PRACTICA HISTOLOGIE DIGESTIE
E-module: histology digestive tract – basic morphology
Algemene morfologie van het MDK
De digestietractus is ene lange buis van mond tot anus. De wand over de gehele DI-tractus bestaat uit 4
verschillende lagen. De specifieke structuur en morfologie van de lager is afhankelijk van de locatie in het MDK en de
functie→ functionele morfolie.
Omdat carnivoren en herbivoren een ander dieet hebben, is de morfologie van hun DI-tractus ook anders.
1. Tunica mucosa:
= Belijning lumen
1.1. Lamina epithelia - belijning lumen
1.1.1. Corneum
1.1.2. Lucidum
1.1.3. granulosum
1.1.4. Spinosum
1.1.5. basale
1.2. Lamina propria - bindweefsellaag
1.3. Lamina muscularis mucosa - dunne laag gladde spiervezels
2. Tunica submucosa:
= Bindweefsel + Bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, zenuwplexi,
klieren (afhankelijk van locatie)
3. Tunica musculari
= Verantwoordelijk voor peristaltiek > voortgang van chymus
door tractus + menging met secreties
3.1. Circulaire spiervezels
3.2. Nervus plexus
3.3. Longitudinale spiervezels
4. Tunica serosa OF tunica adventitia
- Serosa: laag bindweefsel met mesotheel
- Adventitia: laag bindweefsel zonder mesotheel
, Pr2A: histologie mondholte & slokdarm
De tong
□ De tong is spier die aan zowel de dorsale als ventrale zijde is bedekt met een dikke laag epitheel
□ Op de dorsale tongzijde zitten linguale papillae.
- Ze variëren wat betreft vorm en functie
o Mechanische functie
o Smaakfunctie → dan met smaakpapillen erop
- De papillen zijn gespecialeerde vormen van de tunica mucase
2 Pathologische casuïstieken
◼ Casus 1: Mondslijmvlies kat met dikte in de bek
Macroscopische beeld
De kat kwijlt en heeft moete met eten. Er is een verdikking van craniaal gingiva met de
kenmerken :
• Verschillende/ meerdere diktes
• Bleke diktes + 1 geppigmenteerde dikte
• Intact en glad oppervlak
• Tanden in de voorkant van de bek worden verdrukt
Histologisch beeld - gezond
• De laag mucosa bestaat uit een aantal lagen, waaronderd stratum corneum (wel/niet verhoornd), stratum
spinosum en stratum basale (delende cellen.
• Er zijn geen klieren
• Lamina propria bestaat uit losmazig bindweefsel en is celarm
• De tand is een compacte massa met een ‘kern’
, Histologisch beeld - biopt
• De laag epitheel (het stratum spinosum) verbreed t.o.v.
een normaal mondslijmvlies
• Er zijn een aantal cellen zichtbaar in de tunica mucosa met
daarin keratinevlokjes. Deze cellen behoren bij het stratum
corneum, maar ze liggen niet aan het oppervlak van het
epitheel.
• Stratum spinosum
1. Er is sprake van anisocytose & anisokaryose: verschil in
celgrootte en celkerngrootte → dit zijn kenmerken van
neoplasie
2. Er zijn neutrofielen aanwezig
3. Er is necrose
• De lamina propria is celrijk en bevat diverse soorten cellen:
plasmacellen, T-lymfocyten, fibroblasten (normaal),
➔ Conclusie:
De kat heeft een plaveiselcelcarcinoom. Deze tumor is infiltratief en
heeft een maligne karakter.
Tegelijkertijd is er een lymfo-plasmatische ontsteking ontstaan als reactie
van het immuunsysteem.
◼ Casus 2: Lip kat met verkleurd mondslijmvlies
Macroscopische beeld
De kat heeft moei te met eten. De kat heeft een verdikte bovenlip en regionale
lymfknoopzwelling. De onderkant van de lip is bruingeel verkleurd en heeft ulcera.
Histologisch beeld biopt
◼ Stratum spinosum in epidermis
o Hyperplasie
o Cellen van gelijke grootte
◼ Aanwezigheid van eosinofielen en neutrofielen in de epidermis
◼ Lamina propria
o Aanwezigheid van meerkernige reuscellen
o Aanwezigheid van eosinofielen:
- Meerlobbige kern met oranje/roze granulae
o Aanweizgheid van neutrofielen
- Gelobte celkern, weinig cytoplasma en niet-aankleurende granulae
o Aanwezigheid van macrofaag
- Cel met bleke kern en veel cytoplasma
o Necrose
- In dit geval een massa van eosinofielen zonder kern
E-module: histology digestive tract – basic morphology
Algemene morfologie van het MDK
De digestietractus is ene lange buis van mond tot anus. De wand over de gehele DI-tractus bestaat uit 4
verschillende lagen. De specifieke structuur en morfologie van de lager is afhankelijk van de locatie in het MDK en de
functie→ functionele morfolie.
