Samenvatting colleges psychologie
Gezondheidswetenschappen
Aantekeningen Psychologie week 1
Definitie psychologie = De wetenschappelijke studie van de geest en het gedrag van de mens
- Doel: Algemene uitspraken formuleren over psychische processen (objectief en controleerbaar!)
Onderzoeksdesigns:
- Beschrijvend onderzoek: observeren van natuurlijk gedrag
- Experimenteel onderzoek: Beïnvloeden van een factor
o Kan oorzaak en gevolg onderscheiden
o Onafhankelijke variabele: variabele die de oorzaak is en als enige wordt verandert
o Afhankelijke variabele: uitkomst maat die afhankelijk is van de onafhankelijke.
o Binnen-proefpersoon design (within subject):
Dezelfde proefpersonen ondergaan verschillen experimenten
o Tussen proefpersonen design (within group):
Verschillende groepen ondergaan hetzelfde experiment, met een verschillende
waarde van de afhankelijke variabele.
- Correlationeel onderzoek: verband vaststellen (geen oorzaak/gevolg) correlatie ≠ causaliteit
Onderzoeksmethoden:
- Self-report
o Vragenlijsten
o Interviews
o Introspectie: gedachten beschrijven (is heel subjectief)
o Nadeel: objectiviteit komt in het geding
- Observationele methodes:
o Natuurlijke observaties
o Psychologische testen
o Nadeel: mensen kunnen zich anders gaan gedragen als ze geobserveerd worden
Betrouwbaarheid: als je vaker het onderzoek uitvoert krijg je dezelfde resultaten
Validiteit: je meet wat je wil meten
Ethiek in de psychologie:
- Privacy moet beschermd worden
, - De kans op schade moet geminimaliseerd worden
- Bij misleiding (wat soms nodig is) moet er een debriefing zijn
Psychologische perspectieven hoe menselijk gedrag verklaart wordt:
- Evolutionair
o Verklaart sociaal gedrag vanuit kenmerken om de overlevingskans te vergroten
o Natuurlijke selectie: proces waarin eigenschappen die de overlevingskans vergroten
vaker worden doorgegeven. Vier componenten:
Overproductie
Variatie
Erfelijkheid
Selectie a.d.h.v omgevingsfit
- Socio-cultureel
o Zoekt oorzaken van sociaal gedrag in de invloed van sociale groepen
Sociale normen (‘correct’ gedrag)
Cultuur (gewoontes, overtuigingen, taal)
o Verklaart verschillen tussen culturen
- Sociaal leren
o Gedrag wordt verklaard door ervaringen uit de jeugd
Bewust: Beloning en straf (operant conditionering)
Positieve reinforcer: aanbieden van beloning
Negatieve reinforcer: wegnemen van straf
Positieve punisher: aanbieden van straf
Negatieve punisher: wegnemen van beloning
Onbewust:
Klassiek conditionering (pavlov-reactie)
o Stimulus (S): gebeurtenis in de omgeving
Ongeconditioneerd (UCS): voedsel
Geconditioneerd (CS): bel
o Response (R): Gedrag resulterend door stimulus
Ongeconditioneerd (UCR): kwijlen als gevolg op
voedsel
Geconditioneerd (CR): Kwijlen als gevolg op bel
o Generalisatie: Reactie gaat na conditionering ook optreden
bij soortgelijke CS’en
o Evaluatief conditioneren: bijv. bij reclame product koppelen
aan positieve stimulus, zodat die associatie ook bij het
reclame product wordt opgeroepen.
Imitatie (opvoeder nadoen)
- Sociaal cognitief
o Perspectief wat zich richt mentale processen (aandacht, interpreteren en onthouden
van sociale ervaringen) (vb. volg de bal)
Leren door:
- Spelen
- Verkenning
, - Observatie
Habituatie = gewenning, uitdoven van een reactie na verschillende keren dat het voorkomt (bijv. een
knal)
Discriminatie training
Bij de enen stimulus wel en bij de andere stimulus geen beloning geven.
Spontaan herstel
als er meerdere malen geen voedsel komt na het rinkelen van een bel, dooft de geconditioneerde
reactie (speeksel) uit (extinctie). Als er na het horen van de bel, wel weer voedsel wordt gegeven,
treedt de geconditioneerde reactie heel snel weer terug (spontaan herstel)
Gezondheidswetenschappen
Aantekeningen Psychologie week 1
Definitie psychologie = De wetenschappelijke studie van de geest en het gedrag van de mens
- Doel: Algemene uitspraken formuleren over psychische processen (objectief en controleerbaar!)
