100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting ALLE stof Verbintenissenrecht (Inleiding privaatrecht I)

Rating
-
Sold
-
Pages
19
Uploaded on
01-02-2022
Written in
2021/2022

Samenvatting van alle stof van Inleiding Privaatrecht I: Verbintenissenrecht; aantekeningen van hoorcolleges, aantekeningen van werkgroepen en workshops, samenvattingen van Brahn/Reehuis en van jurisprudentie. Met dit document ben je volledig voorbereid op het tentamen.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Deel ii
Uploaded on
February 1, 2022
Number of pages
19
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inleiding

Waarom de codificatie van het burgerlijk recht?
- Ideologisch: een eigen identiteit, soevereiniteit, nationalisme;
- Rechtspolitiek: centralisatie van de macht, alsook herbezinnen op taakverdeling wetgever en
rechter;
- Cultureel-filosofisch: verlichtingsdenken, eenieder moet haar of zijn rechten kunnen kennen;
- Wetenschappelijk (dogmatisch): ordeningsgedachte, consistente systematiek en
terminologie;
- Praktisch: zekerheid verschaffen aan rechtspraktijk, meer onderwerpen regelen.

Vermogen = het geheel van op geld waardeerbare rechten en verplichtingen die iemand heeft.
Subjectieve vermogensrechten (dit zijn wel objectieve rechtsgebieden) hebben betrekking op:
- Goederenrecht: de relatie tussen een persoon en een zaak. De rechten kunnen tegen
eenieder ingeroepen worden: absoluut recht;
- Verbintenissenrecht: de rechtsverhouding tussen twee personen. De rechten kunnen slechts
tegen een bepaalde persoon ingeroepen worden: relatief recht.
Er is alleen sprake van een subjectief recht als het in het objectieve recht is geregeld. Het ‘recht’ op
een bedankje na een bezoek is dus geen subjectief recht.

Verbintenis: een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee personen (crediteur en
debiteur)
Personenrecht en vermogensrecht zijn de belangrijkste onderwerpen van het BW
Boek 3: algemeen vermogensrecht. Boek 6 is daar een uitwerking van: verbintenissen algemeen:
- Titels 1,2: algemeen deel;
- Titel 5: verbintenis uit overeenkomst;
Boek 3 vormt het algemene deel. Zonder boek 3 zou bijv. boek 5 (bijzonder deel met de regeling van
de zakelijke rechten) incompleet zijn.

Kenmerken van een verbintenis :
- Recht van de één op een prestatie waartoe de ander is verplicht;
- De verbintenis moet vermogensrechtelijk zijn (dus niet bijv. moreel);

Rechtsvordering: het recht van de schuldeiser om de schuldenaar te laten veroordelen tot het
verrichten van de prestatie en/of betalen van schadevergoeding. Aansprakelijkheid: de plicht van de
schuldenaar om zich dat te laten welgevallen. Als de schuldenaar dit vonnis niet nakomt, komt de
schuldeiser het recht tot executie toe. De schuldenaar heeft de plicht deze ingreep te dulden:
uitwinbaarheid. Dus:
- Vorderingsrecht (schuldeiser) vs. schuld (schuldenaar);
- Rechtsvordering (art. 3:296 e.v. BW) vs. aansprakelijkheid;
- Executierecht vs. uitwinbaarheid/draagplicht.
Rechtsvordering gebeurt bij de rechter. Daarom is in het burgerlijk recht een klein beetje sprake van
publiekrecht.

Rechtsfeit (het objectieve recht koppelt een rechtsgevolg (verandering in rechten/plichten) daaraan):
- Bloot rechtsfeit (gebeurtenis of toestand);
- Gedraging van personen:
o Feitelijke handelingen (deze hebben dus geen rechtsgevolg op het oog):

,  Rechtmatige daad;
 Onrechtmatige daad;
o Rechtshandeling (art. 3:33) (gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg);
 Eenzijdige rechtshandeling (zie ook nr. 343);
 Ongericht: rechtshandeling die niet is gericht op een bepaalde
persoon. Zij behoeft daarom geen instemming van enig andere
persoon (bv. testament).
 Gericht: is op een of meerdere personen gericht: kennisgeving nodig.
 Meerzijdige rechtshandeling (is alleen gericht, kan niet ongericht zijn);
 Andere meerzijdige rechtshandelingen (bijv. liberatoire);
 (obligatoire) overeenkomst (art. 6:213):
o Wederkerige overeenkomst: een overeenkomst waar twee
verbintenissen uit voortvloeien;
o Eenzijdige/niet-wederkerige overeenkomst: een
overeenkomst waar één verbintenis uit voortvloeit (zijn geen
eenzijdige rechtshandelingen, aangezien een overeenkomst
altijd een meerzijdige rechtshandeling is.).
NB: bij de feitelijke handelingen is het rechtsgevolg niet beoogd. Iemand aanvallen is dus een
feitelijke handeling (onrechtmatige daad) en geen rechtshandeling, want het rechtsgevolg
(schadevergoeding) is niet beoogd.
De rechtshandelingen zijn ook als volgt in te delen:
- Om baat: met het oogmerk een te verkrijgen voordeel;
- Om niet: niet met dit oogmerk.
Uit een wederkerige overeenkomst (dit is de rechtshandeling) vloeien twee verbintenissen voort:
recht en plicht. Schenking is een overeenkomst (dus een meerzijdige rechtshandeling), maar het is
een eenzijdige overeenkomst, want het roept slechts één verbintenis in het leven.

