Sector oriëntatie
1. Wat is (deel) Sector Recreatie en gezelschapsdieren?
De deelsector is de overkoepelde sector van de economische sector, bedrijfskolom en
bedrijfsprocessen.
2. Wat verstaan we onder de economische sector
De economische sector (=primaire sector) levert grondstoffen en voedsel. Bevindt zich in de
landbouw, veeteelt, jacht en visserij
3. Wat is een bedrijfskolom?
In een bedrijfskolom werken alle bedrijven samen die betrokken zijn bij het maken van een
product of het leveren van een dienst. Door middel van handel komen ze met elkaar in
contact
Voerproducent → melkveehouderij → slachthuis
groothandel → campina → huiden looien of schoenen
4. Wat zijn (primaire) bedrijfsprocessen?
Een primair proces is een proces die gericht zijn op het door de organisatie leveren van
toegevoegde waarde aan haar omgeving.
Bedrijfsprocessen zijn ordeningen van het werk in een bedrijf die moeten worden uitgevoerd
om een product of dienst te maken.
Je hebt drie soorten processen
- Bestuurlijke processen
Dit zijn activiteiten die het beleid uitvoeren door middel van plannen, controleren,
evalueren en bijsturen.
- Primaire processen
De samenhangende activiteiten om het product of dienst te realiseren voor de klant.
- Ondersteunende processen
Activiteiten gericht op het scheppen van voorwaarden (mensen en middelen) om de
primaire processen goed te laten functioneren.
5. Beschrijf het verschil tussen missie en visie
Missie Visie
Waarvoor we staan Waarvoor we gaan
Gericht op organisatie Gericht op omgeving
Wie zijn we Hoe gaan we met de wereld om
Identiteit, waarden Toekomst, droom
Vanuit een lang verleden Vanuit de verre toekomst
In principe tijdloos Kan worden bijgesteld
6. Maak een organogram van je werkplek
Een organogram bestaat uit structuren van de organisatie op:
- Doelstelling, middelen, producten/diensten, markten, processen, taken,
verantwoordelijkheden, functies.
, 7. Benoem twee soorten bedrijfsanalyses die je kan beschrijven en vertalen naar je eigen
beroepsgerichte praktijk.
- SWOT
o Kansen en bedreigingen (extern)
▪ Invloeden buiten het bedrijf
▪ Bijvoorbeeld; bevolkingssamenstelling, koopkracht consumenten
o Sterke en zwakke punten (intern)
▪ Vanuit het bedrijf zelf gekeken
▪ Bijvoorbeeld: kundig personeel, afhankelijk van donateurs
- 7 s model
o Doel: organisatie analyseren
▪ Organisatiecultuur
• Welke normen, waarden of overtuigingen wordt in het bedrijf
gewerkt? Zijn ze in de missie beschreven?
• Zorgen ze voor versterking of belemmering
▪ Strategie
• Is de beschrijving op welke wijze de organisatie een competitief
voordeel tov concurrenten wil verkrijgen
o Waarin verschillen ze van de concurrentie
o Duidelijke keuze wat betreft strategie
▪ Structuur
• Hiërarchie in verantwoordelijkheden en bevoegdheden bedoeld
o Zijn taken goed verdeeld
o Neemt iedereen zijn verantwoordelijkheid
▪ Systemen
• Uitzoeken wat de sterke en zwakke punten zijn van het product
of dienst
o Voldoen de producten/diensten aan kwaliteiteisen
o Wordt er efficiënt geproduceerd
▪ Staf/personeel
• Kwaliteit van de medewerkers
o Zijn ze voldoende gekwalificeerd
o Zijn ze voldoende betrokken
▪ Stijl
• De stijl van managen, de organisatiecultuur en houding van de
werknemers
o Op welke manier worden er besluiten genomen
o Hoe communiceert de bedrijfsleiding met medewerkers
▪ Skillz (sleutelvaardigheden)
• Gaat om kennis, kernkwaliteiten, competenties en vaardigheden
o Zijn er voldoende kennis en vaardigheden aanwezig om
succesvol te zijn?
o Wat zijn de sterke en zwakke punten in relatie tot kennis
en vaardigheden?