Hoofdstuk 17
2
Twee onderzoeksfasen in het strafproces:
- Het voorbereidend onderzoek: onderzoek op de terechtzitting art 132 Sv
Verzamelen van bewijsmateriaal
Opsporings- en vervolgingshandelingen plaatsvinden
- Eindonderzoek
Opsporing;
- Is het onderzoek i.v.m. strafbare feiten met als doel het nemen van strafvorderlijke
beslissingen art. 132a Sv
Vervolging:
- Als de OvJ de rechter inschakelt door de verdachte te dagvaarden. Art 132a Sv
Rechter-commissaris: onderzoeksrechter
- Toezichthouder op het vooronderzoek art 170 Sv
Materieel strafrecht: geeft welke gedragingen strafbar zijn, strafsancties en onder welke voorwaarde
strafbare gedragingen vervolgd kunnen worden.
Formele strafrecht: bevat de regels en procedures die betrekking hebben op het toepassen van het
materieel strafrecht in concrete gevallen.
Het strafprocesrecht geeft aan;
- Door wie en welke procedure onderzocht mag worden of en door wie een strafbaar feit is
begaan.
- Door wie en welke procedures de beslissing mag worden genomen dat een bepaald persoon
een strafbaar feit heeft begaan.
- Door wie, volgens welke procedures en onder welk voorwaarden de strafsanctie ten uitvoert
wordt gelegd.
4.
Twee functie van strafrecht;
- Instrumentele functie; crime- control. Is gericht op misdaadbeheersing en beoogt daarmee
potentiële slachtoffers te beschermen tegen inbreuken op hun rechten door wetovertreders.
Dit gebeurt wordt op twee manieren vormgegeven;
In de bevoegdheid om allerlei onderzoekshandelingen te verrichten. Aanhouden fouilleren
inbeslagneming, verhoor en vrijheidsneming.
En bijzondere opsporingsbevoegdheden Wet BOB; observaties met of zonder technische
hulpmiddelen (peilzenders) afluisteren, infiltraties, inzet informanten en pseudokoop.
In de bevoegdheid (strafrechtelijke) sancties op te leggen en ten uitvoer te leggen: de
overheid heeft de bevoegdheid om de burger te straffen.
- Waarborgfunctie; de verdachte heeft rechten en bevoegdheden.
Aquisitoir: In het voorbereidend onderzoek heeft de verdachte minder rechten omdat hij het
object van onderzoek is. Hij is geen gelijkwaardig proces partij.
Accusatoir: hierbij wordt de verdachte gekenmerkt als een gelijkwaardig proces partij. Hij
heeft rechten en bevoegdheden. Vb.; oproepen getuigen art 260, 263 en 292 Sv. inzien.
, stukken, er mogen geen bezwarende stukken meewegen als hij de inhoud daarvan niet kent.
Art 301 Sv.
5.
Bronnen van strafprocesrecht;
- Wetten in formele zin: Sv, Opiumwet, WWM, WED, WVW94
- Verdragen, besluiten van de EU en internationale jurisprudentie: art. 5 en 6 EVRM, Hof voor
de Rechten van de Mens, IVBPR
- Nationale jurisprudentie: De auditu-arrest: getuigenissen van ‘horen zeggen’ binnen het
strafprocesrecht, aanvaardbaar wordt geacht.
- Ongeschreven rechtsbeginselen
Due process: eerlijke proces
De auditu-arrest: nat. Jurisprudentie dat getuigenissen van ‘horen zeggen’ binnen het
strafprocesrecht, aanvaardbaar wordt geacht.
Belangrijkste verdrag voor het strafprocesrecht:
- EVRM art 5 EN 6,
- IVBPR art 9 en 14,
- EVRM art 6 LID 3 onder a en art 6 LID 1.
- VWEU, art 82 lid 2
Ongeschreven rechtsbeginselen:
- Vertrouwensbeginsel; dit beginsel houdt in dat het door de overheid bij de burger gewekte
vertrouwen gehonoreerd dienst te worden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.
- Verbod van detournement de pouvoir; misbruik van bevoegdheid of onzuiverheid van
oogmerk.
- Proportionaliteit en subsidiariteit: het gebruik en uitoefening van een bevoegdheid dient in
redelijke verhouding te staan tot het doel. En gebruikt eerst het minst ingrijpende middel.
6.
Wie is de overheid binnen het strafprocesrecht:
- Politie, om en de rechtspraak
Definitie verdachte;
- Art 27 lid 1 sv
Criteria verdachte;
- Schuld aan strafbaar feit; gedraging dat binnen een delictsomschrijving valt en gaande of
begaan zijn
- Redelijk vermoeden: is objectiveerbaar
- Feiten en omstandigheden: objectief waarschijnlijk dat de persoon een strafbaar feit heeft
begaan.
Equality of arms: gelijke wapens; binnen het strafprocesrecht krijgt de verdachte, naarmate het
strafproces vordert, krijgt de verdachte steeds meer rechten.
