Basisportfolio KO
Naam student:
Studentnummer:
Docenten:
Klas:
Datum van inleveren:
,Voorwoord
In dit verslag vind u als lezer een overzicht van mijn sterke en verbeterpunten m.b.t. de kunstzinnige
vakken beeldende vorming, muziek, dans en drama. Ik beschrijf mijn startsituatie, de literatuur en de
ervaringen die ik opgedaan heb na het uitvoeren van verschillende activiteiten. Ik ben (naam). Eerste
jaars pabo student op Hogeschool Inholland. Ik heb de lesactiviteiten met veel plezier voorbereid en
uitgevoerd. Tegen het schrijven van het portfolio zelf zag ik op, dit kwam voornamelijk door de 15
uitgebreide indicatoren, die er voor mij voor zorgde dat ik het moeilijk vond om een gestructureerd
verslag te schrijven. Ondank dat is het mij, met de ondersteuning van (naam docent), (naam) en
(naam) toch gelukt om de indicatoren op papier te verantwoorden, ik dank hen daarvoor. Ik wil mijn
medestudenten (naam) en (naam) bedanken voor de nuttige feedback op mijn portfolio. Daarnaast
wil ik ook mijn ouders bedanken, die altijd behulpzaam zijn en meedenken met mijn les ideeën.
(naam)
(datum) , (plaats)
,Verklaring vormvereisten
Naam student
Studentnummer
Onderwijseenheid Kunstzinnige oriëntatie
Datum
Criteria Omschrijving Vink aan indien je
bewijsdossier
voldoet aan de eis
Volledigheid Het bewijsdossier bevat bewijzen die de reflectie voldaan
(claim) ondersteunen ten aanzien van de
leeruitkomst(en).
In het bewijsdossier wordt op passende plekken naar
bewijsmaterialen verwezen en het bewijsmateriaal is
geordend
(Alle onderdelen zijn aanwezig)
Omvang De omvang van kerntekst (onderbouwing en 4555 woorden
verantwoording) bestaat uit maximaal 4500 woorden. inclusief de
Vermeld hiernaast het aantal woorden. indicator
beschrijvingen
Transparanti Bewijzen zijn als bijlagen opgenomen en via de voldaan
e navigatiebalk te bereiken (koppenstructuur).
(bronnen)
Naar gebruikte bronnen is volgens APA-richtlijnen voldaan
verwezen (in tekst en in bronnenlijst)
Structuur Het bewijsdossier is toegankelijk (opbouw en voldaan
indeling)
, Inhoud
Voorwoord.............................................................................................................................................2
Verklaring vormvereisten.......................................................................................................................3
Inleiding..................................................................................................................................................6
Verwijswijzer..........................................................................................................................................7
Leeruitkomst 1......................................................................................................................................10
Indicator 1:.......................................................................................................................................10
Indicator 2:.......................................................................................................................................10
Indicator 4:.......................................................................................................................................11
Leeruitkomst 2......................................................................................................................................12
Indicator 5: Je verwoordt per kunstvak welke kunstzinnige vaardigheid je ten behoeve van de
activiteit per kunstvak wilt leren, relateert dit aan de kennisbasis, concretiseert dit in een plan
en voert dit plan uit als voorbereiding op de activiteit.................................................................12
Indicator 6: Je maakt jouw ontwikkeling van eigen vaardigheid voor de vakken beeldende
vorming, dans, drama en muziek zichtbaar en/of hoorbaar en relateert de gemaakte
ontwikkeling aan jouw startniveau bij aanvang van deze studiehandleiding...............................13
Indicator 7: Je voert per kunstvak een activiteit uit met de klas in de praktijk die voor jou
haalbaar is en toch een nieuwe ervaring biedt op het gebied van eigen vaardigheid en didactiek.
......................................................................................................................................................15
Indicator 8: Je brengt in kaart op wat er vakspecifiek per kunstvak nodig is van jou, van de ruimte,
de materialen en jouw organisatie en benoemt hierin ontwikkelpunten.........................................16
Indicator 9: Je maakt zichtbaar wat het aangaan van de activiteit heeft opgeleverd bij jezelf en bij
de leerlingen.....................................................................................................................................16
Indicator 10: beeldende vorming: je verwoordt, gebruikmakend van feedback, hoe je jouw eigen
vaardigheid hebt ingezet en wat het effect hiervan was tijdens de uitvoering van de les............18
Indicator 11: dans/drama: je verwoordt, gebruikmakend van feedback, hoe je jouw eigen
vaardigheid hebt ingezet en wat het effect op de leerlingen hiervan was...................................18
Indicator 12: muziek: je verwoordt, gebruikmakend van de kijkwijzer zingen of spelen, welke
inzichten je dit in voorbereiding en uitvoering van de activiteit muziek heeft opgeleverd..........18
Leeruitkomst 3......................................................................................................................................20
Indicator 13: Je formuleert vanuit iedere activiteit (beeldende vorming, dans, drama en muziek),
zoals uitgevoerd bij leeruitkomst 2, een ontwikkelpunt op het gebied van didactiek, organisatie
en eigen vaardigheid....................................................................................................................20
Indicator 14: Je verantwoordt jouw keuze om de ontwikkelpunten binnen één kunstzinnige
activiteit aan te gaan aan de hand van jouw ervaringen, gestelde ontwikkelpunten en de
feedback van de praktijkbegeleider..............................................................................................21
Indicator 15: Je laat je ontwikkeling op de gestelde ontwikkelpunten zien en/of horen..............21
Literatuurlijst........................................................................................................................................22
Bijlage 1 ‒ Beoordelingsformulier........................................................................................................23
Naam student:
Studentnummer:
Docenten:
Klas:
Datum van inleveren:
,Voorwoord
In dit verslag vind u als lezer een overzicht van mijn sterke en verbeterpunten m.b.t. de kunstzinnige
vakken beeldende vorming, muziek, dans en drama. Ik beschrijf mijn startsituatie, de literatuur en de
ervaringen die ik opgedaan heb na het uitvoeren van verschillende activiteiten. Ik ben (naam). Eerste
jaars pabo student op Hogeschool Inholland. Ik heb de lesactiviteiten met veel plezier voorbereid en
uitgevoerd. Tegen het schrijven van het portfolio zelf zag ik op, dit kwam voornamelijk door de 15
uitgebreide indicatoren, die er voor mij voor zorgde dat ik het moeilijk vond om een gestructureerd
verslag te schrijven. Ondank dat is het mij, met de ondersteuning van (naam docent), (naam) en
(naam) toch gelukt om de indicatoren op papier te verantwoorden, ik dank hen daarvoor. Ik wil mijn
medestudenten (naam) en (naam) bedanken voor de nuttige feedback op mijn portfolio. Daarnaast
wil ik ook mijn ouders bedanken, die altijd behulpzaam zijn en meedenken met mijn les ideeën.
