Psychologie en Sociologie
Achtste druk
Samenvatting door Susanne Jansen
Oktober 2021
Hoofdstuk 1 – gedrag en invloeden op gedrag......................................................................................................................2
Hoofdstuk 5 – attitude...........................................................................................................................................................4
Hoofdstuk 6 – perceptie........................................................................................................................................................6
Hoofdstuk 13 – cultuur..........................................................................................................................................................8
, Hoofdstuk 1 – gedrag en invloeden op gedrag
Psychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag en de
mentale processen van de mens als individu.
Sociale psychologie is dat deel van de psychologie dat zich bezighoudt met de wisselwerking
tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de manier waarop
mensen in grotere verbanden samenleven.
Gedrag staat voor waarneembare activiteiten.
Voor psychologen is gedrag een neutraal begrip, ze trekken niet meteen conclusies, maar nemen
eerst waar.
Veel gedrag is bewust en opzettelijk, maar soms doe je dingen ook onbewust, zoals een reflex.
Ons gedrag wordt bepaald door erfelijke factoren en omgevingsfactoren:
1. Lichamelijke factoren; spasme, lelijk, dik, honger, pijn, medicijngebruik.
2. Psychische factoren: persoonlijkheid en levensfase. Vrolijk of pessimistisch, of zelfs een
ziekte.
a. Persoonlijkheidseigenschappen; intelligentie.
b. Drijfveren; wat je wel of niet motiveert om bijvoorbeeld te gaan sporten.
c. Attitudes; houding ten opzichte van jezelf, anderen en onderwerpen.
d. Zelfbeeld; kijk je positief of negatief naar jezelf?
3. Sociale factoren; je hebt een bepaalde rol in verschillende situaties (familie, werk)
4. Culturele en spirituele factoren; begroeten of i.v.m. geloofsovertuiging.
5. Fysische en geografische factoren; klimaat, siësta, oppervlakte, land, ligging.
Vier psychologische stromingen en in historisch perspectief.
1. De psychoanalyse (Sigmund Freud 1856-1939)
- Onbewuste krachten hebben een sterke invloed.
- Mensen moeten hun lusten en impulsen kanaliseren en sublimeren (omzetten in sociaal
geaccepteerd gedrag).
- Het menselijk gedrag is deterministisch = afhankelijk van het lot, geen invloed.
- Bijvoorbeeld: trauma, ego, projectie.
2. Het behaviorisme (John B. Watson 1878-1958)
- Een psycholoog moet waarneembaar gedrag bestuderen omdat dit de enige objectieve
manier is om nuttige kennis te verkrijgen.
- Omgevingsfactoren zijn bepalender dan erfelijke factoren.
- Elk gedrag is aan te leren.
3. De humanistische psychologie (reactie op psychoanalyse en behaviorisme)
- Mensen hebben een vrije wil.
- Individuen zijn uniek en gemotiveerd om hun mogelijkheden te benutten.
Achtste druk
Samenvatting door Susanne Jansen
Oktober 2021
Hoofdstuk 1 – gedrag en invloeden op gedrag......................................................................................................................2
Hoofdstuk 5 – attitude...........................................................................................................................................................4
Hoofdstuk 6 – perceptie........................................................................................................................................................6
Hoofdstuk 13 – cultuur..........................................................................................................................................................8
, Hoofdstuk 1 – gedrag en invloeden op gedrag
Psychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag en de
mentale processen van de mens als individu.
Sociale psychologie is dat deel van de psychologie dat zich bezighoudt met de wisselwerking
tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de manier waarop
mensen in grotere verbanden samenleven.
Gedrag staat voor waarneembare activiteiten.
Voor psychologen is gedrag een neutraal begrip, ze trekken niet meteen conclusies, maar nemen
eerst waar.
Veel gedrag is bewust en opzettelijk, maar soms doe je dingen ook onbewust, zoals een reflex.
Ons gedrag wordt bepaald door erfelijke factoren en omgevingsfactoren:
1. Lichamelijke factoren; spasme, lelijk, dik, honger, pijn, medicijngebruik.
2. Psychische factoren: persoonlijkheid en levensfase. Vrolijk of pessimistisch, of zelfs een
ziekte.
a. Persoonlijkheidseigenschappen; intelligentie.
b. Drijfveren; wat je wel of niet motiveert om bijvoorbeeld te gaan sporten.
c. Attitudes; houding ten opzichte van jezelf, anderen en onderwerpen.
d. Zelfbeeld; kijk je positief of negatief naar jezelf?
3. Sociale factoren; je hebt een bepaalde rol in verschillende situaties (familie, werk)
4. Culturele en spirituele factoren; begroeten of i.v.m. geloofsovertuiging.
5. Fysische en geografische factoren; klimaat, siësta, oppervlakte, land, ligging.
Vier psychologische stromingen en in historisch perspectief.
1. De psychoanalyse (Sigmund Freud 1856-1939)
- Onbewuste krachten hebben een sterke invloed.
- Mensen moeten hun lusten en impulsen kanaliseren en sublimeren (omzetten in sociaal
geaccepteerd gedrag).
- Het menselijk gedrag is deterministisch = afhankelijk van het lot, geen invloed.
- Bijvoorbeeld: trauma, ego, projectie.
2. Het behaviorisme (John B. Watson 1878-1958)
- Een psycholoog moet waarneembaar gedrag bestuderen omdat dit de enige objectieve
manier is om nuttige kennis te verkrijgen.
- Omgevingsfactoren zijn bepalender dan erfelijke factoren.
- Elk gedrag is aan te leren.
3. De humanistische psychologie (reactie op psychoanalyse en behaviorisme)
- Mensen hebben een vrije wil.
- Individuen zijn uniek en gemotiveerd om hun mogelijkheden te benutten.