Samenvatting JOSVJ
Door Robin van Roest
Hoofdstuk 1
In het opschrift staat de officiële naam van een wet of regeling, informatie over de
datum van ondertekening en het onderwerp. De officiële naam staat ook in de
citeertitel, die je vindt in het laatste artikel van de wet. Achter het opschrift staat
informatie over de laatste wijzigingen van de wet, maar dit behoort eigenlijk niet tot
het echte opschrift.
De aanhef komt na het opschrift en voor de inhoud van de wet. Uit de aanhef haal je
het wetgevingsproces van de wet. Je kan afleiden of de Raad van State of de
Staten-Generaal betrokken is geweest bij het maken van de wet. Zo kan je
beoordelen of er sprake is van een wet in formele zin.
Ook staat in de aanhef het doel of de reden van het opstellen van de wet, wat de
considerans heet.
De kern van een wet wordt gevormd door de wetsartikelen. Dit heet het corpus
(lichaam) van de wet. Het corpus gaat van het eerste tot en met het laatste artikel.
Wetten zijn gestructureerd ingedeeld: boeken, titels, hoofdstukken, afdelingen,
paragrafen en artikelen. Niet iedere wet heeft dit, sommige wetten hebben alleen
wetsartikelen.
Door de indeling in boeken staan de artikelen die qua onderwerp overeenkomen bij
elkaar. Sommige wetten kennen geen boeken, maar wel een hoofdstukindeling. De
hoofdstukken geven de onderwerpen aan die structuur geeft aan de wet. Hierdoor
staan wetsartikelen die dezelfde onderwerpen betreffen bij elkaar.
Als een wet of regeling heel lang is, is er een verdere onderverdeling nodig. Dit
gebeurt met afdelingen en paragrafen. De inhoudsopgave geeft hierbij inzicht in
waar je moet kijken.
De wetsartikelen in het corpus zijn genummerd, als de nummers doortellen per boek
geeft dat aan dat de boeken bij elkaar horen. Als de nummering per boek opnieuw
begint geeft dat aan dat de boeken op zichzelf staan.
Soms staan er achter artikelen andere artikelen tussen haakjes. Dit zijn
verwijzingsartikelen die je kunt gebruiken als een hulpmiddel wanneer je andere
artikelen zoekt.
Door Robin van Roest
Hoofdstuk 1
In het opschrift staat de officiële naam van een wet of regeling, informatie over de
datum van ondertekening en het onderwerp. De officiële naam staat ook in de
citeertitel, die je vindt in het laatste artikel van de wet. Achter het opschrift staat
informatie over de laatste wijzigingen van de wet, maar dit behoort eigenlijk niet tot
het echte opschrift.
De aanhef komt na het opschrift en voor de inhoud van de wet. Uit de aanhef haal je
het wetgevingsproces van de wet. Je kan afleiden of de Raad van State of de
Staten-Generaal betrokken is geweest bij het maken van de wet. Zo kan je
beoordelen of er sprake is van een wet in formele zin.
Ook staat in de aanhef het doel of de reden van het opstellen van de wet, wat de
considerans heet.
De kern van een wet wordt gevormd door de wetsartikelen. Dit heet het corpus
(lichaam) van de wet. Het corpus gaat van het eerste tot en met het laatste artikel.
Wetten zijn gestructureerd ingedeeld: boeken, titels, hoofdstukken, afdelingen,
paragrafen en artikelen. Niet iedere wet heeft dit, sommige wetten hebben alleen
wetsartikelen.
Door de indeling in boeken staan de artikelen die qua onderwerp overeenkomen bij
elkaar. Sommige wetten kennen geen boeken, maar wel een hoofdstukindeling. De
hoofdstukken geven de onderwerpen aan die structuur geeft aan de wet. Hierdoor
staan wetsartikelen die dezelfde onderwerpen betreffen bij elkaar.
Als een wet of regeling heel lang is, is er een verdere onderverdeling nodig. Dit
gebeurt met afdelingen en paragrafen. De inhoudsopgave geeft hierbij inzicht in
waar je moet kijken.
De wetsartikelen in het corpus zijn genummerd, als de nummers doortellen per boek
geeft dat aan dat de boeken bij elkaar horen. Als de nummering per boek opnieuw
begint geeft dat aan dat de boeken op zichzelf staan.
Soms staan er achter artikelen andere artikelen tussen haakjes. Dit zijn
verwijzingsartikelen die je kunt gebruiken als een hulpmiddel wanneer je andere
artikelen zoekt.