2-12-2121
Door: Jochem de Louw
NASK1 – ELEKTRICITEIT IN HUIS
1. > RF < REKENFORMULES
Formules om mee te rekenen.
A. Formule lijst.
i. Capaciteit = stroomsterkte x tijd in symbolen: C = I x T
ii. Weerstand = spanning ÷ stroomsterkte: R = U÷I
iii. Energiegebruik = vermogen x tijd: E = p x t
iv. Rendement = nuttig geleverde energie ÷ opgenomen energie x 100%
v. Vermogen = spanning ÷ stroomsterkte: P = U X I
2. > 3.1 < STROOM EN SCHAKELEN
Elektriciteit in huis.
A. ||| Elektrische stroom |||
i. Spanningsbron, bv: accu/batterijen/zonnecel/etc.
B. ||| Batterij |||
i. Op de baterijen staan bijna altijd de capaciteit wat de batterij aan kan. Dat is de
elektrische lading die je er kan in opslaan. Je kan het zelf ook uitrekenen met de
formule voor capaciteit.
C. ||| Stroomkringen |||
i. Er loopt alleen stroom door een stroomkring als het gesloten is. Een elektrische
stroom is het gevolg van de spanning die over een gesloten stroomkring staat.
ii. De stroom loopt van de pluspool van de spanningsbron, door alle draadjes en andere
onderdelen, naar de minpool van de spannings-bron.
Als de stroomkring onderbroken is, kan de elektrische stroom niet meer door de
stroomkring. Een stroomkring kan bijvoorbeeld worden onderbroken door een
schakelaar, een slecht contact of door een draadbreuk.
D. ||| Serieschakeling & Parallelschakeling|||
i. Elektrische apparaten kun je op twee manieren met elkaar verbinden, parallel of in
serie. Als ze aan dezelfde stroomkring hangen is er spraken van een serieschakeling,
hangen ze aan hun eigen stroomkring is het een paralelschakeling.
Op welke manier apparaten met elkaar verbonden worden, hangt af van het gebruik.
Door: Jochem de Louw
NASK1 – ELEKTRICITEIT IN HUIS
1. > RF < REKENFORMULES
Formules om mee te rekenen.
A. Formule lijst.
i. Capaciteit = stroomsterkte x tijd in symbolen: C = I x T
ii. Weerstand = spanning ÷ stroomsterkte: R = U÷I
iii. Energiegebruik = vermogen x tijd: E = p x t
iv. Rendement = nuttig geleverde energie ÷ opgenomen energie x 100%
v. Vermogen = spanning ÷ stroomsterkte: P = U X I
2. > 3.1 < STROOM EN SCHAKELEN
Elektriciteit in huis.
A. ||| Elektrische stroom |||
i. Spanningsbron, bv: accu/batterijen/zonnecel/etc.
B. ||| Batterij |||
i. Op de baterijen staan bijna altijd de capaciteit wat de batterij aan kan. Dat is de
elektrische lading die je er kan in opslaan. Je kan het zelf ook uitrekenen met de
formule voor capaciteit.
C. ||| Stroomkringen |||
i. Er loopt alleen stroom door een stroomkring als het gesloten is. Een elektrische
stroom is het gevolg van de spanning die over een gesloten stroomkring staat.
ii. De stroom loopt van de pluspool van de spanningsbron, door alle draadjes en andere
onderdelen, naar de minpool van de spannings-bron.
Als de stroomkring onderbroken is, kan de elektrische stroom niet meer door de
stroomkring. Een stroomkring kan bijvoorbeeld worden onderbroken door een
schakelaar, een slecht contact of door een draadbreuk.
D. ||| Serieschakeling & Parallelschakeling|||
i. Elektrische apparaten kun je op twee manieren met elkaar verbinden, parallel of in
serie. Als ze aan dezelfde stroomkring hangen is er spraken van een serieschakeling,
hangen ze aan hun eigen stroomkring is het een paralelschakeling.
Op welke manier apparaten met elkaar verbonden worden, hangt af van het gebruik.