Hoofdstuk 9 PRIVAATRECHT: VERMOGENSRECHT
2.
Burgerlijk recht bestaat uit:
- Personen- en familierecht: heeft betrekking op materiële rechten en plichten (op geld
waardeerbare belangen)
- Vermogensrecht: eigendomsrecht, het op geld waardeerbaar (waarde van het huis)
2.1
Personen- en familierecht:
- Regels voor natuurlijke personen m.b.t. huwelijk, scheiding, gezag over kinderen.
Echtscheiding: duurzame ontwrichting art. 1:151 BW
Ouderlijke gezag: art 1:251 e.v. BW
Adoptie: art 1:227 e.v. BW
Kinderbeschermingsmaatregelen: art 1:254 e.v. BW
Beëindiging ouderlijke gezag: art 1:266 e.v. BW
2.2
Vermogensrecht:
- Goederenrecht
- Vermogensrecht inclusief erfrecht (boek 4)
Vermogensrecht:
- Is het deel van het objectieve recht dat betrekking heeft op de op geld waardeerbare
subjectieve rechten en plichten die het vermogen van een persoon kunnen zijn.
Vermogen:
- Het geheel op geld waardeerbare subjectieve rechten en verplichtingen. Dit vermogen omvat
goederen art 3:1 BW (vermogensbestanddelen)
- Vermogensbestanddelen omvatten; vermogensrechten als zaken.
Zaken:
- Zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten art 3:2 BW
Zaken kun je onderverdelen in:
- Roerende: zaken die niet onroerend zij art 3:3 BW fietsen, horloges gedolven delfstoffen en
snijbloemen.
- Onroerende goederen; de grond, delfstoffen in de grond en met de grond verenigbare
beplantingen en gebouwen.
Dieren?
- Art 3.2a BW bepaalt dat dieren geen zaken zijn, maar de bepalingen m.b.t. zaken op dieren
van toepassing zijn.
Registergoederen:
- Zijn goederen waarvoor overdracht of vesting van een bepaald recht op deze goederen
noodzakelijk is dat het ingeschreven is in de daarvoor bestemde openbare registers. Bv
hypotheekregister.
2.
Burgerlijk recht bestaat uit:
- Personen- en familierecht: heeft betrekking op materiële rechten en plichten (op geld
waardeerbare belangen)
- Vermogensrecht: eigendomsrecht, het op geld waardeerbaar (waarde van het huis)
2.1
Personen- en familierecht:
- Regels voor natuurlijke personen m.b.t. huwelijk, scheiding, gezag over kinderen.
Echtscheiding: duurzame ontwrichting art. 1:151 BW
Ouderlijke gezag: art 1:251 e.v. BW
Adoptie: art 1:227 e.v. BW
Kinderbeschermingsmaatregelen: art 1:254 e.v. BW
Beëindiging ouderlijke gezag: art 1:266 e.v. BW
2.2
Vermogensrecht:
- Goederenrecht
- Vermogensrecht inclusief erfrecht (boek 4)
Vermogensrecht:
- Is het deel van het objectieve recht dat betrekking heeft op de op geld waardeerbare
subjectieve rechten en plichten die het vermogen van een persoon kunnen zijn.
Vermogen:
- Het geheel op geld waardeerbare subjectieve rechten en verplichtingen. Dit vermogen omvat
goederen art 3:1 BW (vermogensbestanddelen)
- Vermogensbestanddelen omvatten; vermogensrechten als zaken.
Zaken:
- Zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten art 3:2 BW
Zaken kun je onderverdelen in:
- Roerende: zaken die niet onroerend zij art 3:3 BW fietsen, horloges gedolven delfstoffen en
snijbloemen.
- Onroerende goederen; de grond, delfstoffen in de grond en met de grond verenigbare
beplantingen en gebouwen.
Dieren?
- Art 3.2a BW bepaalt dat dieren geen zaken zijn, maar de bepalingen m.b.t. zaken op dieren
van toepassing zijn.
Registergoederen:
- Zijn goederen waarvoor overdracht of vesting van een bepaald recht op deze goederen
noodzakelijk is dat het ingeschreven is in de daarvoor bestemde openbare registers. Bv
hypotheekregister.