Week 1………………………………………………………………………………………...2
Zorgthermometer ggz: Inzicht in de geestelijke gezondheidszorg (2017)…………………….2
Zorgprestatiemodel GGZ & FZ: De huidige bekostiging……………………………………..4
Zorgprestatiemodel GGZ & FZ: De nieuwe bekostiging……………………………………...4
VGCt (2018): Factsheet kwaliteitsstandaarden in de ggz……………………………………..4
Zijlstra (2012): Kwaliteitsindicatoren in de zorg………………………………………………5
Noom et al. (2012): Routine outcome monitoring en benchmarking; Hoe kunnen we
behandelresultaten op een zorgvuldige manier vergelijken?…………………………………6
Week 2………………………………………………………………………………………...6
ZonMw (2018) H8: Samenvatting, conclusies en aanbevelingen……………………………...6
Vektis (2021): Factsheet ernstige psychiatrische aandoeningen…………………………….10
Wunderink (2021) H21: Gedachten over een optimaal zorgsysteem voor mensen met ernstige
psychiatrische aandoeningen……………………...………………………………………….11
Week 3……………………………………………………………………………………….13
Van Yperen (2010): 55 vragen over effectiviteit; Antwoorden voor de jeugdzorg……………13
Trimbos Instituut (2021): Functie POH-GGZ; Succesfactoren en verbeterpunten…………...18
Week 4……………………………………………………………………………………….20
Leenen et al. (2017): Handboek Gezondheidsrecht…………………………………………...20
Hutschemaekers et al. (2019) H1: Generalistische en specialistische ggz; Een passende
tweedeling……………………………………………………………………………………23
Week 5……………………………………………………………………………………….24
Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorg Psychologie (2014): Dynamisch overzicht
(psychologische) interventies binnen de ggz………………………………………………….24
Cuijpers et al. (2018): The role of common factors in psychotherapy outcomes……………...25
De Winter (z.d.): Suïcidaliteit………………………………………………………………...26
Week 6……………………………………………………………………………………….30
Prins et al. (2020) H2: Medische psychologie………………………………………………...30
Ponds & Smits (2016) H2: Neuropsychotherapie; Een plaatsbepaling……………………….31
Week 7……………………………………………………………………………………….33
Distelbrink & Aarts (2019) H1: Werken met culturele diversiteit; Een handreiking………….33
1
, Week 1
Zorgthermometer ggz: Inzicht in de geestelijke gezondheidszorg (2017)
H1: De geestelijke gezondheidszorg in beeld
Van alle Nederlanders tussen de 18 en 64 jaar krijgt ongeveer 43% op een bepaald moment in
hun leven te maken met een psychische aandoening. De geestelijke gezondheidszorg (ggz)
biedt zorg aan deze mensen. Deze zorg bestaat uit preventie, behandeling, genezing en leren
omgaan met de aandoening. Zorg in de 1e lijn betreft algemene zorg en is direct
toegankelijk. Een voorbeeld is de huisarts. Zorg in de 2e lijn betreft meer specialistische zorg
en is alleen toegankelijk met een verwijzing van de huisarts. Zorg in de 3e lijn is nog meer
gespecialiseerd, zoals bijvoorbeeld een speciaal centrum voor epilepsie, en is alleen
toegankelijk met een verwijzing. Er is binnen de ggz een algemene trend te zien: het totaal
aantal patiënten stijgt maar het aantal patiënten binnen de gespecialiseerde ggz (SGGZ)
daalt. Ook is de ggz aan het ambulantiseren; patiënten worden minder opgenomen en
krijgen meer ambulante zorg. Wanneer patiënten wel nog moeten worden opgenomen is de
duur van de opname tegenwoordig over het algemeen korter. Wel is het zo dat de opname
van de meest ernstige gevallen toeneemt. Het totaal aantal opnames daalt dus maar de kosten
blijven stijgen omdat de duurste opnames toenemen. In welk echelon (huisarts, BGGZ of
SGGZ) een cliënt behandeld moet worden is gebaseerd op vijf (niet wetenschappelijk
onderbouwde) criteria:
• DSM-stoornis.
• Ernst (in hoeverre het functioneren is aangetast).
• Risico.
• Complexiteit.
• Beloop/duur.
Het is de bedoeling dat er vanaf 2022 binnen 2 jaar geen gebruik meer wordt gemaakt van de
DSM voor het bepalen van de behandeling. In plaats daarvan zal gewerkt worden met een
zorgzwaarte op basis van de Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS+). Ook zal er
geen limiet meer zijn in het aantal sessies en zal het onderscheid tussen de BGGZ en
SGGZ vervallen. Psychologen hoeven vanaf 2022 geen onderscheid meer te maken tussen
directe en indirecte tijd.
2