Art. 6:1 BW: de wet is altijd de uiteindelijke bron van verbintenissen. Verbintenissen vloeien niet
alleen voort uit overeenkomst en onrechtmatige daad, maar ook (‘voortvloeit uit…’) (HR Quint/Te
Poel):
- De wet wijst feiten aan als bronnen van verbintenissen:
o Feiten als groep: overeenkomst, onrechtmatige daad;
o De rechtmatige daden:
 Onverschuldigde betaling: art. 6:203, lid 1, BW (dit is niet een overeenkomst,
want het rechtsgevolg is niet beoogd) (de betaling heeft niet een
rechtsgrond, het is niet in de wet opgenomen i.t.t. natuurlijke verbintenis,
dus het mag teruggevraagd worden);
 Zaakwaarneming (art. 6:198 e.v. BW);
 Ongerechtvaardigde verrijking.
- Wettelijke verwijzing naar ongeschreven recht;
- Passend in het stelsel van de wet.

Natuurlijke verbintenis (art. 6:3): de crediteur heeft wel vorderingsrecht, maar geen rechtsvordering.
Daarom heeft de debiteur wel schuld, geen aansprakelijkheid. Oftewel: rechtsgang is niet mogelijk
(bijv. weddenschap) (deze betaling heeft wel een rechtsgrond, want het staat in de wet, i.t.t.
onverschuldigde betaling, dus hij hoeft niet terugbetaald te worden).
Natuurlijke verbintenissen zijn dus niet rechtens afdwingbaar. Wel kunnen zij rechtsgevolgen
hebben:

, - Nakoming (dus niet rechtens afgedwongen) geldt niet als onverschuldigde betaling: de
debiteur kan zich niet daarop beroepen en zijn geld terugeisen;
- Nakoming is geen gift;
- Nakoming is een onverplichte rechtshandeling in de zin van de Pauliana (art. 3:45 BW): als
schuldeisers hun schuld niet meer kunnen verhalen na de onverplichte voldoening van de
plicht door de debiteur, mogen zij de onverplichte rechtshandeling vernietigen en dan hun
geld opeisen;
- De natuurlijke schuldeiser kan niet verrekenen (nr. 696);
- Versterking is mogelijk: bv. door middel van borg of pand door derden;
- Door een overeenkomst kan de natuurlijke verbintenis omgezet worden in een rechtens
afdwingbare civielrechtelijke verbintenis.

Syllogisme:
- Majorpremisse: mensen zijn sterfelijk (definitie of deel van een definitie);
- Minorpremisse: Socrates is een mens (kwalificatie van een begrip aan de definitie);
- Conclusie: Socrates is sterfelijk (gevolgtrekking van de definitie en kwalificatie).
Omgezet naar het recht:
- Rechtsregel: majorpremisse.
o Vb.: definitie van een zaak (art. 3:2 BW);
- Rechtsfeit: minorpremisse.
o Kwalificatie van ‘fiets’ aan de definitie;
- Rechtsgevolg: conclusie.
o De fiets is een zaak.

Arresten
HR Quint/Te Poel: een verbintenis kan ook ontstaan wanneer deze niet uit een overeenkomst
of de wet voortvloeit. Verbintenissen kunnen ook ontstaan uit bronnen die passen in het systeem
van de wet en die aansluiten bij de in de wet geregelde gevallen. De HR overwoog ‘dat uit deze
woorden (‘uit de wet’) immers geenszins volgt, dat elke verbintenis rechtsreeks op enig wetsartikel
moet steunen, doch daaruit slechts mag worden afgeleid, dat in gevallen die niet bepaaldelijk door
de wet zijn geregeld, de oplossing moet worden aanvaard, die in het stelsel van de wet past en
aansluit bij de wél in de wet geregelde gevallen’ (zie ook week 6).
HR Goudse bouwmeester: geeft een ruime uitleg van een natuurlijke verbintenis. Voorheen
was enkel de wet de bron, maar nu kan een natuurlijke verbintenis ook ontstaan na een storting ‘ als
’t ware uit een gevoel van berouw, fatsoen of iets dergelijks’.




Totstandkoming en de inhoud van overeenkomsten

Drie fundamentele beginselen van het contractenrecht:
- Contractsvrijheid:
o Partijen zijn vrij om overeenkomsten te sluiten met wie, waarover en wanneer zij
willen;
o Partijautonomie: de autonomie van het individu om zijn leven vorm te geven zoals hij
wil;
o Uitzonderingen:

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jrva Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
5 year
Number of followers
14
Documents
52
Last sold
1 year ago

3.5

2 reviews

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions