DNA modificatie samenvatting
Les l
Transcriptie is het proces dat van het
DNA van een gen een complementaire
kopie gemaakt wordt bestaande uit
mRNA.
Bij de eiwitsynthese wordt tijdens de
transcriptie mRNA geproduceerd, dat
vervolgens door middel van de
translatie wordt vertaald naar een
eiwit.
Messenger RNA is een vorm van RNA
die als boodschapper twee processen
met elkaar verbindt: de transcriptie,
waarbij een stuk DNA overgeschreven
wordt tot mRNA en translatie, waarbij
het mRNA wordt vertaald naar een
keten van aminozuren (een eiwit).
Schematisch: DNA transcriptie
mRNA translatie eiwit
Het onbewerkte RNA, zoals dat direct
na de transcriptie gevormd wordt,
wordt dan pre-mRNA genoemd. Het
bewerkte RNA, zoals dat getransleerd
wordt, wordt gewoon mRNA genoemd.
Het schema ziet er nu als volgt uit:
DNA transcriptie pre-mRNA
RNA-processing, splicing, RNA-editing
of alternatieve splicing mRNA
translatie eiwit
Replicatie is het process waarin DNA
verdubbeld wordt. DNA-replicatie is
nodig voor de celdeling (mitose). De
replicatie begint op vaste plaatsen op
het DNA, de zogenaamde ‘origin of
replication’. Deze plaats is een AT-rijke
sequentie van ongeveer 250 baseparen.
, DNA en RNA basen
- Chargraffs regel: G-C en A-T
- Watson en Crick gebruikte X-ray diffractie analyse van gekristalliseerd DNA.
- Watson en Crick kwamen erachter dat A en T twéé waterstofbruggen maken, terwijl
G en C drie waterstofbruggen kunnen maken. De waterstofbrug vormt de verbinding
tussen de twéé nucleotiden.
- Vanwege het aantal waterstofbruggen wordt het GC-basenpaar minder gemakkelijk
verbroken dan het AT-basenpaar. Afhankelijk van de verhouding tussen de GC- en de
AT-basenparen wordt dan een hogere (veel GC) of lagere temperatuur (weinig GC)
gevonden, waarbij de twéé strengen elkaar loslaten. Deze temperatuur wordt ook
wel het smeltpunt van het betreffende DNA genoemd.
- De AT en de GC basenparen liggen
aan de interior kant van het
molecuul en de 5’ naar 3’ gelinkte
fosfaatgroep en deoxyribose
componenten vormen de
backbone van elke strand.
- Een DNA-streng kan beschouwd
worden als een ‘ruggengraat’ die
om en om deoxyribose- en
fosfaatgroepen bevat, met de
basen als ribben die aan de
desoxyribosengroepen bevestigd
zijn. Door de vlakke structuur van
de basen kunnen deze relatief
gemakkelijk boven elkaar
gestapeld worden.
- De deoxyribosegroep is afgeleid
van ribose, een suikermolecuul.
Op de 2’- positie van de ribose
ontbreekt een zuurstofatoom,
vandaar deoxyribose.
- In RNA is er op deze positie een hydroxylgroep, die wel een zuurstofatoom bevat.
Deze hydroxylgroep is beschikbaar voor allerlei chemische reacties. Doordat zo’n
Les l
Transcriptie is het proces dat van het
DNA van een gen een complementaire
kopie gemaakt wordt bestaande uit
mRNA.
Bij de eiwitsynthese wordt tijdens de
transcriptie mRNA geproduceerd, dat
vervolgens door middel van de
translatie wordt vertaald naar een
eiwit.
Messenger RNA is een vorm van RNA
die als boodschapper twee processen
met elkaar verbindt: de transcriptie,
waarbij een stuk DNA overgeschreven
wordt tot mRNA en translatie, waarbij
het mRNA wordt vertaald naar een
keten van aminozuren (een eiwit).
Schematisch: DNA transcriptie
mRNA translatie eiwit
Het onbewerkte RNA, zoals dat direct
na de transcriptie gevormd wordt,
wordt dan pre-mRNA genoemd. Het
bewerkte RNA, zoals dat getransleerd
wordt, wordt gewoon mRNA genoemd.
Het schema ziet er nu als volgt uit:
DNA transcriptie pre-mRNA
RNA-processing, splicing, RNA-editing
of alternatieve splicing mRNA
translatie eiwit
Replicatie is het process waarin DNA
verdubbeld wordt. DNA-replicatie is
nodig voor de celdeling (mitose). De
replicatie begint op vaste plaatsen op
het DNA, de zogenaamde ‘origin of
replication’. Deze plaats is een AT-rijke
sequentie van ongeveer 250 baseparen.
, DNA en RNA basen
- Chargraffs regel: G-C en A-T
- Watson en Crick gebruikte X-ray diffractie analyse van gekristalliseerd DNA.
- Watson en Crick kwamen erachter dat A en T twéé waterstofbruggen maken, terwijl
G en C drie waterstofbruggen kunnen maken. De waterstofbrug vormt de verbinding
tussen de twéé nucleotiden.
- Vanwege het aantal waterstofbruggen wordt het GC-basenpaar minder gemakkelijk
verbroken dan het AT-basenpaar. Afhankelijk van de verhouding tussen de GC- en de
AT-basenparen wordt dan een hogere (veel GC) of lagere temperatuur (weinig GC)
gevonden, waarbij de twéé strengen elkaar loslaten. Deze temperatuur wordt ook
wel het smeltpunt van het betreffende DNA genoemd.
- De AT en de GC basenparen liggen
aan de interior kant van het
molecuul en de 5’ naar 3’ gelinkte
fosfaatgroep en deoxyribose
componenten vormen de
backbone van elke strand.
- Een DNA-streng kan beschouwd
worden als een ‘ruggengraat’ die
om en om deoxyribose- en
fosfaatgroepen bevat, met de
basen als ribben die aan de
desoxyribosengroepen bevestigd
zijn. Door de vlakke structuur van
de basen kunnen deze relatief
gemakkelijk boven elkaar
gestapeld worden.
- De deoxyribosegroep is afgeleid
van ribose, een suikermolecuul.
Op de 2’- positie van de ribose
ontbreekt een zuurstofatoom,
vandaar deoxyribose.
- In RNA is er op deze positie een hydroxylgroep, die wel een zuurstofatoom bevat.
Deze hydroxylgroep is beschikbaar voor allerlei chemische reacties. Doordat zo’n