Hoorcollege Somatosensibele
Systeem (H9, 10)
03-06-2022
Functies
● Exteroceptie
○ Directe interactie met de omgeving; tast, pijn, temperatuur
● Proprioceptie
○ Houding en beweging lichaam; sensoren aanwezig in spieren, pezen en
gewrichten
● Interoceptie
○ Ingewanden
○ Bewust: pijn aan organen
○ Onbewust: b.v. chemoreceptoren voor meting pH, O2 gehalte en CO2 gehalte
bloed
Exteroceptie, tast
● Stereognosis: herkennen van objecten via tast
● Basisschakeling
○ Stimulus → receptor → afferent/eerste orde neuron →
ruggenmerg/hersenstam → tweede orde neuron →
thalamus → derde orde neuron → cortex
○ Eerste orde neuron = sensor (receptor) = afferent neuron
○ Specifieke eigenschappen bepalen
■ Type informatie en sensitiviteit
■ Nauwkeurigheid ruimtelijke informatie
■ Nauwkeurigheid temporele informatie
● Eerste orde neuron
○ Somatosensorisch afferent neuron
○ Pseudo-unipolair neuron
■ Cellichaam is niet nodig voor de generatie van een actiepotentiaal
■ Cellichamen geclusterd in een ganglion
● Ruggenmerg is een doorlopende structuur
, ○ Dermatoom: een stuk huid dat sensibel wordt
geïnnerveerd vanuit 1 spinaalzenuw
● Eerste orde neuronen in de huid
○ Soorten
■ Epidermis → Merkel
● Dragen bij aan
signaaltransductie
● Geven elektrisch signaal door
aan het sensorische neuron
■ Dermis → Meissner, Ruffini
■ Subcutaan → Pacinian
○ Overeenkomsten
■ Kapsel om de zenuwuiteinden
■ Receptor type: mechanoreceptoren
● Rek → rek op membraan →
kanalen opengetrokken
■ Axon type: Aβ
● Dikke myelineschede
● Groot axon diameter
● Dus: snel
● Alleen proprioceptie axonen
zijn sneller
○ Verschillen
■ Receptor morfologie
■ Receptor sensitiviteit
■ Locatie
■ Perifere adaptatie
● Langzaam adapterend neuron
○ Intensiteit stimulus, duur stimulus en ruimtelijke
informatie: grootte, vorm en proprioceptie
○ Stopt met vuren als de stimulus weg is
○ Cel-orgaan van Merkel + lichaampjes van Ruffini
● Snel adapterend neuron
○ informatie over veranderingen in stimulaties: bij
stimulus beweging of trillingen
○ Neuron vuurt alleen als de stimulus start en wanneer
de stimulus stopt
○ Lichaampjes van Meissner + lichaampjes van Pacini
■ Receptieve velden: dat deel van de ruimte dat een neuron kan
waarnemen
● Klein receptief veld → hoge
resolutie/nauwkeurigheid
○ Lichaampjes van Merkel
+ lichaampjes Meissner
● Groot receptief veld →
gevoeliger
○ Lichaampjes van Rufini +
lichaampjes van Pacini
,○ Cel-orgaan van Merkel
■ Langzaam adapterend neuron
■ Relatief zeer klein receptief veld
■ Randen, punten, curvatuur → Textuur en vorm
○ Lichaampjes van Meissner
■ Snel adapterende neuron
■ Relatief klein receptief veld
■ (Lage) trillingsfrequenties, beweging over de huid → grip
○ Lichaampjes van Pacini:
■ Snel adapterend neuron
■ Relatief groot receptief veld
■ Zeer gevoelig
■ Hoge trillingsfrequenties → grip
○ Lichaampjes van Ruffini:
■ Langzaam adapterend neuron
■ Relatief groot receptief veld
■ Bij gewrichten en huidlijnen
■ Vrij ongevoelig
■ Proprioceptie, rek op de huid
○ Voorbeeld: braille lezen
■ Merkel cellen zijn het belangrijkst
○ Tweepunt-discriminatie: Het vermogen om
twee dicht bij elkaar gelegen geprikkelde
punten nog gescheiden te kunnen
waarnemen
■ In de vingers heel goed, in de romp bv veel minder goed
■ Hoe test je dit?
