4V - Ne
Nederlands Literatuur H1 Praten over Proza
Hoofdstuk 1 Praten Over proza: §1 t/m §6
Voorstuk: Literatuur
Literatuur Lectuur
Diepere laag Snel vermaak
Originaliteit Vaker cliché
Complexiteit Minder complex
onvoorspelbaarheid Voorspelbaar
Bijzondere stijl Alledaags taalgebruik
Meerdere betekenissen eén betekenis
§1 Personages
Round Characters
Maakt innerlijke ontwikkeling door.
Je bent bekend met zijn/haar gedachtes en gevoelens.
Uitgebreid uitgewerkt personage.
Flat Characters
Blijft het hele verhaal hetzelfde.
Type
= Een flat Character die symbool staat voor een groep of een
soort persoon.
Karikatuur
= Een type waarvan de eigenschappen zwaar worden
overdreven.
Het conflictmodel
1. Evenwicht: de situatie is normaal voor de hoofdpersoon.
2. Conflict: situatie verandert voor de hoofdpersoon.
3. Ontwikkeling: De hoofdpersoon reageert op het conflict.
4. Oplossing of nieuw evenwicht: de hoofdpersoon past zich aan of
het oude keert terug.
§2 perspectief
1. Ik-perspectief
Vanuit een ik-persoon vertelt.
Gevolg; je kent alleen de gevoelens en gedachtes van de ik.
Eenzijdig beeld..
2. Personaal perspectief
Vertelt vanuit derde persoon (hij/zij/Men).
Gevolg: je kent alleen de gevoelend en gedachtes van de derde persoon.
Verteller is ‘onzichtbaar’.
Eenzijdig beeld.
3. Alwetend perspectief
Er hangt een verteller boven het verhaal.
De verteller weet wat er gebeurt en gaat gebeuren.
Verteller kent de gevoelend en gedachtes van ieder personage.
Nederlands Literatuur H1 Praten over Proza
Hoofdstuk 1 Praten Over proza: §1 t/m §6
Voorstuk: Literatuur
Literatuur Lectuur
Diepere laag Snel vermaak
Originaliteit Vaker cliché
Complexiteit Minder complex
onvoorspelbaarheid Voorspelbaar
Bijzondere stijl Alledaags taalgebruik
Meerdere betekenissen eén betekenis
§1 Personages
Round Characters
Maakt innerlijke ontwikkeling door.
Je bent bekend met zijn/haar gedachtes en gevoelens.
Uitgebreid uitgewerkt personage.
Flat Characters
Blijft het hele verhaal hetzelfde.
Type
= Een flat Character die symbool staat voor een groep of een
soort persoon.
Karikatuur
= Een type waarvan de eigenschappen zwaar worden
overdreven.
Het conflictmodel
1. Evenwicht: de situatie is normaal voor de hoofdpersoon.
2. Conflict: situatie verandert voor de hoofdpersoon.
3. Ontwikkeling: De hoofdpersoon reageert op het conflict.
4. Oplossing of nieuw evenwicht: de hoofdpersoon past zich aan of
het oude keert terug.
§2 perspectief
1. Ik-perspectief
Vanuit een ik-persoon vertelt.
Gevolg; je kent alleen de gevoelens en gedachtes van de ik.
Eenzijdig beeld..
2. Personaal perspectief
Vertelt vanuit derde persoon (hij/zij/Men).
Gevolg: je kent alleen de gevoelend en gedachtes van de derde persoon.
Verteller is ‘onzichtbaar’.
Eenzijdig beeld.
3. Alwetend perspectief
Er hangt een verteller boven het verhaal.
De verteller weet wat er gebeurt en gaat gebeuren.
Verteller kent de gevoelend en gedachtes van ieder personage.