Alle taken en colleges + opdracht immunologische technieken
Jaar 2 Biologie en Gezondheid
Maastricht University
,Inhoudsopgave
TAAK 1: AANGEBOREN AFWEER ....................................................................................................................... 3
TAAK 2: DE JUISTE KEUZES → T-CELLEN ......................................................................................................... 54
TAAK 3: B CELLEN EN ANTILICHAMEN .......................................................................................................... 100
TAAK 4: BACTERIËN EN ANTIBIOTICA RESISTENTIE ....................................................................................... 143
TAAK 5: ONGEWENSTE SOUVENIRS 1 (virus) ................................................................................................ 191
Opdracht Immunologische technieken ......................................................................................................... 227
College blokopening en opfrissen jaar 1 immuniteit..................................................................................... 233
College aangeboren afweer-inflammatie ..................................................................................................... 261
College 2 aangeboren afweer-inflammatie................................................................................................... 261
College T-cellen ............................................................................................................................................ 302
College B-cellen ............................................................................................................................................ 335
College opfrissen microbiologie ................................................................................................................... 361
College bacteriën en antibiotica resistentie ................................................................................................. 373
Workshop immunologische technieken ....................................................................................................... 412
College Virussen ........................................................................................................................................... 439
Concept map expert sessie ........................................................................................................................... 467
Responsiecollege .......................................................................................................................................... 473
,TAAK 1: AANGEBOREN AFWEER
Probleemstelling:
Hoe werkt de aangeboren afweer?
Leerdoelen:
Deel A:
1. Wat zijn de symptomen van een ontstekingsreactie?
a. Hoe worden micro-organismen onderscheiden van eigen cellen?
2. Hoe komt de witte bloedcel bij het beschadigde weefsel?
3. Wat zijn macrofagen en neutrofielen en wat is hun functie bij het aangeboren
afweersysteem?
4. Hoe werkt fagocytose?
Deel B:
1. Wat is het complement systeem?
2. Hoe wordt het complement systeem geactiveerd?
3. Wat doet je complement systeem na activatie tegen de infecties?
4. Tegen welke infecties werkt het? Hoe zorg je dat het niet te pas en te onpas
geactiveerd wordt?
Deel C:
1. Wat zijn dendritische cellen?
2. Hoe worden dendritische cellen geactiveerd? (maturatie)
a. Wat doen co-stimulators CD8, CD86, CCR7 en LPS
3. Hoe werkt antigenpresentatie?
Literatuur: Abbas immunologie
, Belangrijke leukocyten/witte bloedcellen
Granulocyten (witte Neutrofielen ● Rond
bloedcellen met /neutrofiele ● Lichtgrijs tot roze cytoplasma
granulen) granulocyten ● Diameter: ongeveer 14 micrometer
● Granulen (blaasjes met een eigen membraan in het
cytoplasma van granulocyten) heel klein→ rood-paars
tot bruin
● Celkern is krom en langwerpig gedeeltelijk met
samentrekkingen welke nog niet hebben geresulteerd
in een filament
● Functie: verdediging tegen bacteriële infecties, door
pathogenen te fagocyteren en te doden. Neutrofielen
kunnen de bloedstroom verlaten en in het omliggende
weefsel gaan, om tegen de infectie te strijden. Ze
blijven voor ongeveer 6 uur in de bloedstroom en voor
1-2 dagen in het omliggende weefsel. Ongeveer de
helft van de neutrofielen circuleert niet in het perifere
bloed (het vrij in de bloedbaan circulerende bloed. Het
onderscheidt zich van het niet-perifere bloed in de
lever, de milt, het beenmerg en het lymfestelsel), maar
kleven liever aan de wanden van kleinere vaten
(marginale pool→circuleren niet in de bloedstroom)
● Band neutrofielen: celkern lijkt op een foetus
● Gesegmenteerde neutrofielen: celkern is draadachtig
en vernauwd op een bepaalde plaats
Eosinofielen/ ● Diameter van 16 micrometer
eosinofiele ● Rond
granulocyten ● Iets groter dan neutrofielen
● De granules/korrels zijn grof, helderrood tot honinggeel
en zeer dicht gepakt.
● De kern is meestal tweeledig
● Functie: niet helemaal bekend. Ze spelen een
belangrijke rol in allergische ziekten en bij parasitaire
infecties. Ze zijn in staat tot fagocytose en migratie.
Basofielen/b ● Diameter van 10 tot 14 micrometer→kleiner dan
asofiele andere granulocyten
granulocyten