● Ieder rondje is het receptieve veld van een neuron
● Groen: in het midden van receptief veld b → b vuurt het meest
● Rood: iets verder uit elkaar → ongeveer even ver van het
middelpunt van a, b en c → ze vuren allemaal op een
vergelijkbare frequentie
● Blauw: in het midden van a en c → a en c vuren het meest
, ● Eerste orde neuronen innerveren samen een tweede orde neuron
○ Eerste orde neuron met een klein veld → tweede orde neuron met een groter
veld → derde orde neuron met een heel groot veld
■ Convergentie is dus nadeling
○ Eerste orde neuron kan ook meerdere tweede orde neuronen innerveren
(divergentie)
● Laterale inhibitie
○ Neuron y1 ontvangt de sterkste prikkel → actiepotentiaal → 3 verschillende
kanten op
■ 1 synaps met y2
■ 2 inhibitoire x en z synapsen
● Onderdrukken van signalen van x1 en z2
● Uitvergroten van het signaal
tussen y → “winner take all”
strategie
○ Zonder laterale inhibitie is het moeilijk om
onderscheid te maken tussen 2 punten
● Center-surround principe
○ Stimulatie van licht geel → neuron gaat meer
vuren
○ Stimulatie van donker geel → neuron gaat
minder vuren
○ Stimulatie buiten het gebied → neuron in de
cortex is altijd actief (basaalfrequentie)
● Tweepunt-discriminatie hangt af van
○ Receptief veld eerste-orde-neuronen
○ Mate convergentie op hogere-orde-neuronen
○ De laterale inhibitie
○ Het ‘center-surround’ principe
Systeem (H9, 10)
03-06-2022
Functies
● Exteroceptie
○ Directe interactie met de omgeving; tast, pijn, temperatuur
● Proprioceptie
○ Houding en beweging lichaam; sensoren aanwezig in spieren, pezen en
gewrichten
● Interoceptie
○ Ingewanden
○ Bewust: pijn aan organen
○ Onbewust: b.v. chemoreceptoren voor meting pH, O2 gehalte en CO2 gehalte
bloed
Exteroceptie, tast
● Stereognosis: herkennen van objecten via tast
● Basisschakeling
○ Stimulus → receptor → afferent/eerste orde neuron →
ruggenmerg/hersenstam → tweede orde neuron →
thalamus → derde orde neuron → cortex
○ Eerste orde neuron = sensor (receptor) = afferent neuron
○ Specifieke eigenschappen bepalen
■ Type informatie en sensitiviteit
■ Nauwkeurigheid ruimtelijke informatie
■ Nauwkeurigheid temporele informatie
● Eerste orde neuron
○ Somatosensorisch afferent neuron
○ Pseudo-unipolair neuron
■ Cellichaam is niet nodig voor de generatie van een actiepotentiaal
■ Cellichamen geclusterd in een ganglion
● Ruggenmerg is een doorlopende structuur
, ○ Dermatoom: een stuk huid dat sensibel wordt
geïnnerveerd vanuit 1 spinaalzenuw
● Eerste orde neuronen in de huid
○ Soorten
■ Epidermis → Merkel
● Dragen bij aan
signaaltransductie
● Geven elektrisch signaal door
aan het sensorische neuron
■ Dermis → Meissner, Ruffini
■ Subcutaan → Pacinian
○ Overeenkomsten
■ Kapsel om de zenuwuiteinden
■ Receptor type: mechanoreceptoren
● Rek → rek op membraan →
kanalen opengetrokken
■ Axon type: Aβ
● Dikke myelineschede
● Groot axon diameter
● Dus: snel
● Alleen proprioceptie axonen
zijn sneller
○ Verschillen
■ Receptor morfologie
■ Receptor sensitiviteit
