Spps stappenplan
Begrippen
Data view alle data
Variabele view de verschillende variabelen
Afhankelijke variabele variabele waarover men een voorspelling doet
Onafhankelijke variabele een variabele die men gebruikt om voorspellingen op te baseren
Probability (p) waarschijnlijkheid van bepaalde gebeurtenis. Aantal successen: totaal aantal
pogingen
Odds Maat voor waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt, in verhouding tot de
p
waarschijnlijkheid dat deze gebeurtenis niet plaatsvindt. Berekenen: ( )
1− p
Oddsstemmen∨groep 1
Odds ratio
Oddsstemmen∨groep 2
- Als OR = 1: geen associatie tussen X en Y
- Als OR < 1: negatieve associatie tussen X en Y
- Als OR > 1: positieve associatie tussen X en Y
Basisfuncties
Frequentietabel maken
1. Klik bovenaan in het scherm op Analyze Descriptives Frequencies
2. Breng de variabelen van links naar rechts door dubbelklikken of slepen
3. Druk op paste
4. Laat het uitvoeren in de syntax
5. Je ziet nu de frequentietabellen van de opgevraagde variabelen
Scores hercoderen
1. Klik op Transform Recode into different Variables
a. Gebruik altijd into different variabeles zodat de oorspronkelijke waarde blijft bestaan
2. Sleep de goede variabele naar rechts
3. Geef de nieuwe variabele een naam
4. Druk op old en new values
5. Geef voor elke oude waarde een nieuwe waarde en druk tussendoor op add
6. Verander de oude system/usermissings in systemmissing
7. Druk op continue en dan paste
8. Run het commando in de syntax en je ziet in de variabele list een nieuwe variabele
9. Check of het meetniveau en de decimalen nog goed staan
Variabelen samenvoegen
1. Druk op transform compute
2. Geef de nieuwe variabele een naam bij target variabele
3. Klik onder function groep op de goede functie en variabele
a. Bijv. statitistic mean voor gemiddelde
4. Zet de goede variabele in numeric expression; tussen de verschillende variabelen moet een
komma
a. Bijv. mean (variabele1,variabele2)
, 5. Klik op paste en run de syntax
6. Je ziet nu een nieuwe variabele verschijnen
7. Check het aantal decimalen en meetniveau
Grafiek maken
1. Druk op analyze descriptive statistics Frequencies charts
2. Hier kan je een taartdiagram, histogram of histogram kiezen
3. Druk op paste en run de syntax
Een groep van een variabelen gebruiken
1. Kijk bij de variabelen welk nummer de groep heeft die je wil gebruiken
2. Druk op Data Select cases If condition is satisfied
3. Klik op de variabelen (bijvoorbeeld: stfdem) en doe gelijk aan de groep: stfdem = 4. ok
4. Wanneer je de variabelen weer normaal wil gebruiken: druk op Data Select cases Reset
Stappenplan statistische toets
1. Formuleer 0-hypothese
2. Formuleer alternatieve hypothese
3. Kijk welke α hanteren
4. Kijk welke toets je gebruikt
5. Toets uitvoeren
6. Conclusie: Sign. > α H0 niet verwerpen
Meetniveaus
Nominaal: categorie-indeling zonder volgorde indeling
man / vrouw, gehuwd /ongehuwd
Ordinaal: gerangordende kenmerken, géén vaste verdeling nodig
Laag – middel – hoog
Interval / ratio: strikt kwantitatief, eventueel met nulpunt.
