Psychologie en Sociologie
Achtste druk
Samenvatti ng door Susanne Jansen
November 2021
Hoofdstuk 12......................................................................................................................................................................... 2
12.2 - Drie grondleggers van de sociologie........................................................................................................................2
12.5 - Sociale stromingen..................................................................................................................................................3
Hoofdstuk 14......................................................................................................................................................................... 4
14.1 - Sociale ongelijkheid.................................................................................................................................................4
14.2 - Verschillende visies op sociale ongelijkheid............................................................................................................4
14.3 - Sociale stratificatie..................................................................................................................................................4
14.4 - Sociale mobiliteit.....................................................................................................................................................5
14.5 - Statusgroepering.....................................................................................................................................................5
14.6 - Ongelijkheid in betaald werk tussen mannen en vrouwen......................................................................................6
14.7 - Ongelijkheid tussen rassen/etnische groepen.........................................................................................................6
, Hoofdstuk 12
12.1 - Sociologisch perspectief.
Een socioloog bestudeert hoe mensen samenleven.
12.2 - Drie grondleggers van de sociologie.
Sociale cohesie (Durkheim):
Het gaat om de sociale structuur van de samenleving. Sociale cohesie is de samenhang in een
samenleving, de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen.
Functionalisme.
Sociale ongelijkheid (Marx):
Het gaat om de verschillen in macht en de gevolgen daarvan bij sociale veranderingen
Conflictsociologie.
Rationalisering (Weber):
//modernisering = mensen komen los uit tradities en dogma's en gaan handelen op basis van
ratio, verstand. Het sociaal handelen verandert.
Symbolisch interactionisme.
12.3 - Sociale relatie.
= mensen of groepen gaan op een voorspelbare, stabiele manier met elkaar om. Gedrag is
grotendeels geregeld in sociale normen. Een sociale relatie heeft drie kenmerken:
1. Sociale afstand (intensiteit van het contact).
2. Sociale integratie (harmonieuze samenwerking, of niet).
3. Sociale rang (dezelfde of verschillende klasse).
12.4 - Sociale structuur.
Een sociale structuur is een netwerk van relaties tussen mensen of groepen mensen, met hun
posities ten opzichte van elkaar. Aan elke positie is een rol (met verwachtingen) en een status
gekoppeld.
Grafische weergaven van sociale structuren (hoe dikker de lijntjes, hoe meer contact je hebt met
iemand):
1. Organogram = functionele relaties.
2. Sociogram = persoonlijke relaties
We maken deel uit van allerlei sociale structuren. De kleinste is de dyade = twee mensen die
dingen samen doen. Andere voorbeelden zijn je gezin of je sportclub. De grootste structuur is de
maatschappij als geheel.
Binnen een structuur is sprake van wisselwerking (interactie) = je beïnvloedt elkaar in je
keuzes.
Achtste druk
Samenvatti ng door Susanne Jansen
November 2021
Hoofdstuk 12......................................................................................................................................................................... 2
12.2 - Drie grondleggers van de sociologie........................................................................................................................2
12.5 - Sociale stromingen..................................................................................................................................................3
Hoofdstuk 14......................................................................................................................................................................... 4
14.1 - Sociale ongelijkheid.................................................................................................................................................4
14.2 - Verschillende visies op sociale ongelijkheid............................................................................................................4
14.3 - Sociale stratificatie..................................................................................................................................................4
14.4 - Sociale mobiliteit.....................................................................................................................................................5
14.5 - Statusgroepering.....................................................................................................................................................5
14.6 - Ongelijkheid in betaald werk tussen mannen en vrouwen......................................................................................6
14.7 - Ongelijkheid tussen rassen/etnische groepen.........................................................................................................6
, Hoofdstuk 12
12.1 - Sociologisch perspectief.
Een socioloog bestudeert hoe mensen samenleven.
12.2 - Drie grondleggers van de sociologie.
Sociale cohesie (Durkheim):
Het gaat om de sociale structuur van de samenleving. Sociale cohesie is de samenhang in een
samenleving, de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen.
Functionalisme.
Sociale ongelijkheid (Marx):
Het gaat om de verschillen in macht en de gevolgen daarvan bij sociale veranderingen
Conflictsociologie.
Rationalisering (Weber):
//modernisering = mensen komen los uit tradities en dogma's en gaan handelen op basis van
ratio, verstand. Het sociaal handelen verandert.
Symbolisch interactionisme.
12.3 - Sociale relatie.
= mensen of groepen gaan op een voorspelbare, stabiele manier met elkaar om. Gedrag is
grotendeels geregeld in sociale normen. Een sociale relatie heeft drie kenmerken:
1. Sociale afstand (intensiteit van het contact).
2. Sociale integratie (harmonieuze samenwerking, of niet).
3. Sociale rang (dezelfde of verschillende klasse).
12.4 - Sociale structuur.
Een sociale structuur is een netwerk van relaties tussen mensen of groepen mensen, met hun
posities ten opzichte van elkaar. Aan elke positie is een rol (met verwachtingen) en een status
gekoppeld.
Grafische weergaven van sociale structuren (hoe dikker de lijntjes, hoe meer contact je hebt met
iemand):
1. Organogram = functionele relaties.
2. Sociogram = persoonlijke relaties
We maken deel uit van allerlei sociale structuren. De kleinste is de dyade = twee mensen die
dingen samen doen. Andere voorbeelden zijn je gezin of je sportclub. De grootste structuur is de
maatschappij als geheel.
Binnen een structuur is sprake van wisselwerking (interactie) = je beïnvloedt elkaar in je
keuzes.