Omdat carnivoren en herbivoren een ander dieet hebben, is de morfologie van hun DI-tractus ook anders.
1. Tunica mucosa:
= Belijning lumen
1.1. Lamina epithelia - belijning lumen
1.1.1. Corneum
1.1.2. Lucidum
1.1.3. granulosum
1.1.4. Spinosum
1.1.5. basale
1.2. Lamina propria - bindweefsellaag
1.3. Lamina muscularis mucosa - dunne laag gladde spiervezels
2. Tunica submucosa:
= Bindweefsel + Bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, zenuwplexi,
klieren (afhankelijk van locatie)
3. Tunica musculari
= Verantwoordelijk voor peristaltiek > voortgang van chymus
door tractus + menging met secreties
3.1. Circulaire spiervezels
3.2. Nervus plexus
3.3. Longitudinale spiervezels
4. Tunica serosa OF tunica adventitia
- Serosa: laag bindweefsel met mesotheel
- Adventitia: laag bindweefsel zonder mesotheel
, Pr2A: histologie mondholte & slokdarm
De tong
□ De tong is spier die aan zowel de dorsale als ventrale zijde is bedekt met een dikke laag epitheel
□ Op de dorsale tongzijde zitten linguale papillae.
- Ze variëren wat betreft vorm en functie
o Mechanische functie
o Smaakfunctie → dan met smaakpapillen erop
- De papillen zijn gespecialeerde vormen van de tunica mucase
2 Pathologische casuïstieken
◼ Casus 1: Mondslijmvlies kat met dikte in de bek
Macroscopische beeld
De kat kwijlt en heeft moete met eten. Er is een verdikking van craniaal gingiva met de
kenmerken :
• Verschillende/ meerdere diktes
• Bleke diktes + 1 geppigmenteerde dikte
• Intact en glad oppervlak
• Tanden in de voorkant van de bek worden verdrukt
Histologisch beeld - gezond
• De laag mucosa bestaat uit een aantal lagen, waaronderd stratum corneum (wel/niet verhoornd), stratum
spinosum en stratum basale (delende cellen.
• Er zijn geen klieren
• Lamina propria bestaat uit losmazig bindweefsel en is celarm
• De tand is een compacte massa met een ‘kern’
, Histologisch beeld - biopt
• De laag epitheel (het stratum spinosum) verbreed t.o.v.
een normaal mondslijmvlies
• Er zijn een aantal cellen zichtbaar in de tunica mucosa met
daarin keratinevlokjes. Deze cellen behoren bij het stratum
corneum, maar ze liggen niet aan het oppervlak van het
epitheel.
• Stratum spinosum
1. Er is sprake van anisocytose & anisokaryose: verschil in
celgrootte en celkerngrootte → dit zijn kenmerken van
neoplasie
2. Er zijn neutrofielen aanwezig
3. Er is necrose
• De lamina propria is celrijk en bevat diverse soorten cellen:
plasmacellen, T-lymfocyten, fibroblasten (normaal),
➔ Conclusie:
De kat heeft een plaveiselcelcarcinoom. Deze tumor is infiltratief en
heeft een maligne karakter.
Tegelijkertijd is er een lymfo-plasmatische ontsteking ontstaan als reactie
van het immuunsysteem.
◼ Casus 2: Lip kat met verkleurd mondslijmvlies
Macroscopische beeld
De kat heeft moei te met eten. De kat heeft een verdikte bovenlip en regionale
lymfknoopzwelling. De onderkant van de lip is bruingeel verkleurd en heeft ulcera.
Histologisch beeld biopt
◼ Stratum spinosum in epidermis
o Hyperplasie
o Cellen van gelijke grootte
◼ Aanwezigheid van eosinofielen en neutrofielen in de epidermis
◼ Lamina propria
o Aanwezigheid van meerkernige reuscellen
o Aanwezigheid van eosinofielen:
- Meerlobbige kern met oranje/roze granulae
o Aanweizgheid van neutrofielen
- Gelobte celkern, weinig cytoplasma en niet-aankleurende granulae
o Aanwezigheid van macrofaag
- Cel met bleke kern en veel cytoplasma
o Necrose
- In dit geval een massa van eosinofielen zonder kern