Sponzen: circuleren water via instroomopeningen (ostia), 1 uistroomopening(osculum)(GEEN APART
BLOEDVATENSTELSEL)
Neteldieren: circuleren water via gastrovasculaire holte(GEEN APART BLOEDVATENSTELSEL)
Rond- en platwormen: verteringskanaal doet dienst als circulatiesysteem en brengt O2 en nutriënten naar
alle cellen (GEEN APART BLOEDVATENSTELSEL)
Grotere dieren: APART BLOEDVATENSTELSEL voor transport van nutriënten en afval
o Open circulatiesysteem: geen onderscheid tss circuelerende en extracellulaire vloeistof
(=hemolymfe) (bij weekdieren en geleedpotigen)
o Gesloten circulatiesysteem: aparte circulerend vloeistof in bloedvaten die van en naar het hart gaan
(=bloed) (bij cephalopoden en gelede wormen, vertebraten)
Bloedcomponenten (bij vertebraten)
Bloed = bindweefsel
<vloeibare matrix, plasma [92% water, nutriënten, afvalproducten, hormonen, ionen(Na+, Cl-, HCO3-,
Mg,K,Ca,Cu),plasmaproteïnen(albumine, α en β globulines: dragen lipiden, steroïdhormonen),fibrinogeen
(zonder dan is plasma serum)], gevormde elementen + bloedelementen (zie later)
Functies
o Transport (Aanvoer O2 en voedingsstoffen & Afvoer van CO2 en afvalproducten)
o Regulatie lichaamsfuncties (hormonen vervoeren, constant houden T)
o Protectie tegen beschadiging en invasie (bloedstolling & opwekken immuniteit bij infectie)
Bloedelementen
o Erythrocyten (rode bloedcellen):fractie ingenomen = hematrociet, bevatten hemoglobine
o Leukocyten (witten bloedcellen): groter dan RBC, met kern, kunnen uit capillairen migreren
Granulaire leukocyten: neutrofielen, eosinofielen, basofielen
Agranulaire leukocyten: lymfocyten, monocyten
o Thrombocyten (bloedplaatjes): geen kern, celfragmenten afkomstig van groter cellen in beenmerg =
megakaryocyten; zorgen voor vorming bloedklonters
Bloedsomloop (bij vertebraten)
Enkelvoudige bloedsomloop
o Bij vissen
o 4 structuren: sinus venosus+atrium (= kamer 1); ventrikel + conus arteriosus
(= kamer 2)
o Elektrische impuls ontstaan in sinus venosus
o Nadeel: bloeddruk verlaagt in kieuwen
Dubbele bloedsomloop
o Pulmonaire circulatie = bloed beweegt tussen hart en longen
, o Systematische circulaite = bloed beweegt tussen hart en rest van het lichaam
o Amfibieën hebben 3 kamerhart (2atria, 1ventrikel)
o Reptielen hebben septum dat vertrikel partieel verdeelt, conus ingebed in grote arteries (verlaten
hart)
o Krokodillen, vogels, zoogdieren hebben 4kamerhart met 2 apart artria en ventrikels
Rechter atrium ontvangt O2arm bloed uit lichaam naar rechter ventrikel pompen in
longen
Linker atrium ontvangt O2rijk bloed uit longen linker ventrikel pompen naar rest
lichaam