Onderzoeksdesigns:
- Beschrijvend onderzoek: observeren van natuurlijk gedrag
- Experimenteel onderzoek: Beïnvloeden van een factor
o Kan oorzaak en gevolg onderscheiden
o Onafhankelijke variabele: variabele die de oorzaak is en als enige wordt verandert
o Afhankelijke variabele: uitkomst maat die afhankelijk is van de onafhankelijke.
o Binnen-proefpersoon design (within subject):
Dezelfde proefpersonen ondergaan verschillen experimenten
o Tussen proefpersonen design (within group):
Verschillende groepen ondergaan hetzelfde experiment, met een verschillende
waarde van de afhankelijke variabele.
- Correlationeel onderzoek: verband vaststellen (geen oorzaak/gevolg) correlatie ≠ causaliteit
Onderzoeksmethoden:
- Self-report
o Vragenlijsten
o Interviews
o Introspectie: gedachten beschrijven (is heel subjectief)
o Nadeel: objectiviteit komt in het geding
- Observationele methodes:
o Natuurlijke observaties
o Psychologische testen
o Nadeel: mensen kunnen zich anders gaan gedragen als ze geobserveerd worden
Betrouwbaarheid: als je vaker het onderzoek uitvoert krijg je dezelfde resultaten
Validiteit: je meet wat je wil meten
Ethiek in de psychologie:
- Privacy moet beschermd worden
, - De kans op schade moet geminimaliseerd worden
- Bij misleiding (wat soms nodig is) moet er een debriefing zijn
Psychologische perspectieven hoe menselijk gedrag verklaart wordt:
- Evolutionair
o Verklaart sociaal gedrag vanuit kenmerken om de overlevingskans te vergroten
o Natuurlijke selectie: proces waarin eigenschappen die de overlevingskans vergroten
vaker worden doorgegeven. Vier componenten:
Overproductie
Variatie
Erfelijkheid
Selectie a.d.h.v omgevingsfit
- Socio-cultureel
o Zoekt oorzaken van sociaal gedrag in de invloed van sociale groepen
Sociale normen (‘correct’ gedrag)
Cultuur (gewoontes, overtuigingen, taal)
o Verklaart verschillen tussen culturen
- Sociaal leren
o Gedrag wordt verklaard door ervaringen uit de jeugd
Bewust: Beloning en straf (operant conditionering)
Positieve reinforcer: aanbieden van beloning
Negatieve reinforcer: wegnemen van straf
Positieve punisher: aanbieden van straf
Negatieve punisher: wegnemen van beloning
Onbewust:
Klassiek conditionering (pavlov-reactie)
o Stimulus (S): gebeurtenis in de omgeving
Ongeconditioneerd (UCS): voedsel
Geconditioneerd (CS): bel
o Response (R): Gedrag resulterend door stimulus
Ongeconditioneerd (UCR): kwijlen als gevolg op
voedsel
Geconditioneerd (CR): Kwijlen als gevolg op bel
o Generalisatie: Reactie gaat na conditionering ook optreden
bij soortgelijke CS’en
o Evaluatief conditioneren: bijv. bij reclame product koppelen
aan positieve stimulus, zodat die associatie ook bij het
reclame product wordt opgeroepen.
Imitatie (opvoeder nadoen)
- Sociaal cognitief
o Perspectief wat zich richt mentale processen (aandacht, interpreteren en onthouden
van sociale ervaringen) (vb. volg de bal)
Leren door:
- Spelen
- Verkenning
, - Observatie
Habituatie = gewenning, uitdoven van een reactie na verschillende keren dat het voorkomt (bijv. een
knal)
Discriminatie training
Bij de enen stimulus wel en bij de andere stimulus geen beloning geven.
Spontaan herstel
als er meerdere malen geen voedsel komt na het rinkelen van een bel, dooft de geconditioneerde
reactie (speeksel) uit (extinctie). Als er na het horen van de bel, wel weer voedsel wordt gegeven,
treedt de geconditioneerde reactie heel snel weer terug (spontaan herstel)