrale kant van de maag (kleine bocht)
15. Hoe is de lever uiteindelijk nog bevestigd aan het diafragma?
Door de coronary, triangular en falciform ligaments
16. Waar bevindt zich het ligamentum falciforme?
Een peritoneale vouwing verlengd vanaf de navel naar de lever. Daarna door vouwing tussen de lever en het
diafragma, ventraal van de vena cava caudalis
17. Wat is de oorzaak van de fysiologische navelbreuk?
De darmen gaan om elkaar heen draaien en het jejunum groeit sterk waardoor het niet meer past.
, 18. De einddarm sluit aan op het proctodeum en is ervan gescheiden door een membraan. Welke?
Membrana cloacalis
19. Uit welke kiemlaag is dit membraan afkomstig?
Endoderm aan darmzijde en ectoderm aan amnion zijde (proctodeum is ectodermaal)
20. Hoe ontstaat de scheiding tussen digestie- en urineafvoerapparaat?
Er komt een instulping in de cloaca waardoor er een septum ontstaat: urorectale septum
21. Het cloacaal membraan wordt door het septum urorectale opgesplitst in 2 membranen, te weten
………………anal membrane en ………………urogenital membrane
22. Het peritoneum verzorgt de ophanging van de buikorganen. De ophanging van de darmen noemen we
…………………mesenterium, meso-
23. Een peritoneumplooi die oversteekt van orgaan naar orgaan noemen we …………………omentum
24. Wat is de betekenis van de termen intra- en retroperitoneaal?
Intraperitoneaal = in het buikvlies
Retroperitoneaal =achter het buikvlies
25. Hoe ontstaat de bursa omentalis (= ruimte tussen het oppervlakkige en diepe blad van het omentum
majus)?
Met de eerste draaiing van de maag beweegt de dorsale mesogastrium van dorsaal naar een linker positie
waarbij een zak wordt gevormd. Deze zak ontwikkelt zich later tot de bursa omentalis.
A: Algemeen (Hyttel H14)
1. Uit welk kiemblad is de darm afkomstig?
endoderm
2. Wanneer in de ontwikkeling ontstaat de darmbuis?
Bij de kop naar kont krommingen (sagittaal vlak) en de vouwing in transversaal vlak
3. De primitieve darmbuis wordt onderverdeeld in 3 delen. Welke zijn dat?
Forgut, midgut, hindgut (voordarm, middendarm en einddarm)
4. De middendarm staat in verbinding met de dooierzak/ allantoïs *; de einddarm met de dooierzak/
allantoïs *. (* doorhalen wat niet van toepassing is)
5. De ophanging van het maagdarmkanaal vindt zijn oorsprong in het mesoderm. Welke embryonaal
aangelegde ophanging blijft bestaan over de hele lengte van het maagdarmkanaal, de ventrale of de
dorsale ophanging?
De dorsale ophanging
6. Streep de organen door die niet uit de primitieve darmbuis ontstaan: hart/ longen/ lever/ pancreas/
nier/ geslachtsapparaat (opening in ieder geval wel).
7. Hoe komt de slokdarm aan zijn lengte?
Door de groei van de thorax en de ontwikkeling van het hart en de longen wordt de slokdarm smaller en meer
uitgerekt.
8. Welke diersoortverschillen zijn er in de aanwezigheid van type spierweefsel in de slokdarm?
De verdeling van de slokdarmklieren is soort specifiek. De structuur van de tunica muscularis is ook
verschillend bij verschillende soorten. Bij de ene soort bestaat het uit dwarsgestreept spierweefsel en bij de
ander uit glad spierweefsel.
9. Verklaar het verschil in lengte van dorsale en ventrale zijde van de embryonale maag.
De dorsale bocht in de maag is groter dan de ventrale bocht, hierdoor ontstaat er een komma vorm. Dit komt
door de lengte van de ophangbanden die verschilt door draaiing van de maan.
10. De embryonale maag maakt 2 draaiingen door met als resultaat dat de oorspronkelijke dorsale zijde
……………caudaal/ ………………….ventraal komt te liggen.
11. Welke bloedvaten worden door het leverweefsel omgroeid/opgenomen?
Aanvoerende: a. hepatica, v. porta, v. umbilicalis. Afvoerend: vv. Hepaticae
12. Welk(e) de(e)l(en) van de van de volgroeide lever is (zijn) uit het septum transversum ontstaan?
De bindweefselstructuren
13. Bij welke diersoorten verdwijnt de primaire aanleg van de galblaas?
Paarden en ratten
14. Waar bevindt zich het omentum minus (= lesser omentum)?
Aan de ventrale kant van de maag (kleine bocht)
15. Hoe is de lever uiteindelijk nog bevestigd aan het diafragma?
Door de coronary, triangular en falciform ligaments
16. Waar bevindt zich het ligamentum falciforme?
Een peritoneale vouwing verlengd vanaf de navel naar de lever. Daarna door vouwing tussen de lever en het
diafragma, ventraal van de vena cava caudalis
17. Wat is de oorzaak van de fysiologische navelbreuk?
De darmen gaan om elkaar heen draaien en het jejunum groeit sterk waardoor het niet meer past.
, 18. De einddarm sluit aan op het proctodeum en is ervan gescheiden door een membraan. Welke?
Membrana cloacalis
19. Uit welke kiemlaag is dit membraan afkomstig?
Endoderm aan darmzijde en ectoderm aan amnion zijde (proctodeum is ectodermaal)
20. Hoe ontstaat de scheiding tussen digestie- en urineafvoerapparaat?
Er komt een instulping in de cloaca waardoor er een septum ontstaat: urorectale septum
21. Het cloacaal membraan wordt door het septum urorectale opgesplitst in 2 membranen, te weten
………………anal membrane en ………………urogenital membrane
22. Het peritoneum verzorgt de ophanging van de buikorganen. De ophanging van de darmen noemen we
…………………mesenterium, meso-
23. Een peritoneumplooi die oversteekt van orgaan naar orgaan noemen we …………………omentum
24. Wat is de betekenis van de termen intra- en retroperitoneaal?
Intraperitoneaal = in het buikvlies
Retroperitoneaal =achter het buikvlies
25. Hoe ontstaat de bursa omentalis (= ruimte tussen het oppervlakkige en diepe blad van het omentum
majus)?
Met de eerste draaiing van de maag beweegt de dorsale mesogastrium van dorsaal naar een linker positie
waarbij een zak wordt gevormd. Deze zak ontwikkelt zich later tot de bursa omentalis.