15.5 ZINTUIGEN
Chemoreceptoren
&
meten de pH p 02 en pcoz van het bloed
-
,
liggen in de wand van de aorta boog beide halsslagaders
'
en
adequate prikkel → neurotransmitter → actie potentialen
-
\ / in sensorische neuronen →
impuls naar
ademhalingscentrum
halsslagader in de hersenstam
drukreceptoren
meten ( veranderingen in ) de bloeddruk
"
-
liggen in een dun gedeelte van de wand van de aorta boog
en
halsslagaders
de polarisatie
-
rek van aorta wand → → impulsen naar
| hartslag regelCentrum
en verlagen hartslag →
in hersenstam
bloeddruk omlaag
→ verw den slagaders
aorta
boog '
bestaan uit de uiteinden van sensorische neuronen
uitgerekt
spier spoeltjes ontspannen
-
registreren informatie over spanning samengetrokken
- zenuwcel naar _
uiteinden spier spoeltjes
in de spieren
zenuwcel naar
liggen spiervezels
- _
tussen de
°
spiervezels
de dunne uiteinden z n spiervezels
-
,
-
spiraalvormig -
gewonden
verbonden met een motorisch neuron
zenuwcel uiteinde
dat de uiteinden laat samentrekken
→
middendeel onder spanning
-
spier ontspannen →
spier spoeltje
uitgerekt → de polarisatie →
impuls naar hersenen t 1-1
middendeel ↳
spier samengetrokken → kort aantal impulsen
-
→ →
constante impuls stopt hyper polarisatie
sensorisch neuron
|
reflexen
Door informatie uit de spierspoeltjes gaat
-
een
aantal reflex bogen werken
|
via schakel neuronen het verhindert
-
in het
ruggenmerg
reflex dat de antagonist van een spier niet ook
motorische
neuronen
aanspant
pees lichaampjes
Informatie de totale collagehe
spanning van
°
over
vezels
|
je spieren komt van pees lichaampjes uiteinden
stier
= van
zenuwcel
haat
sensorische neuronen die in de pezen van spieren 79%7%2 en
liggen en
reageren b uitrekking van de pees
/
'
b uitrekking → reflex via het spier
-
pees ruggenmerg →
aan pees verslapt t antagonist trekt samen pees
→ beschermen spier
pees lichaampjes
-
werken samen met spierspoeltjes
→ afstemmen bewegingen
ijij
ij