Leeftijd, tentamencijfer
Wat voor toets:
Afhankelijke variabelen Onafhankelijke variabelen Toets
Interval Vergelijking One-Sample T-test
steekproefgemiddelde met
een gegeven
Interval 2 onafhankelijke Independent-Samples T-test
steekproeven(verschillende
groepen van een variabelen
zijn niet afhankelijk van elkaar)
Interval 2 afhankelijke steekproeven Paired-Sample Test
(verschillende groepen van een
variabelen zijn afhankelijk van
elkaar)
Interval Categorisch met meer dan 2 Variantieanalyse
Begrippen
Data view alle data
Variabele view de verschillende variabelen
Afhankelijke variabele variabele waarover men een voorspelling doet
Onafhankelijke variabele een variabele die men gebruikt om voorspellingen op te baseren
Probability (p) waarschijnlijkheid van bepaalde gebeurtenis. Aantal successen: totaal aantal
pogingen
Odds Maat voor waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt, in verhouding tot de
p
waarschijnlijkheid dat deze gebeurtenis niet plaatsvindt. Berekenen: ( )
1− p
Oddsstemmen∨groep 1
Odds ratio
Oddsstemmen∨groep 2
- Als OR = 1: geen associatie tussen X en Y
- Als OR < 1: negatieve associatie tussen X en Y
- Als OR > 1: positieve associatie tussen X en Y
Basisfuncties
Frequentietabel maken
1. Klik bovenaan in het scherm op Analyze Descriptives Frequencies
2. Breng de variabelen van links naar rechts door dubbelklikken of slepen
3. Druk op paste
4. Laat het uitvoeren in de syntax
5. Je ziet nu de frequentietabellen van de opgevraagde variabelen
Scores hercoderen
1. Klik op Transform Recode into different Variables
a. Gebruik altijd into different variabeles zodat de oorspronkelijke waarde blijft bestaan
2. Sleep de goede variabele naar rechts
3. Geef de nieuwe variabele een naam
4. Druk op old en new values
5. Geef voor elke oude waarde een nieuwe waarde en druk tussendoor op add
6. Verander de oude system/usermissings in systemmissing
7. Druk op continue en dan paste
8. Run het commando in de syntax en je ziet in de variabele list een nieuwe variabele
9. Check of het meetniveau en de decimalen nog goed staan
Variabelen samenvoegen
1. Druk op transform compute
2. Geef de nieuwe variabele een naam bij target variabele
3. Klik onder function groep op de goede functie en variabele
a. Bijv. statitistic mean voor gemiddelde
4. Zet de goede variabele in numeric expression; tussen de verschillende variabelen moet een
komma
a. Bijv. mean (variabele1,variabele2)
, 5. Klik op paste en run de syntax
6. Je ziet nu een nieuwe variabele verschijnen
7. Check het aantal decimalen en meetniveau
Grafiek maken
1. Druk op analyze descriptive statistics Frequencies charts
2. Hier kan je een taartdiagram, histogram of histogram kiezen
3. Druk op paste en run de syntax
Een groep van een variabelen gebruiken
1. Kijk bij de variabelen welk nummer de groep heeft die je wil gebruiken
2. Druk op Data Select cases If condition is satisfied
3. Klik op de variabelen (bijvoorbeeld: stfdem) en doe gelijk aan de groep: stfdem = 4. ok
4. Wanneer je de variabelen weer normaal wil gebruiken: druk op Data Select cases Reset
Stappenplan statistische toets
1. Formuleer 0-hypothese
2. Formuleer alternatieve hypothese
3. Kijk welke α hanteren
4. Kijk welke toets je gebruikt
5. Toets uitvoeren
6. Conclusie: Sign. > α H0 niet verwerpen
Meetniveaus
Nominaal: categorie-indeling zonder volgorde indeling
man / vrouw, gehuwd /ongehuwd
Ordinaal: gerangordende kenmerken, géén vaste verdeling nodig
Laag – middel – hoog
Interval / ratio: strikt kwantitatief, eventueel met nulpunt.
Leeftijd, tentamencijfer
Wat voor toets:
Afhankelijke variabelen Onafhankelijke variabelen Toets
Interval Vergelijking One-Sample T-test
steekproefgemiddelde met
een gegeven
Interval 2 onafhankelijke Independent-Samples T-test
steekproeven(verschillende
groepen van een variabelen
zijn niet afhankelijk van elkaar)
Interval 2 afhankelijke steekproeven Paired-Sample Test
(verschillende groepen van een
variabelen zijn afhankelijk van
elkaar)
Interval Categorisch met meer dan 2 Variantieanalyse