Farmaco NU
Farmaca diuretisch
Farmaca met een diuretische werking verhogen het urinevolume + verlagen het bloedvolume (bd) + verminderen
het ECV.
Diuretica worden toegepast voor:
A) Oedemen / stuwing
B) Hartfalen: verlagen pre- en aftreload
C) Hypertensie
D) Primaire nierfunctiestoornissen > onvoldoende diurese
E) Intoxicatie: samen met infuus zorgt het voor gefoceerde diurese en verlies van de gifstoffen.
Hoe verder werkzaam in de tubulus , hoe zwakker het effect is
Lusdiuretica zijn het meest potent, maar zoorgen wel voor het meest verlies van andere elektrolyten
1.1. Osmotische diuretica
Medicatie Mannitol
Werking = Verhogen van de osmotische waarde, waardoor water wordt aangetrokken
1) Diureticum in bloed (IV) verhogen bloeddruk
2) Filtratie door glomerulus + geen resorptie tubulus
3) Verhoogde osmolariteit in urine
4) Minder Na+-resorptie in proximale tubulus
5) Minder waterresorptie
6) Verhoogd urinevolume
Toediening o IV
Indicatie > Verplaatsing vloeistof interstitium naar bloedvaten
- Hersenoedeem
- Acuut glaucoom
Bijwerking + Toename bloeddruk
, + Metabole alkalose
- Maar niet echt systemische bijwerkingen bij lokale toediening (oog)
Contra- × Oedemen door hartinsufficiëntie
indicatie Het zorgt voor een toename van het intravasale volume; dit kan het hart niet aan
1.2. Lisdiuretica
Medicatie Furosemide
& kinetiek - Wordt via actieve secretie uitgescheiden in de proximale tubulus; dus niet via
glomerulus (geen invloed GFR)
- Toediening: IV of oraal
Bij paard kan het niet oraal
- Zwak zuur
- Eiwitgebonden in bloed (kan niet door glomerulus)
Werking = Remmen van NKCC-transporters
1) Blokkeren van Na-K-CC-transporters in opstijgende Lus van Henle
2) Verhoogde excretie van Na+, K+, Cl-, Ca2+ en Mg2+
3) Verhoogd urinevolume
Aangrijping o Dikwandig opstijgend been LvH, luminale zijde
o NKCC-transporters
Effect ▪ Zeer potent
▪ Relatief korte werking: IV 2h, oraal 3-6 h
Bijwerking + Dehydratie
+ Elektrolyten-disbalans: hypokaliëmie
Co-medicatie met K-sparende diuretica of ACE-remmers
+ Vertraagde uitscheiding van hartglycosiden (digoxine)
Contra- Niet echt contra, want vaak is zo’n potent middel wel nodig, maar wel extra voorzichtig zijn bij:
indicatie × Zeer slechte hartfunctie
× Pirmaire nieraandoeding met een verminderde GFR
× Elektrolietendisbalans
× Bij gebruik van digoxine
Digoxine en spironolacton hebben dezelfde stereoïdstructuur
1.3. Thiaziden
Medicatie Hydrochloorthiazide
& kinetiek - Wordt via actieve secretie uitgescheiden in de proximale tubulus; dus niet via
glomerulus
- Oraal of parenteraal
Werking = Remmen van Na+/Cl—transporters
Farmaca diuretisch
Farmaca met een diuretische werking verhogen het urinevolume + verlagen het bloedvolume (bd) + verminderen
het ECV.
Diuretica worden toegepast voor:
A) Oedemen / stuwing
B) Hartfalen: verlagen pre- en aftreload
C) Hypertensie
D) Primaire nierfunctiestoornissen > onvoldoende diurese
E) Intoxicatie: samen met infuus zorgt het voor gefoceerde diurese en verlies van de gifstoffen.
Hoe verder werkzaam in de tubulus , hoe zwakker het effect is
Lusdiuretica zijn het meest potent, maar zoorgen wel voor het meest verlies van andere elektrolyten
1.1. Osmotische diuretica
Medicatie Mannitol
Werking = Verhogen van de osmotische waarde, waardoor water wordt aangetrokken
1) Diureticum in bloed (IV) verhogen bloeddruk
2) Filtratie door glomerulus + geen resorptie tubulus
3) Verhoogde osmolariteit in urine
4) Minder Na+-resorptie in proximale tubulus
5) Minder waterresorptie
6) Verhoogd urinevolume
Toediening o IV
Indicatie > Verplaatsing vloeistof interstitium naar bloedvaten
- Hersenoedeem
- Acuut glaucoom
Bijwerking + Toename bloeddruk
, + Metabole alkalose
- Maar niet echt systemische bijwerkingen bij lokale toediening (oog)
Contra- × Oedemen door hartinsufficiëntie
indicatie Het zorgt voor een toename van het intravasale volume; dit kan het hart niet aan
1.2. Lisdiuretica
Medicatie Furosemide
& kinetiek - Wordt via actieve secretie uitgescheiden in de proximale tubulus; dus niet via
glomerulus (geen invloed GFR)
- Toediening: IV of oraal
Bij paard kan het niet oraal
- Zwak zuur
- Eiwitgebonden in bloed (kan niet door glomerulus)
Werking = Remmen van NKCC-transporters
1) Blokkeren van Na-K-CC-transporters in opstijgende Lus van Henle
2) Verhoogde excretie van Na+, K+, Cl-, Ca2+ en Mg2+
3) Verhoogd urinevolume
Aangrijping o Dikwandig opstijgend been LvH, luminale zijde
o NKCC-transporters
Effect ▪ Zeer potent
▪ Relatief korte werking: IV 2h, oraal 3-6 h
Bijwerking + Dehydratie
+ Elektrolyten-disbalans: hypokaliëmie
Co-medicatie met K-sparende diuretica of ACE-remmers
+ Vertraagde uitscheiding van hartglycosiden (digoxine)
Contra- Niet echt contra, want vaak is zo’n potent middel wel nodig, maar wel extra voorzichtig zijn bij:
indicatie × Zeer slechte hartfunctie
× Pirmaire nieraandoeding met een verminderde GFR
× Elektrolietendisbalans
× Bij gebruik van digoxine
Digoxine en spironolacton hebben dezelfde stereoïdstructuur
1.3. Thiaziden
Medicatie Hydrochloorthiazide
& kinetiek - Wordt via actieve secretie uitgescheiden in de proximale tubulus; dus niet via
glomerulus
- Oraal of parenteraal
Werking = Remmen van Na+/Cl—transporters