Week 1
Opdracht 1
Advocaat eist miljoenen van Chipshol-rechter; Vicepresident rechtbank belde wel degelijk met
raadsman
Rotterdam - De Rotterdamse advocaat Hugo Smit eist van voormalig vicepresident Hans Westenberg
van de rechtbank in Den Haag een schadevergoeding van 2,7 miljoen euro.
De civiele procedure van Smit tegen de oud-rechter is een uitvloeisel van het al jaren durende conflict
tussen gebiedsontwikkelaar Chipshol en de directie van de luchthaven Schiphol. Volgens oprichter
Jan Poot van Chipshol zou zijn bedrijf stelselmatig zijn tegengewerkt door de Staat en Schiphol. Dit
om te voorkomen dat uitbreiding van Chipshol een eventuele groei van de nationale luchthaven in de
weg zou staan.
Rechter Westenberg bepaalde in 1996 dat Chipshol alle juridische procedures moest laten varen. Op
straffe van dwangsommen, oplopend tot 300 miljoen gulden, kreeg Poot voorts een spreekverbod over
de affaire opgelegd.
Naderhand stelde advocaat Hugo Smit dat hij tijdens het proces telefoontjes van rechter Westenberg
kreeg. De magistraat zou boos zijn geworden over de weigering van Chipshol genoegen te nemen
met een schikking. Westenberg ontkende de aantijgingen en eiste van Smit, vanwege volgens hem
onrechtmatige uitlatingen, een schadevergoeding. Na een procedure van vijf jaar werd de rechter
in hoger beroep in het ongelijk gesteld. Het gerechtshof stelde juni 2009 vast dat er wel degelijk twee
telefoongesprekken hadden plaatsgevonden tussen de rechter en advocaten.
In de dagvaarding tegen Westenberg zegt Smit dat zijn reputatie ernstig heeft geleden onder de
handelwijze van de oud-rechter. Zo moest de raadsman als gevolg van de affaire zijn werk bij een
gerenommeerd advocatenkantoor opgeven. Hoewel het winnen van de procedure hem
genoegdoening gaf, is de schade hiermee niet van de baan, stelt Smit, die tevens de landsadvocaat
en de Staat heeft gedaagd.
In de affaire rond Chipshol wordt Westenberg verdacht van meineed, valsheid in geschrifte en
ambtelijke corruptie. 'Om discussies over zijn functioneren' te voorkomen, ging hij oktober vorig jaar op
64-jarige leeftijd met vervroegd pensioen. In de kwestie rond Chipshol worden dit najaar meerdere
(ex)-rechters aan een getuigenverhoor onderworpen. Het gaat hierbij om Pieter Kalbfleisch, Ernst
Numann, Bert van Delden en, komende donderdag, Hans Westenberg.
[Bron: Trouw van dinsdag 2 november 2010]
a. Waarom begint de procedure tegen de heer Westenberg met een dagvaarding?
Hoofdregel: 78 jo. 261 Rv
Hoofdregel: dagvaardingsprocedure tenzij een materiële wet zegt
verzoekschriftprocedure
b. Welke rechter is absoluut en relatief bevoegd van deze zaak kennis te nemen? Ga er
bij het beantwoorden van deze vraag vanuit dat zowel de heer Westenberg als de
landsadvocaat in Den Haag woont en werkt en de heer Smit in Rotterdam.
Absoluut: civiele rechtbank art. 42 Wet RO
Relatief: Rechtbank Den Haag
Hoofdregel : wie eist die reist
Opdracht 2
a. Schets het verloop van de ongecompliceerde dagvaardingsprocedure.
Stap 1: de dagvaarding
Inschrijven dagvaarding op rol
Verschijnen gedaagde op eerste roldatum
Stap 2: de conclusie van antwoord
Stap 3: de comparitie na antwoord
Inlichtingscomparitie art. 87 Rv
Schikkingscomparitie art. 88 Rv
Stap 4: het vonnis
, b. Wat betekenen de substanstiëringsplicht en de bewijsaandraagplicht, waaraan eiser
en gedaagde (gedeeltelijk) moeten voldoen in hun processtukken?
Substantiëringsplicht: Ook is de eiser verplicht om in de dagvaarding de eisen en
tegenwerpingen van de gedaagde op te nemen. Hierbij gaat het om stellingen van de
gedaagde die al voor het uitbrengen van de dagvaarding bij de eiser bekend zijn.
Hierdoor krijgt de rechter meer feiten dan als de partijen zich steeds alleen op hun
eigen standpunten en stellingen richten.
Bewijsaandraagplicht: beide partijen moeten duidelijk maken over welke
bewijsmiddelen zij beschikken
Art. 128 lid 5 Rv
Opdracht 3
Beantwoord onderstaande vragen aan de hand van de Landelijk Procesreglementen en de
wet (op te zoeken via www.rechtspraak.nl).