2
Twee onderzoeksfasen in het strafproces:
- Het voorbereidend onderzoek: onderzoek op de terechtzitting art 132 Sv
Verzamelen van bewijsmateriaal
Opsporings- en vervolgingshandelingen plaatsvinden
- Eindonderzoek
Opsporing;
- Is het onderzoek i.v.m. strafbare feiten met als doel het nemen van strafvorderlijke
beslissingen art. 132a Sv
Vervolging:
- Als de OvJ de rechter inschakelt door de verdachte te dagvaarden. Art 132a Sv
Rechter-commissaris: onderzoeksrechter
- Toezichthouder op het vooronderzoek art 170 Sv
Materieel strafrecht: geeft welke gedragingen strafbar zijn, strafsancties en onder welke voorwaarde
strafbare gedragingen vervolgd kunnen worden.
Formele strafrecht: bevat de regels en procedures die betrekking hebben op het toepassen van het
materieel strafrecht in concrete gevallen.
Het strafprocesrecht geeft aan;
- Door wie en welke procedure onderzocht mag worden of en door wie een strafbaar feit is
begaan.
- Door wie en welke procedures de beslissing mag worden genomen dat een bepaald persoon
een strafbaar feit heeft begaan.
- Door wie, volgens welke procedures en onder welk voorwaarden de strafsanctie ten uitvoert
wordt gelegd.
4.
Twee functie van strafrecht;
- Instrumentele functie; crime- control. Is gericht op misdaadbeheersing en beoogt daarmee
potentiële slachtoffers te beschermen tegen inbreuken op hun rechten door wetovertreders.
Dit gebeurt wordt op twee manieren vormgegeven;
In de bevoegdheid om allerlei onderzoekshandelingen te verrichten. Aanhouden fouilleren
inbeslagneming, verhoor en vrijheidsneming.
En bijzondere opsporingsbevoegdheden Wet BOB; observaties met of zonder technische
hulpmiddelen (peilzenders) afluisteren, infiltraties, inzet informanten en pseudokoop.
In de bevoegdheid (strafrechtelijke) sancties op te leggen en ten uitvoer te leggen: de
overheid heeft de bevoegdheid om de burger te straffen.
- Waarborgfunctie; de verdachte heeft rechten en bevoegdheden.
Aquisitoir: In het voorbereidend onderzoek heeft de verdachte minder rechten omdat hij het
object van onderzoek is. Hij is geen gelijkwaardig proces partij.
Accusatoir: hierbij wordt de verdachte gekenmerkt als een gelijkwaardig proces partij. Hij
heeft rechten en bevoegdheden. Vb.; oproepen getuigen art 260, 263 en 292 Sv. inzien.
, stukken, er mogen geen bezwarende stukken meewegen als hij de inhoud daarvan niet kent.
Art 301 Sv.
5.
Bronnen van strafprocesrecht;
- Wetten in formele zin: Sv, Opiumwet, WWM, WED, WVW94
- Verdragen, besluiten van de EU en internationale jurisprudentie: art. 5 en 6 EVRM, Hof voor
de Rechten van de Mens, IVBPR
- Nationale jurisprudentie: De auditu-arrest: getuigenissen van ‘horen zeggen’ binnen het
strafprocesrecht, aanvaardbaar wordt geacht.
- Ongeschreven rechtsbeginselen
Due process: eerlijke proces
De auditu-arrest: nat. Jurisprudentie dat getuigenissen van ‘horen zeggen’ binnen het
strafprocesrecht, aanvaardbaar wordt geacht.
Belangrijkste verdrag voor het strafprocesrecht:
- EVRM art 5 EN 6,
- IVBPR art 9 en 14,
- EVRM art 6 LID 3 onder a en art 6 LID 1.
- VWEU, art 82 lid 2
Ongeschreven rechtsbeginselen:
- Vertrouwensbeginsel; dit beginsel houdt in dat het door de overheid bij de burger gewekte
vertrouwen gehonoreerd dienst te worden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.
- Verbod van detournement de pouvoir; misbruik van bevoegdheid of onzuiverheid van
oogmerk.
- Proportionaliteit en subsidiariteit: het gebruik en uitoefening van een bevoegdheid dient in
redelijke verhouding te staan tot het doel. En gebruikt eerst het minst ingrijpende middel.
6.
Wie is de overheid binnen het strafprocesrecht:
- Politie, om en de rechtspraak
Definitie verdachte;
- Art 27 lid 1 sv
Criteria verdachte;
- Schuld aan strafbaar feit; gedraging dat binnen een delictsomschrijving valt en gaande of
begaan zijn
- Redelijk vermoeden: is objectiveerbaar
- Feiten en omstandigheden: objectief waarschijnlijk dat de persoon een strafbaar feit heeft
begaan.
Equality of arms: gelijke wapens; binnen het strafprocesrecht krijgt de verdachte, naarmate het
strafproces vordert, krijgt de verdachte steeds meer rechten.