(naam)
(datum) , (plaats)
,Verklaring vormvereisten
Naam student
Studentnummer
Onderwijseenheid Kunstzinnige oriëntatie
Datum
Criteria Omschrijving Vink aan indien je
bewijsdossier
voldoet aan de eis
Volledigheid Het bewijsdossier bevat bewijzen die de reflectie voldaan
(claim) ondersteunen ten aanzien van de
leeruitkomst(en).
In het bewijsdossier wordt op passende plekken naar
bewijsmaterialen verwezen en het bewijsmateriaal is
geordend
(Alle onderdelen zijn aanwezig)
Omvang De omvang van kerntekst (onderbouwing en 4555 woorden
verantwoording) bestaat uit maximaal 4500 woorden. inclusief de
Vermeld hiernaast het aantal woorden. indicator
beschrijvingen
Transparanti Bewijzen zijn als bijlagen opgenomen en via de voldaan
e navigatiebalk te bereiken (koppenstructuur).
(bronnen)
Naar gebruikte bronnen is volgens APA-richtlijnen voldaan
verwezen (in tekst en in bronnenlijst)
Structuur Het bewijsdossier is toegankelijk (opbouw en voldaan
indeling)
, Inhoud
Voorwoord.............................................................................................................................................2
Verklaring vormvereisten.......................................................................................................................3
Inleiding..................................................................................................................................................6
Verwijswijzer..........................................................................................................................................7
Leeruitkomst 1......................................................................................................................................10
Indicator 1:.......................................................................................................................................10
Indicator 2:.......................................................................................................................................10
Indicator 4:.......................................................................................................................................11
Leeruitkomst 2......................................................................................................................................12
Indicator 5: Je verwoordt per kunstvak welke kunstzinnige vaardigheid je ten behoeve van de
activiteit per kunstvak wilt leren, relateert dit aan de kennisbasis, concretiseert dit in een plan
en voert dit plan uit als voorbereiding op de activiteit.................................................................12
Indicator 6: Je maakt jouw ontwikkeling van eigen vaardigheid voor de vakken beeldende
vorming, dans, drama en muziek zichtbaar en/of hoorbaar en relateert de gemaakte
ontwikkeling aan jouw startniveau bij aanvang van deze studiehandleiding...............................13
Indicator 7: Je voert per kunstvak een activiteit uit met de klas in de praktijk die voor jou
haalbaar is en toch een nieuwe ervaring biedt op het gebied van eigen vaardigheid en didactiek.
......................................................................................................................................................15
Indicator 8: Je brengt in kaart op wat er vakspecifiek per kunstvak nodig is van jou, van de ruimte,
de materialen en jouw organisatie en benoemt hierin ontwikkelpunten.........................................16
Indicator 9: Je maakt zichtbaar wat het aangaan van de activiteit heeft opgeleverd bij jezelf en bij
de leerlingen.....................................................................................................................................16
Indicator 10: beeldende vorming: je verwoordt, gebruikmakend van feedback, hoe je jouw eigen
vaardigheid hebt ingezet en wat het effect hiervan was tijdens de uitvoering van de les............18
Indicator 11: dans/drama: je verwoordt, gebruikmakend van feedback, hoe je jouw eigen
vaardigheid hebt ingezet en wat het effect op de leerlingen hiervan was...................................18
Indicator 12: muziek: je verwoordt, gebruikmakend van de kijkwijzer zingen of spelen, welke
inzichten je dit in voorbereiding en uitvoering van de activiteit muziek heeft opgeleverd..........18
Leeruitkomst 3......................................................................................................................................20
Indicator 13: Je formuleert vanuit iedere activiteit (beeldende vorming, dans, drama en muziek),
zoals uitgevoerd bij leeruitkomst 2, een ontwikkelpunt op het gebied van didactiek, organisatie
en eigen vaardigheid....................................................................................................................20
Indicator 14: Je verantwoordt jouw keuze om de ontwikkelpunten binnen één kunstzinnige
activiteit aan te gaan aan de hand van jouw ervaringen, gestelde ontwikkelpunten en de
feedback van de praktijkbegeleider..............................................................................................21
Indicator 15: Je laat je ontwikkeling op de gestelde ontwikkelpunten zien en/of horen..............21
Literatuurlijst........................................................................................................................................22
Bijlage 1 ‒ Beoordelingsformulier........................................................................................................23