Jan Koppen heeft een advocaat in de arm genomen om een vordering van € 50.500,00 op
Piet de Zeeuw te innen. De advocaat stelt een dagvaarding op welke op 3 februari wordt
betekend bij de wederpartij. De wederpartij wordt opgeroepen voor de zitting van woensdag
12 februari.
a. Vanaf welk moment is de zaak aanhangig?
In een dagvaardingsprocedure is de zaak aanhangig vanaf het moment van betekening
van de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder aan de gedaagde.
b. Op welke wijze wordt de zaak bekend bij de rechtbank en wanneer moet dit uiterlijk
zijn gedaan?
Door de zaak te laten inschrijven bij de rechtbank op de rol. Dit moet binnen 2
weken art. 125 lid 2 Rv
c. Wat zijn de gevolgen wanneer de zaak niet tijdig bij de rechtbank bekend is gemaakt?
Eiser verzuimt om dagvaarding op 1e roldatum op rol te doen inschrijven zaak
niet aanhangig.
Art. 125 lid 5 Rv: herstellen door deurwaarder herstelexploot te laten uitbrengen
d. Waar (I) en binnen welke termijn (II) moet Piet Pluk de conclusie van antwoord
indienen en aan wie (III) moet hij welk aantal (IV) exemplaren verstrekken?
Gedaagde krijgt gelegenheid om schriftelijk verweer te voeren art. 128 lid 2 Rv
Rolrechter geeft gedaagde op 1e roldatum in beginsel een termijn van 6 weken art. 128
lid 2 Rv
processtuk 6 weken later door advocaat van gedaagde op wekelijkse rolzitting te
worden ingediend.
Art. 128 lid 3 en 5 Rv:
Concentratie van verweer: gedaagde dient al zijn verweren direct en volledig in
conclusie van antwoord op te nemen.
Direct aangeven welke bewijsmiddelen en getuigen hij heeft om verweer te
onderbouwen.
82 lid 3 Rv
133 lid 1 Rv
Gewone rechtbank advocaat,
Kanton gemachtigde
e. Op grond van art. 2.4 LPR kanton dien je bij de kantonrechter meer conclusies van
antwoord in te leveren dan bij de ‘gewone’ rechtbank? Waarom is dit zo?
Opdracht 4
Opdracht 1
Advocaat eist miljoenen van Chipshol-rechter; Vicepresident rechtbank belde wel degelijk met
raadsman
Rotterdam - De Rotterdamse advocaat Hugo Smit eist van voormalig vicepresident Hans Westenberg
van de rechtbank in Den Haag een schadevergoeding van 2,7 miljoen euro.
De civiele procedure van Smit tegen de oud-rechter is een uitvloeisel van het al jaren durende conflict
tussen gebiedsontwikkelaar Chipshol en de directie van de luchthaven Schiphol. Volgens oprichter
Jan Poot van Chipshol zou zijn bedrijf stelselmatig zijn tegengewerkt door de Staat en Schiphol. Dit
om te voorkomen dat uitbreiding van Chipshol een eventuele groei van de nationale luchthaven in de
weg zou staan.
Rechter Westenberg bepaalde in 1996 dat Chipshol alle juridische procedures moest laten varen. Op
straffe van dwangsommen, oplopend tot 300 miljoen gulden, kreeg Poot voorts een spreekverbod over
de affaire opgelegd.
Naderhand stelde advocaat Hugo Smit dat hij tijdens het proces telefoontjes van rechter Westenberg
kreeg. De magistraat zou boos zijn geworden over de weigering van Chipshol genoegen te nemen
met een schikking. Westenberg ontkende de aantijgingen en eiste van Smit, vanwege volgens hem
onrechtmatige uitlatingen, een schadevergoeding. Na een procedure van vijf jaar werd de rechter
in hoger beroep in het ongelijk gesteld. Het gerechtshof stelde juni 2009 vast dat er wel degelijk twee
telefoongesprekken hadden plaatsgevonden tussen de rechter en advocaten.
In de dagvaarding tegen Westenberg zegt Smit dat zijn reputatie ernstig heeft geleden onder de
handelwijze van de oud-rechter. Zo moest de raadsman als gevolg van de affaire zijn werk bij een
gerenommeerd advocatenkantoor opgeven. Hoewel het winnen van de procedure hem
genoegdoening gaf, is de schade hiermee niet van de baan, stelt Smit, die tevens de landsadvocaat
en de Staat heeft gedaagd.
