Jeugdliteratuur is een overkoepelende term voor?
- Kinderliteratuur: peuterleeftijd tot 12 jaar
- jeugdliteratuur: 12 - 15 jaar
- adolescentenliteratuur: vanaf 15 jaar
Noem 3 invullingen vanuit de jeugdliteratuur:
- literatuur geschreven door de jeugd
- literatuur geschreven voor de jeugd
- literatuur gelezen door de jeugd (Alice in wonderland, Robinson Crusoe, etc.)
Noem 3 manieren waarop je de jeugdliteratuur als geheel kan bestuderen:
1. Als cultureel fenomeen (geschiedenis, opvoeding vs. literatuur)
2. Als literair subsysteem
3. Als specifiek communicatiesysteem
Wat was de status van jeugdliteratuur in de middeleeuwen?
Er was geen jeugdliteratuur want geen onderscheid tussen kinderen en volwassenen.
Papier was duur en dus weinig aandacht voor schrijven (wel lezen, maar dan uit het hoofd leren)
Wel leerden jongens soms te lezen in de stad i.v.m. handel.
Wat was de status van jeugdliteratuur in de 16e eeuw?
- Uitvinding van de boekdrukkunst: literatuur dichter bij de mensen.
- Uitvinding van de school als instituut: meer aandacht voor lezen. --> verschijnen van leerboekjes
(verhalen met een boodschap)
- 1530: Erasmus schreef een boekje voor kinderen over goede manieren.
- ABC boekjes om te leren spellen --> als kinderen konden lezen mochten ze de Catechismus lezen (leer
van de kerk)
Wat was de status van jeugdliteratuur in de 17e eeuw?
- Opkomst Humanisme en Reformatie
- Overheid bemoeit zich met het onderwijs
- Het protestants geloof wordt verspreid; iedereen wilde het op school hebben.
Wat was de status van jeugdliteratuur in de 18e eeuw?
- De verlichting
- Aandacht voor opvoeding
- Industrialisatie: leerplicht en verbod op kinderarbeid (moratoriumfase = de periode waarin men nog
geen echte verantwoordelijkheid toegewezen krijgt)
- Rousseau schreef Emile (1762):
(Locke: observatie en experiment)
1. Zuigelingentijd (0 tot 2 jaar)
2. Kindertijd (2 tot 12 jaar) --> vakken geven is zinloos, kind ontwikkelt zich via zintuigen en
oefeningen
3. Robinsonleeftijd (12 tot 15 jaar) --> verstand is ontwikkeld en lesgeven kan beginnen:
belangstelling en nieuwsgierigheid (natuurkunde) jongens waren het uitgangspunt.
4. Adolescentie (15 tot 25 jaar) --> echte opvoeding kan beginnen: religie, geschiedenis en literatuur
(geestelijke ontwikkeling/ ziel en geweten)