en dikke darm in de onderbuik (infracolica). Het duodenum bevindt zich deels in de bovenbuik en
deels in de onderbuik.
SECTIE 3: ZENUWSTELSEL EN DARMEN
DEEL 1: ZENUWSTELSEL
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
Er is altijd een evenwicht tussen het para- en orthopathische systeem, als 1 van de 2 lager wordt zal de ander
automatisch hoger worden. Remming van het ene systeem zorgt dus voor activatie van het andere systeem.
Parasympathicus (anabool): Orthosympathicus (katabool):
→ Actief wanneer het lichaam in rust gaat. → Actief wanneer het lichaam in beweging moet
komen.
Bronchiën zijn vernauwd Wijde bronchiën
Maagdarmperistaltiek en secretie is verhoogd Verlaagde peristaltiek en doorbloeding maagdarm
Lagere spiertonus Sterkere doorbloeding skeletspieren
Kleine pupillen Wijde pupillen
Veel speeksel Weinig speeksel
Lage hartfrequentie Hogere hartfrequentie
Hoge wandspanning blaas Lagere wandspanning blaas
Lage sfinctertonus Verhoogde sfinctertonus maagdarm.
- Sfincter is de sluitspier van de blaas. Hogere sfinctertonus
Meer afbraak glycogeen
Veel glucose-vrijzetting
TG-afbraak
Meer vetzuur-vrijzetting
67
, ➢ Ezelsbruggetje 1: katabool → kapot maken → energie-verbruikend.
➢ Ezelsbruggetje 2: Je wordt gestrest van de orthodontist.
Een signaal verloopt vanuit het centrale zenuwstelsel via het perifere zenuwstelsel naar een doelorgaan toe.
ACh is de neurotransmitter van zowel nicotinerge (nic) als muscarinerge (mus) receptoren en voert zo een
functie uit.
Het parasympatische systeem is zowel in de periferie (nic) als bij de effectorganen (mus) gevoelig voor
acetylcholine. Acetylcholine grijpt dus aan op muscarinerge en nicotinerge receptoren.
De preganglionaire vezels (→ ontspringen aan het ruggenmerg en eindigen in een verzameling zenuwcellen:
de sympathische ganglia) van het sympathische systeem bevatten enkel nicotinerge receptoren; in de periferie
zijn noradrenerge receptoren aanwezig.
Het sympathische systeem maakt over het algemeen geen gebruik van acetylcholine in de postganglionaire
vezels (→ ontspringen aan de sympathische ganglia aan beide zijden van het ruggenmerg, deze vezels zijn erg
kort).
- Zweetklieren zijn een uitzondering in het sympathische systeem.
- Sympathisch systeem: perifeer noradrenaline receptoren.
De adrenal medulla (→ bijnier) is acetylcholine-geïnnerveerd, dit is de reden dat nicotine stimulerend werkt.
➢ Nic: nicotinaire receptor
➢ Mus: musculaire receptor
68
deels in de onderbuik.
SECTIE 3: ZENUWSTELSEL EN DARMEN
DEEL 1: ZENUWSTELSEL
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
Er is altijd een evenwicht tussen het para- en orthopathische systeem, als 1 van de 2 lager wordt zal de ander
automatisch hoger worden. Remming van het ene systeem zorgt dus voor activatie van het andere systeem.
Parasympathicus (anabool): Orthosympathicus (katabool):
→ Actief wanneer het lichaam in rust gaat. → Actief wanneer het lichaam in beweging moet
komen.
Bronchiën zijn vernauwd Wijde bronchiën
Maagdarmperistaltiek en secretie is verhoogd Verlaagde peristaltiek en doorbloeding maagdarm
Lagere spiertonus Sterkere doorbloeding skeletspieren
Kleine pupillen Wijde pupillen
Veel speeksel Weinig speeksel
Lage hartfrequentie Hogere hartfrequentie
Hoge wandspanning blaas Lagere wandspanning blaas
Lage sfinctertonus Verhoogde sfinctertonus maagdarm.
- Sfincter is de sluitspier van de blaas. Hogere sfinctertonus
Meer afbraak glycogeen
Veel glucose-vrijzetting
TG-afbraak
Meer vetzuur-vrijzetting
67
, ➢ Ezelsbruggetje 1: katabool → kapot maken → energie-verbruikend.
➢ Ezelsbruggetje 2: Je wordt gestrest van de orthodontist.
Een signaal verloopt vanuit het centrale zenuwstelsel via het perifere zenuwstelsel naar een doelorgaan toe.
ACh is de neurotransmitter van zowel nicotinerge (nic) als muscarinerge (mus) receptoren en voert zo een
functie uit.
Het parasympatische systeem is zowel in de periferie (nic) als bij de effectorganen (mus) gevoelig voor
acetylcholine. Acetylcholine grijpt dus aan op muscarinerge en nicotinerge receptoren.
De preganglionaire vezels (→ ontspringen aan het ruggenmerg en eindigen in een verzameling zenuwcellen:
de sympathische ganglia) van het sympathische systeem bevatten enkel nicotinerge receptoren; in de periferie
zijn noradrenerge receptoren aanwezig.
Het sympathische systeem maakt over het algemeen geen gebruik van acetylcholine in de postganglionaire
vezels (→ ontspringen aan de sympathische ganglia aan beide zijden van het ruggenmerg, deze vezels zijn erg
kort).
- Zweetklieren zijn een uitzondering in het sympathische systeem.
- Sympathisch systeem: perifeer noradrenaline receptoren.
De adrenal medulla (→ bijnier) is acetylcholine-geïnnerveerd, dit is de reden dat nicotine stimulerend werkt.
➢ Nic: nicotinaire receptor
➢ Mus: musculaire receptor
68