In de affaire rond Chipshol wordt Westenberg verdacht van meineed, valsheid in geschrifte en
ambtelijke corruptie. 'Om discussies over zijn functioneren' te voorkomen, ging hij oktober vorig jaar op
64-jarige leeftijd met vervroegd pensioen. In de kwestie rond Chipshol worden dit najaar meerdere
(ex)-rechters aan een getuigenverhoor onderworpen. Het gaat hierbij om Pieter Kalbfleisch, Ernst
Numann, Bert van Delden en, komende donderdag, Hans Westenberg.
[Bron: Trouw van dinsdag 2 november 2010]
a. Waarom begint de procedure tegen de heer Westenberg met een dagvaarding?
Hoofdregel: 78 jo. 261 Rv
Hoofdregel: dagvaardingsprocedure tenzij een materiële wet zegt
verzoekschriftprocedure
b. Welke rechter is absoluut en relatief bevoegd van deze zaak kennis te nemen? Ga er
bij het beantwoorden van deze vraag vanuit dat zowel de heer Westenberg als de
landsadvocaat in Den Haag woont en werkt en de heer Smit in Rotterdam.
Absoluut: civiele rechtbank art. 42 Wet RO
Relatief: Rechtbank Den Haag
Hoofdregel : wie eist die reist
Opdracht 2
a. Schets het verloop van de ongecompliceerde dagvaardingsprocedure.
Stap 1: de dagvaarding
Inschrijven dagvaarding op rol
Verschijnen gedaagde op eerste roldatum
Stap 2: de conclusie van antwoord
Stap 3: de comparitie na antwoord
Inlichtingscomparitie art. 87 Rv
Schikkingscomparitie art. 88 Rv
Stap 4: het vonnis
, b. Wat betekenen de substanstiëringsplicht en de bewijsaandraagplicht, waaraan eiser
en gedaagde (gedeeltelijk) moeten voldoen in hun processtukken?
Substantiëringsplicht: Ook is de eiser verplicht om in de dagvaarding de eisen en
tegenwerpingen van de gedaagde op te nemen. Hierbij gaat het om stellingen van de
gedaagde die al voor het uitbrengen van de dagvaarding bij de eiser bekend zijn.
Hierdoor krijgt de rechter meer feiten dan als de partijen zich steeds alleen op hun
eigen standpunten en stellingen richten.
Bewijsaandraagplicht: beide partijen moeten duidelijk maken over welke
bewijsmiddelen zij beschikken
Art. 128 lid 5 Rv
Opdracht 3
Beantwoord onderstaande vragen aan de hand van de Landelijk Procesreglementen en de
wet (op te zoeken via www.rechtspraak.nl).
Jan Koppen heeft een advocaat in de arm genomen om een vordering van € 50.500,00 op
Piet de Zeeuw te innen. De advocaat stelt een dagvaarding op welke op 3 februari wordt
betekend bij de wederpartij. De wederpartij wordt opgeroepen voor de zitting van woensdag
12 februari.
a. Vanaf welk moment is de zaak aanhangig?
In een dagvaardingsprocedure is de zaak aanhangig vanaf het moment van betekening
van de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder aan de gedaagde.
b. Op welke wijze wordt de zaak bekend bij de rechtbank en wanneer moet dit uiterlijk
zijn gedaan?
Door de zaak te laten inschrijven bij de rechtbank op de rol. Dit moet binnen 2
weken art. 125 lid 2 Rv
c. Wat zijn de gevolgen wanneer de zaak niet tijdig bij de rechtbank bekend is gemaakt?
Eiser verzuimt om dagvaarding op 1e roldatum op rol te doen inschrijven zaak
niet aanhangig.
Art. 125 lid 5 Rv: herstellen door deurwaarder herstelexploot te laten uitbrengen
d. Waar (I) en binnen welke termijn (II) moet Piet Pluk de conclusie van antwoord
indienen en aan wie (III) moet hij welk aantal (IV) exemplaren verstrekken?
Gedaagde krijgt gelegenheid om schriftelijk verweer te voeren art. 128 lid 2 Rv
Rolrechter geeft gedaagde op 1e roldatum in beginsel een termijn van 6 weken art. 128
lid 2 Rv
processtuk 6 weken later door advocaat van gedaagde op wekelijkse rolzitting te
worden ingediend.
Art. 128 lid 3 en 5 Rv:
Concentratie van verweer: gedaagde dient al zijn verweren direct en volledig in
conclusie van antwoord op te nemen.
Direct aangeven welke bewijsmiddelen en getuigen hij heeft om verweer te
onderbouwen.
82 lid 3 Rv
133 lid 1 Rv
Gewone rechtbank advocaat,
Kanton gemachtigde
e. Op grond van art. 2.4 LPR kanton dien je bij de kantonrechter meer conclusies van
antwoord in te leveren dan bij de ‘gewone’ rechtbank? Waarom is dit zo?
Opdracht 4