zekerheidsrecht 2022
Hoofdstuk 1 Inleiding in het sociale zekerheidsrecht
Paragraaf 1.1 Inleiding
Start publieke sociale zekerheid Armenwet uit 1853
Vroeger, en nu nog steeds, werd veel werk op het gebied van sociale zekerheid verricht door kerken,
moskeeën en andere stichtingen.
Nederland heeft in vergelijking met de rest van de wereld een uitgebreid sociaal zekerheidsstelsel.
Waarborgfuntie= bestaanszekerheid, inkomenszekerheid.
Activeringsfunctie= de andere kant van sociaal zekerheidsrecht. Er wordt wel van mensen verwacht
om zichzelf ook in te spannen voor bijvoorbeeld inkomen of werk krijgen.
Sociale zekerheid= het publieke stelsel dat het geheel van voorzieningen omvat die tot doel hebben
het waarborgen van de financiële zekerheid van burgers en hen te activeren.
Sociaalzekerheidsrecht= het stelsel van rechten en plichten die gelden binnen de sociale zekerheid.
Bijv. het recht op een werkloosheidsuitekering en de plicht om premie te betalen.
Paragraaf 1.2 Het stelsel van sociale zekerheid
Binnen het stelsel wordt onderscheid gemaakt, namelijk:
1. Sociale voorzieningen; en
2. Sociale verzekeringen
a. Werknemersverzekeringen
b. Volksverzekeringen
Verschillen:
- Financiering voor de verzekeringen wordt premie afgedragen (behalve kinderbijslag) en
voor de voorzieningen niet. Voorzieningen worden betaald uit de belasting (algemene
middelen). Ook een deel van de (volks)verzekeringen wordt vanuit de algemene middelen
betaald.
Gemoedsbezwaarden= mensen die vanwege hun levensovertuiging geen premies hoeven te betalen.
Via een omweg, speciale belastingheffing, wordt meer belasting betaald en behouden ze het recht op
een voorziening.
Zoals je hierboven al hebt kunnen zien is er binnen de sociale verzekeringen ook een tweedeling:
- Werknemersverzekeringen de verzekerde is een werknemer of een daaraan gelijk gesteld.
Werknemer is de natuurlijke persoon die nog niet de pensioen gerechtigde leeftijd heeft en
in een privaat- of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
Wanneer is er sprake van een dienstbetrekking? Als er overeengekomen is dat de werknemer zich tot
de werkgever verplicht om arbeid te verrichten en de werkgever loon betaald.
, Sociale
voorzieningen
Volksverzekeringen Werknemersverzekeringen
In bovenstaand figuur zie je een driedeling. Een ander verschil hiertussen is de uitvoering.
- Werknemersverzekeringen door de UWV
- Volksverzekeringen door de Sociale Verzekeringsbank (SVB)
Zie een belangrijk overzicht op p. 23 van het boek.
Digitaal klantdossier
Hier worden de gegevens van een burger opgeslagen als hij eenmaal iets heeft aangevraagd. Dit
gebeurt middels het programma Suwinet.
Paragraaf 1.3 Rechtsbescherming
Wanneer een aanvraag van een burger wordt afgewezen dan staan er rechtsmiddelen tot de
beschikking van die burger. Denk bijvoorbeeld aan bestuurlijke procedures, zoals de regels van de
Awb.
Voor sociale zekerheidsrecht is binnen het bestuursrecht een aantal elementen van belang:
1. Geen verplichte procesvertegenwoordiging je mag zelf naar de bestuursrechter stappen
en hoeft dus niet per se een advocaat in de arm te nemen.
2. Besluit, bestuursorgaan en belanghebbende het is belangrijk dat aan deze begrippen
voldaan wordt.
3. Bezwaar en bestuursrechter er moet eerst bezwaar gemaakt worden voordat er naar de
bestuursrechter gestapt mag worden.
Paragraaf 1.4 Leeswijzer
Ieder hoofdstuk wordt aan de hand van een casus uitgelegd.
Hoofdstuk 2 Kinderen
Paragraaf 2.1 Inleiding
Er bestaat vier kindregelingen:
1. Kinderbijslag
2. Kind gebonden budget
3. Kinderopvangtoeslag
4. Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De AKW is een volksverzekering, maar lijkt op een sociale voorziening. Het is inkomens- en
vermogensonafhankelijk.
Paragraaf 2.2 Uitvoering en aanvraag
Art. 34 Wet SUWI jo. art. 14 AKW de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert dit uit.
, Bij de geboorte van het eerste kind wordt een aanvraagformulier gestuurd. Bij de geboorte van
nieuwe kinderen wordt het bedrag automatisch verhoogt. Bij adoptie moet per kind een aanvraag
gedaan worden.
Paragraaf 2.3 Voorwaarden
Voorwaarden voor het recht op kinderbijslag:
1. Behoren tot de kring van verzekerden (art. 6 AKW)
2. Een kind hebben dat jonger is dan 18 jaar en dat:
a. Tot het huishouden van de verzekerde behoort; of
b. Door de verzekerde wordt onderhouden (art. 7 lid 1 AKW).
Voorwaarde 1: kring van verzekerden
De grootste groep van verzorgers van kinderen die bij de verzekerden horen zijn de ingezetenen.
Art. 6: lid 1 sub a AOW Ingezetene= iemand die in Nederland woont.
Stel Silva wil kinderbijslag voor haar kleindochter aanvragen, want zij zorgt voor haar. Waar wordt
dan allemaal rekening mee gehouden?
- Silvia moet ingezetene zijn
- Silvia moet een duurzame persoonlijke band met Nederland hebben
- Woon- en werkomgeving
- Financiën
Het is belangrijk dat er een verband is tussen alle factoren. Het is niet genoeg als er maar aan 1 factor
wordt voldaan.
Er is ook een kleine groep die geen ingezetene is, maar in Nederland of op een continentaal plat
werkt. Ook vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven zijn verzekerd voor kinderbijslag.
Voorwaarde 2: kind jonger dan 18 jaar en dat tot het huishouden van de
verzekerde behoort of door de verzekerde wordt onderhouden.
a. Kind is jonger dan 18 jaar en behoort bij het huishouden van de verzekerde.
Het is belangrijk dat het kind het merendeel van de week bij de kinderbijslagontvanger
woont. Voor kinderen van 16 of 17 jaar gelden extra eisen, zie lid 2.
b. Kind is jonger dan 18 jaar en wordt door de verzekerde onderhouden.
Onderhouden houdt in dat er kosten worden gemaakt die noodzakelijkerwijs verband
houden met het onderhoudt van het kind dat niet thuis woont. Zoals meebetalen aan eten
etc.
Paragraaf 2.4 Begrip kind
Een kind in de zin van de AKW art. 4 lid 1 AKW
1. Een eigen kind
Een kind dat tijdens het huwelijk is geboren, erkend dan wel geadopteerd is.
2. Een aangehuwd kind
Dit is een stiefkind.
3. Een pleegkind
De verzekerde ontvangt een pleegvergoeding en heeft dan geen recht meer op kinderbijslag.
Een kind dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.