■ Locatie
■ Perifere adaptatie
● Langzaam adapterend neuron
○ Intensiteit stimulus, duur stimulus en ruimtelijke
informatie: grootte, vorm en proprioceptie
○ Stopt met vuren als de stimulus weg is
○ Cel-orgaan van Merkel + lichaampjes van Ruffini
● Snel adapterend neuron
○ informatie over veranderingen in stimulaties: bij
stimulus beweging of trillingen
○ Neuron vuurt alleen als de stimulus start en wanneer
de stimulus stopt
○ Lichaampjes van Meissner + lichaampjes van Pacini
■ Receptieve velden: dat deel van de ruimte dat een neuron kan
waarnemen
● Klein receptief veld → hoge
resolutie/nauwkeurigheid
○ Lichaampjes van Merkel
+ lichaampjes Meissner
● Groot receptief veld →
gevoeliger
○ Lichaampjes van Rufini +
lichaampjes van Pacini
,○ Cel-orgaan van Merkel
■ Langzaam adapterend neuron
■ Relatief zeer klein receptief veld
■ Randen, punten, curvatuur → Textuur en vorm
○ Lichaampjes van Meissner
■ Snel adapterende neuron
■ Relatief klein receptief veld
■ (Lage) trillingsfrequenties, beweging over de huid → grip
○ Lichaampjes van Pacini:
■ Snel adapterend neuron
■ Relatief groot receptief veld
■ Zeer gevoelig
■ Hoge trillingsfrequenties → grip
○ Lichaampjes van Ruffini:
■ Langzaam adapterend neuron
■ Relatief groot receptief veld
■ Bij gewrichten en huidlijnen
■ Vrij ongevoelig
■ Proprioceptie, rek op de huid
○ Voorbeeld: braille lezen
■ Merkel cellen zijn het belangrijkst
○ Tweepunt-discriminatie: Het vermogen om
twee dicht bij elkaar gelegen geprikkelde
punten nog gescheiden te kunnen
waarnemen
■ In de vingers heel goed, in de romp bv veel minder goed
■ Hoe test je dit?
● Ieder rondje is het receptieve veld van een neuron
● Groen: in het midden van receptief veld b → b vuurt het meest
● Rood: iets verder uit elkaar → ongeveer even ver van het
middelpunt van a, b en c → ze vuren allemaal op een
vergelijkbare frequentie
● Blauw: in het midden van a en c → a en c vuren het meest
, ● Eerste orde neuronen innerveren samen een tweede orde neuron
○ Eerste orde neuron met een klein veld → tweede orde neuron met een groter
veld → derde orde neuron met een heel groot veld
■ Convergentie is dus nadeling
○ Eerste orde neuron kan ook meerdere tweede orde neuronen innerveren
(divergentie)
● Laterale inhibitie
○ Neuron y1 ontvangt de sterkste prikkel → actiepotentiaal → 3 verschillende
kanten op
■ 1 synaps met y2
■ 2 inhibitoire x en z synapsen
● Onderdrukken van signalen van x1 en z2
● Uitvergroten van het signaal
tussen y → “winner take all”
strategie
○ Zonder laterale inhibitie is het moeilijk om
onderscheid te maken tussen 2 punten
● Center-surround principe
○ Stimulatie van licht geel → neuron gaat meer
vuren
○ Stimulatie van donker geel → neuron gaat
minder vuren
○ Stimulatie buiten het gebied → neuron in de
cortex is altijd actief (basaalfrequentie)
● Tweepunt-discriminatie hangt af van
○ Receptief veld eerste-orde-neuronen
○ Mate convergentie op hogere-orde-neuronen
○ De laterale inhibitie
○ Het ‘center-surround’ principe