1 Schaarste dwingt tot kiezen
Op alle niveaus in de samenleving wordt de spanning gevoeld tussen
onbegrensde behoefte aan de ene kant en de beperkte middelen aan de andere
kant → hierdoor moeten keuzes gemaakt worden.
Schaarste = spanning tussen behoeften en middelen
2 Kiezen als je niet weet wat de ander doet
Strategische situatie = keuze van de een heeft invloed op de keuze van de ander
→ hierbij hebben beide partijen te maken met onvolledige informatie → door
samenwerken zouden ze een zo goed mogelijk resultaat voor allebei kunnen
bereiken, maar vaak is samenwerken niet mogelijk.
Dominante strategie = overheersende strategie (wat de persoon zou kiezen)
3 De economische wetenschap
De economische wetenschap bestudeert hoe mensen keuzeproblemen
aanpakken.
Deze definitie bevat de volgende elementen:
- Analyseren van menselijk handelen
- Bestaan van doelstellingen
- De wens deze te bereiken
- De schaarste van de beschikbare middelen
- De verschillende gebruiksmogelijkheden van de middelen
Welvaart = mate waarin consumenten hun persoonlijke behoeften bevredigen.
Behoeften zijn voor mensen persoonlijk gekleurd, daarom is welvaart een
subjectief begrip (vleeseter vergroot zijn welvaart met biefstuk, een vegetariër
niet).
De beschikbare middelen zijn schaars in die zin dat het gebruik ervan in de ene
richting betekent dat van aanwending in een andere richting moet worden
afgezien.
Alternatieve aanwending = de aanwending van de middelen in een andere
richting.
Opportunity costs = de kosten van het opgeofferde alternatief.
4 Produceren, productiefactoren
Naast schaarse goederen/economische goederen, bestaan ook niet-schaarse
goederen/vrije goederen.
Vrije goederen = goederen die onbeperkt ter beschikking staan (bv. Zonlicht).
Niet-reproduceerbare goederen = goederen die in behoeften voorzien, maar die
eenmalig en uniek zijn (kunstwerken, natuur).
Produceren/productie = het voortbrengen van goederen en diensten.
Kapitaalgoederen = goederen die worden gebruikt bij de productie van andere
goederen en diensten.
Pas als het goed gekocht is door de eindafnemer, wordt het een consumptiegoed
genoemd.
Natuur, kapitaalgoederen en arbeid zijn productiefactoren. Een bijzondere vorm
van arbeid is de ondernemersarbeid.
Productieproces → grondstoffen en halffabricaten worden met behulp van arbeid
en kapitaal omgevormd tot producten > transformatieproces van inputs tot
outputs.