OWE 8
Sterre Stegeman
,Week 1, les 1
PES → probleem, etiologie en symptomen.
PESDIE → probleem (verpleegkundige diagnose), etiologie (oorzaken), symptomen,
doelstelling, interventies en evaluatie.
Verpleegkundige diagnose:
Probleem → uit carpenito
Etiologie → Volgens schoot en stevens maakt Carpenito onderscheid in verschillende
etiologische factoren. Deze onderverdeling is zinvol als hulpmiddel bij het in kaart brengen
van het totaal aan factoren die een rol kunnen spelen bij het optreden van
verpleegproblemen.
1) Pathofysiologische factoren
2) Factoren in relatie tot de behandeling
3) Situationele factoren → in welke ontwikkelingsfase zit iemand? (fase van erikson)
4) Factoren die met de ontwikkelingsfase van de persoon samenhangen
Signs en symptoms → signs (wat je als verpleegkundige ziet) en symptoms (wat de
zorgvrager aangeeft
• Formulier je diagnose SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch,
tijdsgebonden)
Klinisch redeneren = je observaties en interpretaties als verpleegkundige koppelen aan de
medische kennis. Ook wel het continue proces van gegevensverzameling en analyse gericht
werken.
- Klinisch redeneren omvat risico inschatting, vroeg signalering, probleemherkenning
en interventie
Het verpleegkundig proces is hierin belangrijk:
1) Vraagverheldering/anamnese
2) Diagnose stellen
3) Plannen van resultaten
4) Plannen van de interventies
5) Uitvoering
6) Evaluatie
Week 1, les 2
Het verschil tussen MBO en HBO is het evidence based practice (EBP) te werk gaan.
Classificatiesysteem: het categoriseren van onderwerpen
• denk hierbij aan classificatiesystemen als: Gorden, Omaha, ICF, positieve
gezondheid van Huber.
Een classificatiesysteem is een referentiekader dat de verpleegkundige gebruikt om, als
resultaat van de klinische besluitvorming, verpleegkundige zorg weer te geven.
4 domeinen van Omaha zijn:
1) Fysiologisch domein
2) Gezondheid gerelateerde domein
3) Omgevingsdomein
4) Psychosociale domein
- Onder deze 4 domeinen zijn er 42 aandachtsgebieden geformuleerd.
- Omaha wordt veel gebruik in de wijkverpleging.
, 11 patronen van Gordon zijn:
1) Patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding
2) Voeding/stofwisselingspatroon
3) Uitscheidingspatroon
4) Activiteitenpatroon
5) Slaap/rustpatroon
6) Cognitiepatroon
7) Zelfbelevingspatroon
8) Rollen/relatiepatroon
9) Seksualiteit/voortplantingspatroon
10) Stressverwerkingspatroon
11) Waarden/overtuigingenpatroon
Tool box → om in kaart te brengen wat de zorgvraag is en het evalueren van de zorgvraag.
Positieve gezondheidsmodel van Huber → positieve gezondheid in 6 dimensies om de focus
te leggen op wat iemand wel kan. ‘’Het vermogen van mensen om zich aan te passen en een
eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het
leven’’
Het spinnenweb is als gespreksonderwerp → waar wil je als patiënt naar toe?
Terminologie: het aanduiden van woorden in dezelfde taal zodat iedereen het kan begrijpen.
Holistische visie/holisme: aandacht hebben als verpleegkundige vanuit alle hoeken van een
zorgvrager.